Wie is de echte haatzaaier?

Op het moment dat mijn vorige column uitkwam, was ik in het grensstation Erez, weer op weg terug vanuit de Gazastrook naar Israël. Naast me stonden een paar middelbare Palestijnen, misschien op weg naar een ziekenhuis of gevangenisbezoek – je moet een duidelijk doel hebben als Gazaan wil je de grens over mogen. Een van

Op het moment dat mijn vorige column uitkwam, was ik in het grensstation Erez, weer op weg terug vanuit de Gazastrook naar Israël. Naast me stonden een paar middelbare Palestijnen, misschien op weg naar een ziekenhuis of gevangenisbezoek – je moet een duidelijk doel hebben als Gazaan wil je de grens over mogen. Een van hen had een soort baklava-taartjes bij zich, mierzoet bladerdeeg met pistachenootjes en dergelijke. Dat kon ik zien omdat de Israëlische veiligheidsman het cadeaupapier er al had afgescheurd, en er met zijn vingers in zat te prikken. Plastic eraf, omdraaien en prikken. Alle vijf of zes die hij bij zich had, één voor één. De Palestijn kreeg ze als baklavapap terug. Zijn metgezel klopte hem even troostend op zijn rug.

Het is een speerpunt van het Israëlische vredesbeleid: hakken op Palestijns haatzaaien om te laten zien dat er feitelijk geen vredespartner is

Sinds de Amerikaanse minister John Kerry zijn bemiddelingsmissie begon, gaat er geen dag voorbij of de Israëlische regering beschuldigt de Palestijnse Autoriteit ervan met haar opruiende taal het huidige vredesproces te ondermijnen. Het is een speerpunt van het Israëlische vredesbeleid: hakken op Palestijns haatzaaien om te laten zien dat er feitelijk geen vredespartner is. De Palestijnen verheerlijken terreur in hun media. President Abbas is een haatzaaier als hij de Israëlische autoriteiten ervan beschuldigt Oost-Jeruzalem te verjoodsen door sloop van Palestijnse huizen en bouw voor kolonisten. De Palestijnse schoolboeken zijn vanzelfsprekend een en al haatzaaiing.

Haatzaaien en vrede kunnen niet samengaan, aldus premier Netanyahu. „Ze zouden er beter aan doen de volgende generatie Palestijnen te leren in vrede met Israël te leven. Maar in plaats daarvan vergiftigt hun haat-opvoeding hen tegen Israël en legt zij het fundament voor voortzetting van geweld, terreur en conflict.”

Hebben Palestijnen hun schoolboeken nodig om Israël te leren haten, vroeg de Israëlische journalist Gideon Levy zich onlangs af. Hij dacht van niet. De Israëliërs zélf zorgen daar wel voor met hun bezetting: met hun demonisering en ontmenselijking van de Palestijnen, schreef hij.

Er zijn bewijzen te over te vinden van zijn stelling. De prijskaartjespolitiek van radicale kolonisten, die alles wat hun niet bevalt met willekeurig geweld afreageren op Palestijnse dorpen in de buurt. De kap van olijfbomen; ‘snoeien’ noemen de kolonisten dat gekscherend. Allemaal straffeloos. De oprukkende nederzettingen – vorig jaar nam de bouw van appartementen in het bezette gebied dat een Palestijnse staat zou moeten worden met 123 procent toe in vergelijking met het voorgaande jaar. Vorige week het doodschieten van een geestelijk gehandicapte Palestijnse vrouw die in het donker was verdwaald in de door Israël afgekondigde bufferzone in de Gazastrook.

Of het optreden van Israëlisch veiligheidspersoneel in Erez. De Israëlische autoriteiten verwijzen naar Palestijnse terreur en de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen. Zeker. Zonder meer. Maar is de Israëlische veiligheid ermee gediend als die baklava-taartjes oneetbaar worden?

    • Carolien Roelants