Na tien jaar herdenkt Spanje voor het eerst zonder ruzie Al-Qaeda-slachtoffers

Spanje heeft gisteren voor het eerst zonder geruzie de 191 slachtoffers van de Al-Qaeda-aanslagen van 11 maart 2004 herdacht. Het afgelopen decennium organiseerden slachtofferverenigingen afzonderlijke plechtigheden vanwege onenigheid over de vraag wie werkelijk de aanslagen beraamde. Gisteren waren alle verenigingen aanwezig bij een nationale herdenkingsmis in de Almudena-kathedraal van Madrid.

‘11-M’, zoals de terreurdaad in de volksmond heet, ontketende meteen diepe politieke verdeeldheid. De bomaanslagen op de vier Madrileense forensentreinen hadden plaats drie dagen voor landelijke verkiezingen. De zittende rechtse regering-Aznar probeerde tot aan de stembusgang vol te houden dat ETA-terroristen mogelijk de daders waren – en niet jihadisten.

Aznar wilde voorkomen dat kiezers de aanslagen uitlegden als vergelding voor zijn steun in 2003 aan de Irak-oorlog. De dag voor de verkiezingen werd die ETA-lezing onhoudbaar. De socialist Zapatero versloeg PP-rivaal Rajoy nipt.

Een deel van de PP en rechtse media lanceerden erop een complottheorie. Socialisten, jihadisten en ETA zouden hierin hebben samengespannen om rechts uit de macht te verjagen. Ook nadat de daders tijdens een monsterproces werden veroordeeld, bleef een deel van de bevolking dit geloven.

De PP bleef de theorie voeden. Zo signaleerde een partijkopstuk vorig jaar bij het uitkomen van Zero Dark Thirty – een Hollywoodfilm over de jacht op Osama bin Laden – dat in een opsomming van Al-Qaeda-aanslagen ‘Madrid’ ontbreekt. „Toch curieus.”

Het boek ¡Matadlos! onthult een nieuwe lezing, die bijna als een verzoeningscompromis door zowel linkse als rechtse media is omarmd. Onderzoeker Fernando Reinares verdedigt overtuigend dat het plan voor een grote aanslag op Spaanse bodem al eind 2011 ontstond – ruim voor de Irakoorlog. Al-Qaeda wilde het oprollen van een terreurcel wreken. ‘Irak’ was slechts een extra argument.

    • Merijn de Waal