Nieuwe hoop op Nederlands sprintsucces

Moreno Hofland won gisteren de tweede etappe in Parijs-Nice. Op lastige aankomsten kan hij zich meten met de wereldtoppers

Als de Nederlandse schaatsers op de kortste afstand op de Olympische Spelen het gehele podium kunnen bezetten, waarom gaat het in het wielrennen dan zo moeizaam met sprinters? Sinds de dagen van Jean-Paul van Poppel (negen sprintoverwinningen in de Tour de France) en Jeroen Blijlevens (vier ritzeges in de Tour, in het dopingtijdperk) komen Nederlandse renners nauwelijks meer als eerste over de streep in massasprints.

Maar bij Belkin rijdt de nieuwe hoop op Nederlands sprintsucces. Moreno Hofland is zijn naam, 22 jaar is hij. Gisteren sprintte hij naar de overwinning in de tweede etappe van Parijs-Nice.

Sprinters in het wielrennen zijn eigenlijk helemaal geen sprinters. Het zijn duursporters, die eerst een kilometer of tweehonderd afleggen voordat ze zich überhaupt kunnen wagen aan hun specialiteit. De kunst is om na zo’n lange afstand toch nog voldoende explosiviteit in de benen te hebben om de collega-spurters voor te blijven.

Sommige sprinters, zoals de Brit Mark Cavendish (Omega Pharma-Quickstep) en de Duitser Marcel Kittel (Giant) floreren vooral wanneer de aankomst vlak is. Daartegenover staan renners als de Duitser John Degenkolb (Giant), die op hun best zijn bij een aankomst bergop. Hofland is een sprinter uit die tweede categorie. Niet toevallig bleef hij gisteren in Saint-Georges-sur-Baulche, een voorstadje van Auxerre, op een lastige aankomst Degenkolb voor.

In 2011 deed Hofland voor het eerst van zich spreken. Als lid van het opleidingsteam van de toenmalige Rabobank-ploeg, het Rabobank Continental Team, won hij een etappe in de Ronde van de Toekomst, traditioneel dé koers waar jonge wielrenners hun kunsten voor het eerst tonen aan een wat groter publiek.

Een jaar later brak de renner uit Roosendaal definitief door. Zo won hij in dat jaar het Nederlands kampioenschap voor beloften. Aan het eind van het seizoen werd hij verkozen tot talent van het jaar. Bij de Raboploeg – het tegenwoordige Belkin – stromen jaarlijks gemiddeld twee talenten door van het opleidingsteam naar de profs. Vorig jaar behoorde Hofland tot die gelukkigen. Eind 2013 won hij drie etappes en het eindklassement in de Ronde van Hainan.

Maar 2014 lijkt echt het jaar van Hofland te worden. In Hainan was Belkin nog de enige deelnemende ploeg die uitkomt in de World Tour, het hoogste niveau in het wielrennen. Imposanter was zijn tweede plaats van vorige week in de semiklassieker Kuurne-Brussel-Kuurne. Hij verloor nipt de sprint van de Belgische grootheid Tom Boonen (Omega Pharma-Quickstep).

Voor een andere Belkin-renner verliep de tweede etappe in Parijs-Nice minder fortuinlijk: Lars Boom brak bij een val zijn elleboog. Niettemin hoopt de klassiekerspecialist uit Vlijmen dat hij op tijd fit is voor de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, beide begin april.

    • Derk Walters