Leentjebuur bij Lubitsch in film over hip buurtje

Hartenstraat is niet de eerste romantische komedie die grotendeels is gebaseerd op Ernst Lubitsch’ klassieker The Shop Around the Corner (1940). Nora Ephron bewonderde die film zozeer, dat zij hem in 1998 opnieuw maakte als You’ve Got Mail. Maar waar Ephron tenminste nog zo netjes was toe te geven dat zij van Lubitsch leende, doet Hartenstraat dat niet.

Net als in The Shop Around the Corner en You’ve Got Mail beginnen twee personages die elkaar in het echt niet kunnen luchten of zien aan een romantische correspondentie. Maar omdat ze beiden een pseudoniem gebruiken, komen ze er pas heel laat achter dat die leuke man of vrouw met wie ze brieven – hier what’s app-berichten – uitwisselen, en op wie ze verliefd worden, de persoon is die hun het bloed onder de nagels vandaan haalt.

In Hartenstraat wordt dit paar gevormd door traiteur en alleenstaand vader Daan, en de hautaine modeontwerpster Katje. Daan is oké, want hij kookt met alleen maar verse biologische producten, maar Katje is een kil type – zie haar strak achterovergekamde haar – die iedereen afblaft.

Hartenstraat, dat zich afspeelt in de gelijknamige Amsterdamse winkelstraat, een van de hippe Negen Straatjes, zit vol karikaturen: twee homo’s die een koffiebar uitbaten, een gladde door seks geobsedeerde yup en een nitwit die denkt dat hij heel slim is. Toch blijkt Hartenstraat, het speelfilmdebuut als regisseur van actrice Sanne Vogel, geen satire op hippe Amsterdammers. Daarvoor ontbreekt scherpte. Met uitzondering van Daan en twee sympathieke senioren zijn het allemaal oninteressante figuren. Maar in de optiek van scenariste Judith Goudsmit moeten we om deze mensen gaan geven. Dat blijkt lastig te zijn, al past het wel weer bij een van de thema’s van Hartenstraat: dat je verder moet kijken dan je neus lang is.