Elke bank wil graag voor Google spelen

Drie museumjaarkaarten, als cadeau verpakt. Eén Playmobil-motor inclusief poppetje met stoppelbaard en leren jas (van plastic) bij Bart Smit à 9,95 euro. Bij de visboer 13,45 euro voor een bakje visfriet, kibbeling en twee broodjes haring. Uitjes en zuur erbij? Ja, uitjes en zuur erbij.

Gratis en voor niets: dit was mijn customer intelligence van afgelopen zaterdag. Dat is de term die ING gebruikt voor het proefproject dat ze willen starten. Betalingsgedrag van ING-klanten wordt verzameld voor derden, die daarmee gerichte advertenties kunnen leveren. Want big data, want business model. En ook nog eens heel modern. „ING is een bank in de voorhoede.”

Dan liever een bank die weer ouderwets het buurtkantoor opent en iDeal storingsvrij weet te houden – een hele kunst. En ik had mijn customer intelligence vast niet zo makkelijk prijsgegeven als ik net de stad in was geweest voor een gezinszak wiet, meenemen graag.

ING-directeur Particulieren, Hans Hagenaars, stak zijn nek uit en liet het proefballonnetje afgelopen maandag op in het Het Financieele Dagblad. Hagenaars rekende op discussie en die krijgt hij.

De timer loopt. Wie weet is het ballonnetje net zo snel doorgeprikt als het plan dat betaalboer Equens in mei vorig jaar introduceerde: winkeliers konden meekijken met transactiegegevens van pinautomaten uit de buurt. Dat voorstel was binnen een week van tafel. Het roept ook herinneringen op aan TomTom, dat geanonimiseerd rijgedrag van klanten aan de politie leverde, maar er na publieke verontwaardiging in 2011 mee stopte.

In ruil voor korting raken ING-klanten de regie kwijt. Straks is er een afdeling bij je bank die niet langer jou als de klant ziet, maar de partij die betaalt voor gebruik van je gegevens. Deze function creep (verschuiving van de doelen) wordt nog creepier als data door derden gekoppeld worden aan andere databases. Dan is dat anonieme profiel opeens minder anoniem. Bijvoorbeeld als een verzekeringsmaatschappij meekijkt (Hagenaars werkte in het verleden voor Allianz) en constateert dat klant X in één week tijd drie keer bij de slijter én de snackbar langsging.

Andere banken haasten zich te zeggen dat ze zoiets nooit zouden doen, gegevens doorverkopen aan derden. Maar ze zouden het dolgraag willen, als verdediging tegen concurrerende betaalsystemen van Apple, Google of PayPal die we onze digitale portemonnees toevertrouwen. Ik herinner me een gesprek met Rabo’s ICT-top, vier jaar geleden. Daar waanden ze zich letterlijk Google, met al die betaaldata die dagelijks door de systemen stromen.

Ook de Rabobank gebruikt customer intelligence, door klanten inzicht te geven waaraan ze maandelijks geld uitgeven– boodschappen, brandstof of woonkosten, gepresenteerd in feestelijke taartdiagrammen.

Banken analyseren hun databerg continu. Algoritmes worden gefinetuned om patronen en afwijkingen van patronen te vinden. Om cybercriminelen op te sporen, om risico’s van leningen af te wegen en om klanten nieuwe producten voor te schotelen.

Bij Google – en elke andere gratis webdienst – verwacht ik niet anders dan dat mijn gedrag wordt gebruikt voor advertenties op maat. Maar ik betaal de bank juist om mijn gegevens af te schermen voor anderen. Deze vertrouwensrelatie overleefde bankschandalen, moeizame hypotheekgesprekken, onbegrijpelijke tariefstijgingen en dagenlange iDeal-storingen. De koek is nu op.

Als de discussie over privacy ons één ding leert, is het dat technologie geen bedreiging is, maar de toepassing van technologie. Als iets mogelijk is, wil dat nog niet zeggen dat je het ook moet doen. Juist daarin zou een bank zich van de Googles van deze wereld moeten onderscheiden.

    • Marc Hijink