De man van de ‘briefkes’ van 200

200 jaar geleden werd in België Adolphe Sax geboren, de uitvinder van de saxofoon. Een Brusselse expositie eert zijn werk.

Muziekinstrumentenbouwer Adolphe Sax op voormalig Belgisch bankbiljet van 200 frank

De weduwe van saxofoonvirtuoos Dexter Gordon vertelde tijdens een interview dat ze geen idee had waar het woord saxofoon vandaan kwam. Tot ze gevraagd werd de tenorsax van haar echtgenoot uit te lenen aan het Brusselse muziekinstrumentenmuseum (MIM). Het instrument is onderdeel van de tentoonstelling ter ere van het 200ste geboortejaar van Adolphe Sax. Mevrouw Gordon: „De ontwerper heeft ’m gewoon naar zichzelf vernoemd.”

„De man van de briefkes van 200 frank”, zoals Sax in België bekend is, werd op 6 november 1814 geboren in het Waalse Dinant als zoon van een muziekbouwer. Hij begon op zijn veertiende klarinet te spelen en werkte in het atelier van zijn vader. Tien jaar later (1838) vroeg hij zijn eerste patent aan voor vernieuwingen aan de bas-, contrabas- en bourdonklarinet. Sax verbeterde en ontwierp tijdens zijn leven als een bezetene blaasinstrumenten. Op de tentoonstelling in Brussel zijn er 200 te zien, waarvan 130 door Adoplhe Sax geproduceerd. Zijn bekendste ontwerp, de saxofoon, ontstond waarschijnlijk terwijl hij bezig was de basklarinet te verbeteren. Hij kwam op het idee het mondstuk van dit instrument te plaatsen op een ophicleïde, een koperen blaasinstrument met een kegelvorm en vingergaten in plaats van ventielen. In Brussel is de oudste bewaarde saxofoon te zien, uit 1846.

In het eerste onderdeel van de kleine expo zie je dat niet alles wat Sax onder handen nam een succes werd. Zo pakte hij ook de trombone aan, plaatste er zes onafhankelijke ventielen op en zeven klankbekers. Resultaat: een wonderlijk uitziend en loeizwaar apparaat, met klankbekers die omhoog schieten als friemelende slangen.

De meeste bezoekers in Brussel dralen rond de laatste vitrine van de expo met saxen van beroemde rock- en jazzmuzikanten; naast die van Dexter Gordon hangt er onder meer een met Amerikaanse vlag versierd exemplaar van Bill Clinton en een Grafton. Graftons zijn plastic saxofoons uit één stuk die tussen 1950 en 1960 werden geproduceerd. Charlie Parker bespeelde er af en toe eentje als hij uit geldnood zijn eigen sax had verpand. Uit touchscreens en de audiogidsen rond de vitrine klinken jazzy deuntjes als Take Five.

Toch wordt op de tentoonstelling duidelijk dat Sax zelf mikte op een minder swingende afzetmarkt voor zijn producten. De ontwerper ontwikkelde onder meer instrumenten voor Verdi’s Aïda en probeerde zijn uitvindingen ook aan militaire fanfares te slijten. De Belg verhuisde in 1842 naar Parijs omdat hij wist dat er een hervorming van de Franse militaire kapellen op touw stond. Na een woelige strijd met zijn concurrenten werd Sax’ voorstel voor een volledig nieuwe bezetting van de fanfares - natuurlijk met zijn instrumenten - aanvaard door de Franse minister van Oorlog.

Maar hoe werd een marsinstrument het geliefde instrument van jazzmuzikanten in New Orleans en Chicago? Dat wordt op de tentoonstelling niet in detail uit de doeken gedaan - misschien omdat het vooral na het leven van Sax gebeurde. Wel wordt verteld dat Sax in 1853 zijn instrumenten meenam naar de wereldtentoonstelling in New York. Daarna gingen Amerikaanse circusensembles en straatorkesten de saxofoon opnemen in hun bezetting. Niet veel later bleken de door Sax geperfectioneerde blaasinstrumenten ideaal om blues en ragtime te spelen. In Europa raakte het instrument echter minder snel ingeburgerd. Adolphe Sax stierf dan ook in 1894 berooid, onder meer door de eindeloze rechtszaken die hij voerde tegen imitators.