Kabinet: Diensten blijven binnen wet

Het kabinet reageerde gisteren zowel op het CTIVD-rapport als op een eerder advies van de commissie-Dessens over het vernieuwen van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv). Daarin valt een aantal zaken op:

Werkwijze AIVD en MIVD aangepast

Het kabinet constateert dat er volgens de CTIVD geen sprake is van het stelselmatig buiten de wet om verwerven van (persoons)gegevens door de AIVD en de MIVD. Over de gerapporteerde onrechtmatigheden zegt de regering procedurele maatregelen te nemen en de werkwijze aan te passen. Ook zullen zij de aanbeveling overnemen om de samenwerking met buitenlandse diensten te beoordelen op transparantie en de afwegingen nog eens te uit te werken.

Inbreuk op privacy

Het kabinet erkent dat metadata – kenmerken van communicatie zoals welk nummer belt met welk nummer – een grotere inbreuk op de privacy zijn dan eerder aangenomen: „Bulk interceptie en de toepassing van verfijnde methodieken van metadata-analyse kunnen onder omstandigheden ingrijpender zijn dan een kortstondige interceptie van de inhoud van de telecommunicatie.” Voorheen benadrukten ministers Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) en Hennis (Defensie, VVD) hoe groot het verschil is tussen inhoud (Hennis: „Wat er in een brief zit.”) en metadata (Hennis: „Wat er op een brief staat.”). Dit betekent dat het kabinet in het hervormen van de Wet op de inlichtingendiensten rekening zal houden met dit vervagende onderscheid.

Nog geen ruimere bevoegdheden

Het kabinet wil wachten met het toekennen van ruimere bevoegdheden aan de AIVD en de MIVD. De commissie-Dessens had in december geadviseerd ook ongerichte interceptie van gegevens uit glasvezelkabels mogelijk te maken. Dat is nu nog verboden. Het kabinet acht die wetsverruiming niet opportuun omdat het eerst wil zoeken naar een goede norm waarbij de privacy van Nederlanders gewaarborgd blijft.

Vaker evaluatie van de wet

Het kabinet onderschrijft dat het toezicht op de diensten niet goed functioneert. Daarom zal er een periodieke evaluatie van de wet komen. Ook zegt het kabinet bereid te zijn de informatieverstrekking aan het parlement te verbeteren. Plasterk en Hennis zullen zich hierbij „constructief” opstellen.