Parlement Libië stuurt premier weg om tanker

Het Libische parlement heeft gisteren premier Ali Zeidan afgezet. Dat gebeurde nadat afgelopen weekeinde bekend werd dat rebellen in de havenstad al-Sidra illegaal olie overpompten in een tanker met de Noord-Koreaanse vlag. Die lag daar voor anker zonder toestemming van de regering in Tripoli.

De ontslagen Zeidan was vanochtend op weg naar een Europees land, ondanks een uitreisverbod dat tegen hem was uitgevaardigd. Het parlement benoemde minister van Defensie Abdullah al-Thinni gisteren tot diens tijdelijke opvolger. De betrokken tanker zou inmiddels door de marine in brand zijn geschoten.

De belangrijkste olieterminals in het oosten van Libië worden sinds vorige zomer bezet door milities van de zogeheten federalistische beweging. Deze splintergroep eist meer autonomie voor Cyrenaica, in het oosten. Sindsdien is de Libische olie-export enorm gedaald. De inkomstenderving voor de regering in Tripoli wordt op miljarden dollars geraamd.

De ontslagen premier Zeidan was niet populair in eigen land. Veel Libiërs zagen zijn afzetting als een kwestie van tijd. Hij werd in 2012 verkozen als de eerste premier na de opstand tegen Moammar Gaddafi.

De ontslagen Zeidan probeerde de milities, die grote delen van het land in handen hebben en de regering in gijzeling houden, aan banden te leggen. Maar hij wilde tegelijk voorkomen dat de rebellerende groepen zich totaal tegen hem zouden keren. Hij wilde met het Westen samenwerken bij het verbeteren van de veiligheid, maar moest vermijden te dicht aan te schurken tegen de VS, die worden gewantrouwd. (AP, Reuters)