opinie

    • Frits Abrahams

Stem met braampje

Is het verstandig als popster je zingende zusje mee te nemen op tournee? Rufus Wainwright deed het deze week in Carré en het resultaat was dubieus. Lucy Wainwright Roche is zijn halfzus, dochter van zanger Loudon Wainwright en zangeres Suzzy Roche. Zij mocht het eerste half uur van zijn concert vullen met haar zangtalent, dat middelmatig bleek. Wel had ze de humor van haar vader. „Na afloop kunt u mijn cd’s kopen”, zei ze, „ik signeer ze, ik lik ze, wat u maar wilt.”

Omstreeks negen uur verscheen eindelijk Rufus ten tonele. In vijf kwartier, inclusief toegiften, joeg hij zijn concert erdoor. Tegen het einde mocht ook Lucy weer opdraven, wat tot een fraaie afsluiting – Cohens Halleluja – leidde. Het was voor mij niet voldoende om de avond te redden.

Rufus moest zich herhaaldelijk verontschuldigen voor zijn licht gehavende stembanden, die een braampje vertoonden en moeilijk de hoge noten haalden. Hij had de avond tevoren opera gezongen in Oostenrijk, vertelde hij, „en nu betaal ik daarvoor de prijs.”

De mensen in de zaal hadden al eerder hun prijs betaald: kaartjes van 50 tot 90 euro. Daarvoor zat ik op ‘de galerij’ – in Carré betekent dat hoogtevreeshoogte als je er, zoals ik, aanleg voor hebt. De enige die je daar op zo’n avond vanaf kan helpen, is de artiest, mits hij in topvorm is – wat van hem verwacht mag worden. Maar als je steeds bang moet zijn dat zijn stem de vereiste hoogten niet haalt, ontstaat er dubbele hoogtevrees. Funest.

Rufus zou zuiniger moeten worden op zijn stem, maar vanavond forceert hij hem alweer in Brussel, donderdag in Aarhus, vrijdag in Stockholm, zaterdag in Oslo en maandag in Helsinki.

Ik moet erbij zeggen dat ik nooit een fan van Rufus was, wel van zijn vader Loudon, een singer-songwriter met een breed oeuvre van uiterst persoonlijke, vaak wrange, songs. Er is lange tijd een gespannen relatie geweest tussen Loudon en zijn kinderen Rufus en Martha (die ook zingt). Ze waren nog klein toen Loudon hun moeder Kate McGarrigle (inmiddels overleden en óók zangeres) verliet.

Loudon heb ik in Nederland diverse malen zien optreden, altijd in kleine zalen, maar met een trouw publiek. Ik moest af en toe aan hem denken terwijl ik naar Rufus zat te luisteren. Wat zou hij het geweldig hebben gevonden in zo’n prachtige zaal te mogen optreden! Ik denk dat hij twee keer zo lang was doorgegaan; hij houdt ervan zijn publiek tussen zijn liedjes te vermaken met zijn ironische observaties.

Hij had dat schrijnende liedje A Father and A Son over de relatie met zijn zoon kunnen zingen dat eindigt met de verzoenende regels: This thing between a father and a son./ Maybe it’s power and push and shove/ Maybe it’s hate but probably it’s love.

Rufus is in zijn optreden ernstiger, theatraler dan zijn vader, hij is een echte crooner die geniet als hij met zijn machtige stem kan uithalen – en die weet dat ook zijn publiek dan geniet. Ik wil graag meegenieten, maar ik heb een probleem met zijn liedjes – ik vind ze vaak zo lang en stuurloos, op het eentonige af. Hij componeert zelden een pakkende melodie. Als hem dat lukt, zoals in Poses (dat hij in Carré helaas niet zong) en Vibrate, krijgt hij ook mij klein met die uitwaaierende stem.

Rufus zou meer covers moeten zingen van de begaafdere componisten onder zijn collega’s: Cohen, Waits, Newman, Young, Reed, Lennon, McCarthy – en zijn vader natuurlijk.

    • Frits Abrahams