Levenslang leren? Niet in Nederland

Het aantal deeltijdstudenten is in tien jaar gehalveerd. Dus moet het onderwijs flexibeler. En subsidieer de student, niet de school, zegt een commissie. Hbo en studenten zijn tegen.

Een leven lang leren. Wie klaar wil zijn voor de toekomst, moet zijn kennis en vaardigheden op peil houden. Overal in Europa studeren daarom ook steeds meer volwassenen in deeltijd – behalve in Nederland. Hier halveerde in de afgelopen tien jaar het aantal inschrijvingen van deeltijdstudenten.

Die situatie moet veranderen, vinden politiek en bedrijfsleven. Een commissie onder voorzitterschap van Alexander Rinnooy Kan heeft daarom onderzocht hoe het deeltijdonderwijs weer aantrekkelijk kan worden gemaakt. In een vandaag verschenen rapport staat een lange lijst aanbevelingen. De belangrijkste: maak deeltijdonderwijs flexibeler.

„Nederlandse universiteiten en hogescholen zijn de afgelopen jaren niet klantvriendelijk genoeg geweest”, zegt Rinnooy Kan in een toelichting. „Hun deeltijdaanbod sluit niet goed aan bij wat studenten willen.”

Het is belangrijk dat onderwijsinstellingen niet meer denken in termen van vaststaande onderwijsprogramma’s, aantallen contacturen en uren studielast, zegt Rinnooy Kan. „De overheid moet vaststellen wat het eindniveau moet zijn van iemand die een deeltijdstudie heeft afgerond. Opleiding en student moeten samen bespreken hoe ze dat niveau kunnen bereiken. Daar hoort bij dat studenten kunnen leren op hun werkplek en dat ze vrijstellingen krijgen voor kennis en vaardigheden die ze al hebben.”

Rinnooy Kan wil ook dat er geëxperimenteerd wordt met een nieuwe manier van financiering van het deeltijdonderwijs. Studenten zouden met behulp van door de overheid verstrekte vouchers ter waarde van minstens duizend euro hun onderwijs mogen inkopen waar ze dat zelf willen: op hogescholen en universiteiten, maar ook bij commerciële aanbieders als bijvoorbeeld de LOI. De overheidsfinanciering die nu nog rechtstreeks naar hogescholen en universiteiten gaat, zou daarmee komen te vervallen.

Rinnooy Kan: „Er bestaat weinig hard bewijs dat dit soort financiering leidt tot meer vraag naar deeltijdonderwijs, dus daarom pleiten we eerst voor een experiment. Maar het is een interessante manier van bekostiging van het hoger onderwijs. Het geeft de overheid bijvoorbeeld de kans de keuze van studenten te sturen in een richting waaraan de maatschappij behoefte heeft, door voor bepaalde studies meer geld op zo’n voucher te zetten.”

Minister Bussemaker (Onderwijs, PvdA) laat in een eerste reactie weten dat ze positief staat tegenover het uitvoeren van experimenten met flexibel onderwijs. Ook is ze in principe vóór een experiment met vouchers. Ze gaat nog wel onderzoeken of het „haalbaar” is, zegt een woordvoerder.

De minister kan in ieder geval rekenen op fel verzet vanuit het hbo. De Vereniging Hogescholen zit niet te wachten op een proef met vouchers, zegt voorzitter Thom de Graaf. „Wij zijn blij met veel aanbevelingen uit het rapport en willen bijvoorbeeld graag ons onderwijs flexibeler inrichten. Maar dan moet niet tegelijk het financieringssysteem op de schop gaan.”

Hogescholen bieden hun deeltijdonderwijs aan in combinatie met het voltijdsonderwijs, zegt De Graaf. „Het gaat om dezelfde docenten. Je kan dat niet opsplitsen in verschillende geldstromen. Verder denk ik dat commerciële aanbieders zich vooral zullen storten op de massale, goedkope economieopleidingen, terwijl wij blijven zitten met de duurdere studies, bijvoorbeeld in de techniek. Dan bestaat het risico dat hogescholen zeggen: we stoppen er maar helemaal mee.”

De hogescholen vinden de studenten aan hun zijde. Jorien Janssen, voorzitter van studentenbond LSVb, vindt het geen goed idee dat de overheid bonnen voor deeltijdstudies gaat uitdelen. „Opleidingen die niet aansluiten bij de wensen van de overheid, worden straks onbetaalbaar. Dat is een beperking in de keuzevrijheid van studenten. Dit zal het deeltijdonderwijs definitief de das omdoen.”

De commerciële aanbieders van hoger onderwijs zijn wel enthousiast over het voucherplan van Rinnooy Kan, zegt Ria van ’t Klooster, directeur van hun brancheorganisatie, de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding (NRTO). „Dit soort vouchers maakt mensen wendbaar. Het werkt aan alle kanten motiverend: voor de studenten, de aanbieders van onderwijs, maar ook voor de werkgevers die hun mensen willen laten leren. Daarnaast zorgt het voor eerlijke concurrentie met het bekostigd onderwijs. Dat juichen wij uiteraard toe.”

De vereniging van Nederlands universiteiten VSNU is niet tegen een experiment met vouchers, laat voorzitter Karl Dittrich weten. De VSNU is ervan overtuigd dat er iets moet veranderen, omdat voor universiteiten „stoppen met het huidige deeltijdonderwijs onontkoombaar is”. De VSNU komt daarom met een plan voor deeltijdonderwijs in losse modules. „Die afzonderlijke modules moeten leiden tot een landelijk erkend certificaat. Je bent dan niet meer gedwongen tot het volgen van een hele opleiding met een diploma tot gevolg.”

    • Bart Funnekotter
    • Juliette Vasterman