‘Er zit iets fout in jullie Nederlandse politiek’

Eurocommissaris zet plan Europees OM door

Eurocommissaris Viviane Reding (Justitie) worstelt zich door papieren en haalt hem triomfantelijk tevoorschijn: de brief die ze vorig jaar maart ontving van Frans Timmermans. De Nederlandse minister (Buitenlandse Zaken, PvdA) verwacht daarin dat zij de rechtsstaat beschermt, naar aanleiding van misstanden in Hongarije en Roemenië. Gisteren maakte Reding bekend hoe ze dat wil gaan doen (zie kader). Ze wil maar zeggen: soms zijn Nederland en ik het wél eens.

Reding (62) trekt geregeld de aandacht met boude uitspraken over de noodzaak van een machtig EU en met felle kritiek op lidstaten als Nederland, die juist minder Europa lijken te willen. Eurosceptici zien in haar het vleesgeworden bewijs van een op hol geslagen Brussel. Vrijdag is het enfant terrible van de commissie in Amsterdam voor een ‘burgerdialoog’. Haar boodschap: „Er zit iets fout in jullie Nederlandse politiek.”

Want terwijl Den Haag zich sterk maakt voor de Europese rechtsstaat, ligt het dwars bij een ander belangrijk juridisch dossier: de bestrijding van miljoenenfraude met EU-gelden. Gemiddeld krijgt slechts de helft van de zaken die Brussel aanhangig maakt een nationaal vervolg. Reding pleit daarom voor een ‘Europees Openbaar Ministerie’, een netwerk van nationale aanklagers die zich richten op EU-fraude. Nederland is tegen: het wil geen juridische zeggenschap afstaan.

In oktober waarschuwde de Tweede Kamer dat het plan in strijd is met ‘subsidiariteit’: het beginsel dat wat nationaal kan, nationaal moet. Omdat genoeg andere parlementen ook een ‘gele kaart’ trokken, moest Reding het plan intrekken, herzien of toch doorzetten. Voor dat laatste koos ze onlangs. Het Europees Parlement staat achter haar. Maar met de lidstaten dreigt een nieuwe confrontatie.

Hoe voelt om het de meest controversiële eurocommissaris te zijn?

„Ik voel me niet zo. Ik zeg dingen en ik doe ze. Ik wil geloofwaardig zijn.”

U jaagt nationale politici op de kast, bijvoorbeeld door te pleiten voor een Verenigde Staten van Europa.

„Oh, maar dat is juist heel goed. Dat maakt debat los. Kijk, er zijn twee soorten politici. Zij die met elke windvlaag meewaaien. En zij die lak hebben aan de wind en zeggen waar ze naartoe willen. Als je steeds in de verdediging schiet. dan ben je geen leider, maar een volger. En ik ben gekozen om te leiden.”

Is dat vrijdag ook uw boodschap in Nederland?

„Ik ga vooral luisteren. Met deze door ons georganiseerde burgerdialogen hebben we het woord willen teruggeven aan de burger. Maar als die burger iets zegt waar ik het niet mee eens ben, dan zal ik ook uitleggen waarom.”

U zegt dat u luistert, maar de ‘gele kaart’ van nationale parlementen negeert u.

„We nemen alle kritiek heel serieus. Maar na analyse bleek het aangehaalde subsidiariteitsbeginsel niet van toepassing. Het enige wat de commissie doet is afspraken uitvoeren uit Europese verdragen, die door alle nationale parlementen zijn geratificeerd. Daarin wordt de oprichting van een Europees OM genoemd.”

Daarmee versterkt u toch het imago van een drammerige commissie?

„Het enige wat ik zeg is: lees de verdragen. Daarin staat ook dat als landen niet mee willen doen, een kleinere groep landen toch kan besluiten om samen wel zo’n OM op te zetten. Het gaat er hoe dan ook komen.”

Nederland wil dit niet.

„Als Nederland geen systeem wil dat EU-fraudeurs bestrijdt, dan moet het dat maar uitleggen aan Nederlandse belastingbetalers. Ik begrijp het niet: Nederland vindt dat ik me niet zo mag bemoeien met justitiële zaken en dan, tegelijkertijd, roept het mij óók op de rechtstaat in de EU te beschermen. Kom op zeg. Ik wil dat alle lidstaten zich aan verdragen houden en dat ze mij bekritiseren als ik mijn werk niet doe op basis van die verdragen. Maar het moet wel logisch blijven.”

Die rechtsstaat betreft Hongarije en Roemenië.

„Wie weet. Als jullie zo doorgaan, kan het morgen ook over Nederland gaan.” (Ze lacht.)

U wilt meer EU-integratie. Verliest u die slag niet?

„Als we de volgende generatie een stem willen geven in een geglobaliseerde wereld, kan dat alleen met een sterk Europa. Alleen dan overleven we. Iedereen die een beetje intelligent is begrijpt dat. Met populisten napraten bouw je geen toekomst op.”

    • Stéphane Alonso