In de Nederlandse film is het vrouwen en kinderen eerst

‘Op zijn minst opmerkelijk.’ Verder durfde regisseur Martin Koolhoven niet te gaan toen hij deze week voorrekende hoezeer de Nederlandse filmwereld een vrouwenwereld is. Ga maar na. Bij de geldschieters Filmfonds en Cobofonds trekken vrouwen aan de touwtjes, alsmede bij filminstituten als het Eye Filmmuseum, de Filmkrant of Bingers Filmlab. Bij de grote filmfestivals IDFA, het Nederlands Film Festival en eigenlijk ook Rotterdam is dat niet anders. De filmwereld kent geen glazen plafond. Maar Koolhoven kan zich beter gedeisd houden: hij wil een western realiseren. Een echt mannengenre, en die zijn doorgaans weinig succesvol in Nederland. Hij heeft nog heel wat vrouwen te overtuigen.

Vorige week schreef ik al dat de speelfilm Kenau, die de vaderlandse geschiedenis naar zijn hand zet om ‘sterke vrouwen’ een rolmodel te geven, past in de feminisering van de Nederlandse film. En dat puberale machofilms als New Kids: Turbo daar wellicht een balorige reactie op zijn.

Die feminisering is niet zozeer een samenzwering, als wel een samenloop van omstandigheden. Vrouwen zien graag drama, waar vaderlandse nestgeur een factor kan zijn. Mannen zien graag genrefilms, waar Hollywood het altijd wint. Een testosteronfilm als Wolf, hoe voortreffelijk ook, wordt nooit een Diamanten Film (een miljoen bezoekers of meer). Dat lukte sinds 2007 alleen vrouwenfilms: Gooische Vrouwen, Alles is liefde, Komt een vrouw bij de dokter. En Zwartboek, die ook al draait om Carice van Houten.

Dat Nederlandse film in hoge mate vrouwenfilm is, constateerde ik eerder in 2011, toen er geen mannelijke hoofdrol voorhanden bleek om voor een Gouden Kalf te nomineren; men droeg dus maar bijrollen voor. In dat jaar waren alle genomineerde regisseurs vrouwen en gingen alle kunstfilms over dames op de rand van een zenuwinzinking.

Het proces heeft zich voortgezet. Wat in 2011 nog ontbrak, waren romantische komedies van eigen bodem. Ook in die leemte is nu voorzien: de ene na de andere romkom surft richting een half miljoen bezoekers, quality be damned: onlangs Mannenharten, Soof en Toscaanse Bruilof. Een ander opbloeiend genre is de Nederthriller: verfilmde thrillers van vrouwelijke auteurs voor vrouwelijke lezers met vrouwelijke hoofdpersonen.

Al met al is het dus geen wonder dat Nederland sinds Rutger Hauer geen charismatische acteurs meer voortbracht, hooguit schalkse toy boys of kindmannen. Voor macho’s is geen werk, want Nederland is een land van kinder- en vrouwenfilms. Weerspiegelt dat de samenleving? Of is dat het gevolg van economische realiteiten? Daar wil ik wel eens een debat over.