Een naam bij elke brievenbus-bv

In een nieuw Europees register moet openbaar worden wie achter elke bv schuilt.

Anoniem een bv’tje bezitten in een brievenbusmaatschappij op de Zuidas? Dat moet onmogelijk worden – overal in Europa. Het Europees Parlement stemde gisteren voor de invoering van een openbaar register, waarin de „werkelijke eigenaren” van bedrijven en stichtingen in alle EU-landen te vinden zijn.

„Dubieuze deals” krijgen daardoor minder kans, schrijft het parlement in een verklaring. Net als het gebruik van fiscale sluiproutes, zoals die van de zoon van de gevluchte Oekraïense president Janoekovitsj. Met zo’n openbaar register wordt helder wie de ‘uiteindelijke belanghebbenden’ zijn. Dus ook dat, zoals recentelijk bekend werd, Janoekovitsj junior zit achter ‘lege’ Nederlandse bv’tjes als Mako Holding en Artvin Holding.

Het openbare register moet onderdeel worden van de nieuwe Europese wetgeving tegen witwassen. Maar Nederland is ertegen. Minster Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) vindt dat alleen „geautoriseerde overheidsdiensten” toegang tot die informatie moeten hebben, schreef hij vorige week in antwoord op Kamervragen. Dat zijn bijvoorbeeld de Belastingdienst en De Nederlandsche Bank.

Dat heeft volgens Dijsselbloem niets te maken met het Nederlandse vestigingsklimaat en de brievenbusmaatschappijen hier. Met een openbaar register is „de privacy van betrokkenen” volgens hem niet gewaarborgd.

Fiscalisten zijn kritisch over het plan – met name over de zin en haalbaarheid. Het is „naïef” te denken dat een openbaar register voor werkelijke transparantie zorgt, zegt belastingadviseur Wiecher Munting van Otterspeer Haasnoot & Partners. „Mensen die zich niet aan de regels houden, zul je in zo’n register echt niet vinden.”

Ook fiscalist Paul Sleurink van advocatenkantoor De Brauw voorspelt praktische problemen. „Stel: een bv staat op naam van een meneer A. in Oekraïne. Mooi. Maar hoe weet je of meneer A. wel echt de eigenaar is – en niet toch stiekem meneer J.?” Hij noemt een openbaar register wel een stap in de goede richting. „Witwassen wordt zo weer iets lastiger gemaakt.”

In het oorspronkelijke wetsvoorstel van de Europese Commissie werd niet gesproken over een register, laat staan over een openbaar register – dat is een idee van het parlement zelf. Europarlementariër Judith Sargentini (GroenLinks) is als ‘rapporteur’ verantwoordelijk voor het dossier. Zij heeft hoge verwachtingen van het „zelfreinigende vermogen” van een register. „Het wegsluizen van geld via brievenbusmaatschappijen wordt weliswaar niet onmogelijk, maar wel moeilijker”, zegt ze. De Nederlandse trustsector wordt daardoor volgens Sargentini minder aantrekkelijk als vluchtheuvel voor kapitaal uit arme landen. „Mijn ontwikkelingshart gaat hier harder van kloppen.”

Diezelfde trustsector vindt het register een „onzalig plan”. Dat zegt André Nagelmaker, vicevoorzitter van branchevereniging Holland Quaestor. Volgens hem leidt een openbaar register tot extra bureaucratie. „Trustkantoren moeten nu al precies weten met wie ze zakendoen en DNB houdt daar toezicht op.” Dat er zaken worden gedaan die „achteraf” fout blijken – zoals met Janoekovitsj bij trustkantoor ITPS – wordt met een openbaar register volgens Nagelmaker niet voorkomen.

Binnen het Europarlement is er veel steun voor het register. Maar 30 parlementariërs stemden gisteren tegen, 643 stemden vóór. Dat betekent alleen niet dat het register er ook meteen komt. De onderhandelingen over de nieuwe anti-witwaswetgeving tussen Europese Commissie en de lidstaten moeten nog beginnen. Dat gebeurt na de Europese Verkiezingen in mei.

Maar dat het huidige parlement zich uitdrukkelijk achter het voorstel schaart is alvast een duidelijk signaal – voor de Europese lidstaten en voor bv-eigenaren die in de schaduw willen blijven.

    • Teri van der Heijden
    • Stéphane Alonso