Nooit een boek lezen

Dit jaar is het vijfenvijftig jaar geleden dat Charles Percy Snow zijn beroemde toespraak hield in Cambridge onder de titel ‘The Two Cultures and the Scientific Revolution’. Vier jaar later constateerde hij zelf dat hij een zenuw had geraakt, „bijna simultaan in verschillende intellectuelen kringen, in verschillende delen van de wereld”. In zijn toespraak, meestal bekend als ‘Two Cultures’, hekelde C.P. Snow het feit dat natuurwetenschappers over het lezen van Dickens vielen, en geesteswetenschappers geen idee hadden van, bijvoorbeeld, de Tweede Wet van de Thermodynamica. (Even een test: wie van u kan die noemen zonder te googlen?). Terwijl de natuurwetenschap steeds meer terrein won dankzij ontdekkingen van het allergrootste (het heelal) en het allerkleinste (subatomaire deeltjes), raakte het woord intellectueel voorbehouden aan de geesteswetenschappers. Tussen beide groepen waren, volgens Snow, antipathie en misverstanden schering en inslag. De kloof die Snow constateerde, bestaat in een aantal opzichten nog steeds. Dat gentlemen van goede komaf klassieke talen moesten leren, en exacte wetenschappen voor de minder begaafden van minder goede komaf bestemd waren, is zelfs in het Verenigd Koninkrijk niet meer het geval. Maar het komt daar en hier voor dat studenten biologie geen idee hebben van de Verlichting, net zomin als studenten sociale wetenschappen besef hebben van erfelijkheidsleer. Zelfs degenen die een exact pakket kozen voor hun eindexamen, gaan in grote meerderheid geen exact vak studeren. De dominante cultuur is die van de sociale wetenschappers, politicologen en juristen. Maar tegelijk groeit, sinds kort, het percentage studenten in technische en bètavakken, vooral het aantal meisjes, en worden natuur- en ingenieurswetenschappen omhelsd door de politiek.

Ondertussen tekent zich een nieuwe culturele tweedeling af, de kloof van de culturele ongeletterdheid. Het gaat niet meer om exacte vakken of humaniora maar om het gebrek aan cultuur tout court. ‘From Two Cultures to No Culture’, zoals de omineuze titel luidde van een bundel essays die uitkwam vijftig jaar na Snow's toespraak. Dat is in hoge mate het gevolg van ons onderwijssysteem, waarin wij vroeg specialiseren en vooral dingen aanbieden die aansluiten bij wat kinderen ‘leuk’ vinden. (Dat woord ‘leuk’, wanneer doen we dat eens in de ban?!) Het gaat er niet meer om of we een keuze tussen Darwin of Dante moeten maken, maar of studenten en scholieren überhaupt nog wat leren op cultureel gebied.

De gevolgen van No Culture zijn groter dan die van Two Cultures. Snow wond zich destijds op over de onverantwoordelijke afwijzing van technologische vooruitgang door gegoede burgers. De huidige tweedeling uit zich in het gekibbel over subsidies voor hoge en lage cultuur, vergetend dat de werkelijke scheidslijn loopt tussen hen die nooit naar een concert of toneelstuk gaan, nooit of zelden een boek lezen en zij die dat wel doen. Er zijn bijvoorbeeld in de hoofdstad buitenwijken, op een steenworp afstand van het Museumplein, waar geen enkel gezin deelneemt aan enig cultureel evenement. Cultuur, en in het bijzonder lezen (het kan tijdens de Boekenweek niet vaak genoeg gezegd worden), biedt niet alleen vertier maar opent vensters op morele dilemma's. Nee, ik bedoel daarmee niet dat Wagner's Ring, Jiri Kylian of Komrij van hogerhand verplicht gesteld moeten worden.

Wie echter nooit in aanraking komt met literatuur of theater, heeft geen idee van de grote vraagstukken waar individuen en samenlevingen in de geschiedenis voor hebben gestaan. Macht, liefde, corruptie en onbaatzuchtigheid – ze komen in cultuur tot leven op een indringende manier. In navolging van Snow moeten we ons zorgen maken over de onverantwoordelijke ontkenning van culturele ongeletterdheid, net zoals we niet klaar zijn met de kloof tussen alfa, bèta en gamma. Uiteindelijk delen we slechts een menselijke cultuur waaruit alle vooruitgang ontstaat.

    • Louise O. Fresco