Wel een duur Spuiforum, maar niet meer banen

In sommige buurten heeft een kwart niet genoeg geld voor de basisbehoeften. Op armoedebeleid is flink bezuinigd.

Burgemeester Van Aartsen op zijn favoriete plek in Den Haag: de top van de Haagse Toren, ook wel ‘het Strijkijzer’. „Je overziet wat Den Haag tot de mooiste stad van ons land maakt.” Foto David van Dam

„Goeiemorgen, wat komt u doen meneer?” Een donkere man met een dikke zwarte jas komt aan de balie staan. „Lossen”, zegt hij. Op de vroege maandagochtend staan acht mensen in de rij bij het Pandhuis, onderdeel van de Gemeentelijke Kredietbank Den Haag.

De medewerker kijkt op zijn computer en zegt wat de man moet betalen: 16.910 euro, waarvan 1.200 euro rente. „Heeft u het geld bij u?”

„Eh, ja, even wachten.” Uit jaszakken komen bundeltjes van 10- en 50-eurobiljetten tevoorschijn. Terwijl de stapel op de balie groter wordt, haalt de medewerker het onderpand op: een 18-karaats gouden ketting van een kilo.

Het aantal waardevolle bezittingen in de kluizen van het Pandhuis stijgt. Het Pandhuis is er voor wie snel geld nodig heeft, maar daarvoor niet terecht kan bij de bank. Je krijgt een lening op basis van de waarde van je onderpand. Betaal je niet terug? Dan wordt het geveild.

Meestal komt men hier een paar honderd euro lenen, zegt directeur Jan van der Hulst. „Je kunt het zien als appeltje voor de dorst. Voor als je eens pech hebt.”

Het totaal aan leningen steeg door de crisis, en door de hoge goudprijs, van 10,5 miljoen euro in 2007 naar 26,6 miljoen vorig jaar. Er kwamen steeds vaker mensen uit de „betere wijken”, zegt Van der Hulst. Zelfs uit Wassenaar. „De schroom is weg, gelukkig.”

De armoede neemt toe in Nederland. In 2010 had 6 procent van de bevolking niet genoeg geld voor basale behoeften als voedsel, kleding, wonen en sociale participatie. In 2012 was dat 7,6 procent, laten recente cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau zien.

In Den Haag neemt de armoede extreme vormen aan. De stad heeft een aantal van de armste wijken van Nederland. In de Schilderswijk-West en het Transvaalkwartier-Noord heeft een kwart van de huishoudens niet genoeg geld voor de basisbehoeften.

Wat kan de stad daartegen doen? Wat deed wethouder Henk Kool (sociale zaken, PvdA) er de afgelopen vier jaar tegen?

De taak om armoede te bestrijden ligt vooral bij gemeenten. Die zijn verantwoordelijk voor schuldhulpverlening en reïntegratie: werklozen helpen bij het vinden van een baan.

En gemeenten hebben veel vrijheid om te bepalen hoeveel geld ze besteden aan armoedebestrijding. In Den Haag valt het Pandhuis bijvoorbeeld onder het armoedebeleid. Maar door rente te vragen, kan het meestal quitte spelen.

Het Haagse stadsbestuur wilde de inwoners met een uitkering vooral „activeren”, zegt wethouder Kool. Want wie eenmaal gewend is op de bank te zitten, komt daar niet zo makkelijk meer vanaf. „Je moet een ritme opbouwen.”

Het mooiste voorbeeld vindt hij de Ooievaarspas, die mensen met een laag inkomen kunnen aanvragen. De pas is goed voor kortingen op onder meer bibliotheken, sportclubs, cursussen en musea. Die kortingen worden meestal deels betaald door de gemeente, zegt Kool. „Die pas maakt dat je mensen kunt laten meedoen.”

Toch waren er stevige bezuinigingen op dit soort regelingen. Direct na het aantreden van het huidige college, in 2010, werd het budget voor armoedebestrijding verlaagd van 42 naar 32 miljoen euro. Dat betekende onder meer een halvering van het budget voor de bijzondere bijstand. En een verlaging van de tegemoetkoming die lage inkomens krijgen voor schoolgaande kinderen.

Ook de Ooivaarspas werd niet ontzien. Kool liet rechthebbenden 12,50 euro betalen. Maar toen bleek dat de kaart daardoor veel minder vaak werd aangevraagd, werd hij weer gratis.

Linkse oppositiepartijen vinden het onverantwoord om tijdens een crisis te bezuinigen op armoedebeleid. „Als je weet dat er veel armoede is, kun je ervoor kiezen om er niet op te bezuinigen”, zegt David Rietveld van GroenLinks.

Het armoedebeleid was geen topprioriteit in het collegeakkoord, vier jaar geleden. Het college (PvdA, VVD, D66 en CDA) profileerde Den Haag als internationale stad van vrede en recht, om op die manier bedrijven te trekken. En de ozb ging omlaag. Het stadsbestuur wilde vooral het „ondernemersklimaat stimuleren”, zegt Kool. „Er moeten banen komen, dat is het belangrijkste.” Dat maakt armoedebestrijding niet opeens overbodig, maar „de broodnood ledigen is niet structureel”.

Is het gelukt? Om bedrijven aan te trekken? Niet echt, zegt Kool. „Banen gaan te paard, maar komen te voet. Ik kan er niks aan doen dat KPN nu 2.000 mensen eruit gooit.” Ook op de ministeries worden Hagenaars ontslagen. Intussen ben je al blij als een nieuw bedrijf vier of vijf banen oplevert, zegt Kool.

Maar intussen trok het college wél 181 miljoen euro uit voor het prestigieuze Spuiforum, het nieuwe onderkomen voor het Nederlands Dans Theater, Residentie Orkest en Koninklijk Conservatorium. Een besluit dat alle oppositiepartijen willen terugdraaien. „Als je geld hebt is zoiets prachtig”, zegt SP’er Bart van Kent. „Maar niet in een tijd dat je bibliotheken sluit en op armoede bezuinigt.”

De PvdA pleit in haar verkiezingsprogramma voor de komst van het Spuiforum omdat het een duurzaam gebouw wordt dat zal „broeien en bloeien van cultuur”. Maar binnen de partij is niet iedereen het daarmee eens. In juli stapte een raadslid op. Een ander raadslid bleef, maar stemde tegen.

GroenLinks heeft kritiek op de verlaging van de ozb. Dat geld had Kool beter aan armoedebeleid kunnen besteden, zegt David Rietveld.

Daarin krijgt hij onverwachte steun van Kools eigen partij. In het nieuwe programma van de PvdA wordt het budget voor armoedebestrijding teruggebracht op het oude niveau. En de ozb? Die moet weer omhoog.

    • Christiaan Pelgrim