EU laat strategisch vacuüm aan grens

In Midden- en Oost-Europa stelt de EU zware voorwaarden aan vederlicht eigen engagement. Andere machten profiteren, aldus Jonathan Holslag.

Illustratie Pavel Constantin

Poetin heeft zijn slag thuisgehaald. Opnieuw. Na de onbestrafte inval in Georgië, de verlenging van militaire aanwezigheid in Armenië tot 2045, de diplomatieke meesterzet in Syrië, heeft het Kremlin nu ook in Oekraïne de buit binnen. Welke finale oplossing er ook uit de bus valt, de Krim blijft onder Russische invloed, het Zuidoosten is na de rellen verder van Kiev verwijderd dan ooit en de economische uitzichtloosheid zullen het de volgende regering sowieso moeilijk maken. Dat Oekraïne problemen zou veroorzaken, was onvermijdelijk. De Russen waren van meet af aan gekant tegen de duizenden verstrekkende voorwaarden in het geplande verdrag met Europa.

Maar dat gold ook voor veel Oekraïners. Toen ik voor mijn boek naar het land afreisde, zeurden zakenlui en politici tijdens onze gesprekken in de drukke koffiehuizen van Kiev eindeloos over het contrast tussen de loodzware voorwaarden en het vederlichte engagement van Europa. In de voorbije jaren is het aandeel van Europa in de Oekraïense investeringen en export sterk teruggelopen en dat deed velen twijfelen of het verdrag hoegenaamd zou helpen om de werkloosheid, armoede en overheidstekorten weg te werken. Dan waren de Moskouse kredieten en gascontracten veel concreter.

Eigenlijk zijn we met de hele regio op een kantelpunt beland. De voorbije kwarteeuw was het voor bureaucraten uit Brussel best prettig om strak in het pak van de ene Oost-Europese hoofdstad naar de andere te paraderen met de blijde boodschap van integratie, een handvol hulp en trolleys volgepropt met papieren ambities. Voor lokale politici was alles goed wat maar enigszins een alternatief leek te bieden voor de Sovjetlethargie en de onrust na de val van het rode rijk. Het aanvankelijke enthousiasme over de Europese uitbreiding deed de rest.

Die periode van optimisme is voorbij. Van Minsk tot Odessa en van Odessa tot Sarajevo tuimelt de hele regio in nieuwe onzekerheid. Lag de groei er tussen 2000 en 2008 gemiddeld op 5,7 procent, dan was dat tussen 2009 en 2013 slechts 0,4 procent. De gemiddelde werkloosheid is er nooit ver beneden de 18 procent gezakt, maar de situatie dreigt alleen maar complexer te worden omdat overheden zich, op Bulgarije na, steeds dieper in de schulden hebben gewerkt en vooral de externe schuld opnieuw dramatisch toeneemt.

In de steden uit zich dat in een zichtbaar spanningsveld tussen enerzijds de opzichtige nieuwe gebouwen van banken en de rijen Duitse luxewagens bij de overheidsgebouwen en anderzijds de grauwe blokkendozen waarin het grootste deel van de bevolking doorgaans samenhokt. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat die mensen zich steeds meer tegen de BMW-bureaucratie keren. Ongeveer 77 procent van de bevolking in Oost en Zuidoost Europa heeft geen vertrouwen in de overheid. Dat leidt dan weer tot een vicieuze cirkel waarin politieke fragmentatie de noodzakelijke economische vooruitgang verder bemoeilijkt en landen dieper in de onzekerheid drijft.

We slagen er dus heel moeilijk in het economisch vacuüm op te vullen dat sinds de val van de Berlijnse Muur is ontstaan. Dit betekent niet dat het dat deel van ons nabuurschap ontbreekt aan talent en ondernemingszin. Met Telerik, Hutgrip en IBSolution op kop, telt Sofia bijvoorbeeld tal van jonge IT-bedrijven met wereldwijde ambitie. Dit blijft echter onvoldoende banen opleveren. De economische problemen in de Europese Unie zetten een rem op investeringen. Sinds 2009 werd er in de hele regio door Europa slechts voor één miljard euro geïnvesteerd.

Dat bestendigt dus ook een politiek vacuüm. Een Roemeens parlementslid legde het me ooit als volgt uit: „Ik zie zeker het belang van Europa en zijn waarden in, maar je wint er alleen geen verkiezingen meer mee. Er is geen kat meer die gelooft dat alle aanpassingen die we doorvoeren voor Brussel de toestand verbetert.”

Mensen willen wel af van corruptie en slecht bestuur, maar in plaats van een sterke nationale democratie slingert de politieke pendule wild heen en weer tussen sterk persoonlijke leiderschap en verbrokkeling. De gemiddelde opkomst bij de laatste nationale parlementsverkiezingen in de regio lag slechts op 51 procent. Dit schept op zijn beurt ook weer een strategisch vacuüm. Een zwak Europa in een zwak nabuurschap is als het ware een uitnodiging voor andere spelers om zich te komen bemoeien. Met Rusland is dat onvermijdelijk, maar ook Turkije heeft een zeer duidelijke strategie om opnieuw invloed te winnen tussen de kusten van de Zwarte Zee en de Adriatische Zee. Zelfs China is erop uit om haar positie te versterken. In Oekraïne heeft het miljarden euro’s aan krediet verschaft in ruil voor toegang tot de landbouwmarkt. Landen als Roemenië en Bulgarije zijn dan weer een aantrekkelijke kanalen waarlangs Peking invloed kan uitoefenen op de Europese Unie.

Moet het westelijke uiteinde van Europa daarvan wakker liggen? Best wel. Als oostelijk Europa verder verzinkt in onzekerheid, dan zal dat op termijn een grote invloed hebben op de veiligheid en ontwikkelingskansen van Centraal Europa – en dus ook op de directe omgeving van ons kleine welvarende stukje Noordzeekust. De afstand tussen Kiev en Katwijk is heus niet zo groot.

    • Jonathan Holslag