opinie

    • Simon(e) van Saarloos

Simone Kruisband

Met woorden als tranen zo dramatisch, kondigde de sportredactie de blessure van Kevin Strootman aan. ‘Het WK loopt nu écht gevaar’, kopte deze krant gisteren. Ik had eerlijk gezegd geen idee wie deze voetbalheld was, maar nu hij tot de gescheurdekruisbandclan behoort, voel ik me verwant.

Op de rugbyclub waar ik speelde toen ik zes jaar geleden mijn voorste kruisband scheurde, hing een neuzenbord voor mensen met een gemankeerd gezicht. Ze zouden ook een knieënplank moeten maken, want als er iets is wat een sporter spontaan doet stoppen met kruisjes slaan is het een blessure aan de knie – een gewricht zo onhandig dat God simpelweg niet kán bestaan (gelukkig hebben we technologen die hard werken aan het 3D-printen van knieën).

Jarenlang heb ik zonder kruisband gespeeld, tot ik in november 2012 blakend op het veld stond – agressief én verliefd, een onoverwinnelijke combinatie. Ik liep door een tackle heen, maar de tegenspeelster bleef aan mijn enkels hangen. Van de andere kant schoot een teamgenoot haar te hulp. Ze zette af, vloog, plantte haar schouder in mijn buik. Mijn lichaam schroefde uit mijn onderbeen. Het voelde alsof ik een omgekeerde wijnfles was die met de draaidop in het gras stond. Het moment dat de verzegeling brak, draaide ik sissend om mijn as. De wil om te winnen, het vertrouwen in mijn lichaam, zelfs de pijn sijpelde uit me, vloeide weg. Hol lag ik op het veld, alles stond even stil. Het was een welhaast religieus moment. Tot een toevallig aanwezige orthopeed zich meldde en zei: „Ik zet je been even recht.”

Tak, tak, tak, de dop ging er scheef op.

Bij Strootman duurde het even voor de ernst van de blessure doordrong, hij probeerde het ‘nog trekkebenend, maar hij zeeg uiteindelijk ineen’, luidde het onderschrift bij het beeld van een kreunende Kevin. De fysiotherapeuten waren al bij hem, met een waterfles en medische kit, de naam van de Italiaanse sponsor er groot op. Een foto die zo gretig wordt verspreid dat de sponsor vast verrast is met alle gratis extra reclame. Op het zijvak van de wit-blauwe fysiotas stond ‘Dream’.

Afgelopen zondag speelden mijn oud-teamgenoten de halve finale. Omdat ik met mijn knie momenteel niet veel meer kan dan hardlopen, heb ik het rugbyveld anderhalf jaar lang gemeden, maar nu ging ik kijken. Mijn ogen traanden, ik knipperde alsof het aan de felle zon lag.

Een wissel die ook stond te springen om het veld op te mogen zei dat ik voor de gemoedsrust beter kon komen kijken wanneer het regende of vroor.

Maar er werd gescoord, en weer, en nog een keer. Na enige tijd hoorde ik mezelf juichen. Ze wonnen en dat was best helend om te zien. Wat ik Strootman maar zeggen wil: de wereld draait door.

Uiteindelijk.

    • Simon(e) van Saarloos