Column

Plassen als business

Morgen opent onze koning het nieuwe Rotterdam Centraal. Ik ben alvast wezen kijken. Heel fraai, dat station, maar het ging me vooral om de toiletten. De aard van een beschaving toets je het best door even naar de wc te gaan.

Bij benzinestations van Shell krijg je als je naar de wc gaat bijvoorbeeld een tegoedbon van 50 cent, die je in de shop kunt verzilveren voor een koffie of lekkere kaassnack – waarna je snel opnieuw nodig moet. Een prachtig perpetuum mobile van consumptie en excrement, met nog korting ook. Hoe schoon is het kapitalisme! Waarom wordt er niet vaker een businessmodel bedacht rond plassen? Soms, bij heilig moeten, zou ik wel een tientje neerleggen voor de opluchting van een plee, een plee. Toch lijkt het me verstandig om het mensenrecht dat plassen heet niet al te veel te vermarkten.

Wat de NS-toiletten betreft: die heb je in vier categorieën. De laagste categorie: geen toilet. Bijvoorbeeld op Amsterdam Lelylaan, sowieso een gruwelbouwwerk.

Twee: het zelfreinigend robottoilet, zoals op Lelystad Centrum. Je betaalt 50 cent, stapt een stalen cabine in, de deur valt dicht, je bent nu alleen, alleen met de angst dat een computerstoring de deur dichthoudt en je dagen later gevonden wordt met in je hand nog de huissleutel waarmee je vergeefs een afscheidsboodschap trachtte te krassen op het roestvrij staal.

Dan de middencategorie: een bemenst toilet zonder service. Zoals op Spoor 2B op Amsterdam Centraal, een hokje zo afgelegen dat het al niet meer hoeft.

Nu de topcategorie. Toiletten bemenst door menselijke mensen, zoals op de stations van Eindhoven, Groningen of Hollands Spoor, vaak in beheer van familiebedrijfjes die teruggaan tot de stoomtrein. Het mooiste voorbeeld, begreep ik, is Nijmegen, waar de tachtigjarige Toos een wc-idylle schiep met schilderijtjes, een aquarium, een boeddhabeeld en snoepjes voor bezoekers. Een wc om je plasje voor op te houden.

En de nieuwe stations? De Grote Stationsverbouwingen duren al tien jaar, er is een generatie opgegroeid die denkt dat een station een bouwput is. Vanwaar die ellende? Om van stations lucratieve winkelcentra te maken.

Wat het concreet betekent zag je deze zomer, toen de NS aankondigde alle toiletten onder te brengen bij één centrale exploitant. De familiebedrijfjes dreigden hun plek te verliezen. Zelfs Toos uit Nijmegen moest weg, na ruim veertig jaar. Alleen een protestactie gaf haar een jaar uitstel. Beschaving?

Op de wc’s van Rotterdam Centraal, eveneens centraal geëxploiteerd, hoopte ik Aleida te treffen, de lokale legende die vanaf 1990 als verkoper werkte bij het frietkot Broodje Perronworst, en later bij de toiletten. Maar de toiletjuffrouw zei dat ze was overgeplaatst.

Het was een prachtig toilet hoor, de 50 cent waard. Dat is het grote probleem met kapitalisme: je kunt er nauwelijks over klagen, want het is allemaal zo goed geregeld. Net als dat nieuwe station zelf. Prachtig gewoon! Punt. En tien keer beter dan dat kille plein van toen.

Soms moet je knarsetandend toegeven dat vooruitgang bestaat.