Minder zorg voor meer geld – en dat was de bedoeling

Straks het dure verpleeghuis in? Dan moet de nood wel erg hoog zijn. Familie en vrienden moeten patiënten meer thuis gaan helpen.

Staatssecretaris Martin van Rijn (Zorg, PvdA) heeft gisteren zijn belangrijkste hervormingsplannen voor de langdurige zorg naar de Tweede Kamer gestuurd.

1 Waarom wil het kabinet de langdurige zorg hervormen?

De Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) werd 45 jaar geleden geïntroduceerd om burgers te beschermen tegen dure en onverzekerbare aandoeningen. Wat begon als een speciaal potje voor uitzonderingsgevallen, groeide uit tot een brede volksverzekering waar iedereen aan meebetaalt. Zo’n 800.000 mensen maken er gebruik van, een veelvoud van wat beoogd was. De enorme groei komt vooral door het telkens oprekken en uitbreiden van de aanspraken. Vorig jaar ging 27 miljard euro naar langdurige zorg. De premies zijn al jaren niet meer kostendekkend. De overheid past structureel bij. Vrijwel alle politieke partijen wilden AWBZ hervormen.

2 Wordt de AWBZ afgeschaft?

Ja, er komt een geheel nieuwe regeling. De Wet langdurige zorg wordt een sterk uitgeklede variant van de huidige volksverzekering. Burgers hebben straks alleen recht op zorg, voornamelijk verpleeghuiszorg, als zij permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben. Het gaat dus om mensen met ernstige beperkingen, van jong tot oud. Burgers met minder zware beperkingen kunnen straks hulp bij wassen en aankleden krijgen via de gewone ziektekostenverzekering. De wijkverpleegkundige krijgt hier een belangrijke rol. De niet-medische hulp, zoals huishoudelijke hulp, begeleiding van mensen thuis en beschermd wonen voor bijvoorbeeld verstandelijk gehandicapten, wordt de verantwoordelijkheid van gemeenten.

3 Wie bepaalt wie recht heeft op een plek in het verpleegtehuis?

Het Centrum Indicatiestelling Zorg, net als nu. Maar de wijze waarop dit bepaald wordt, wijzigt wel ingrijpend. Nu krijgen mensen van dit CIZ een code die aangeeft hoe hulpbehoevend ze zijn en op hoeveel uren zorg ze recht hebben. Deze harde aanspraken verdwijnen. Patiënten krijgen straks een „zorgprofiel” dat meer rekening houdt met hun wensen, maar ook veel vager zal zijn. Gesprekken tussen zorginstelling en hulpbehoevende moeten leiden tot een „zorgplan”. Het kabinet spreekt van „een omslag in het denken”. Mensen die al in het verpleeghuis zitten, behouden hun rechten.

4 Moeten burgers meer gaan betalen?

Uiteindelijk wel. De overheid wil sowieso een eind maken aan de scherpe groei van de uitgaven aan langdurige zorg. Daarnaast wil het kabinet het gat dichten tussen wat burgers voor de AWBZ betalen (de premie via het loonstrookje en eigen bijdragen) en de uitgaven. Verplaatsing van bijvoorbeeld hulp bij wassen en aankleden van AWBZ naar de gewone ziektekostenverzekering, zal leiden tot hogere eigen risico’s en hogere maandpremies. Alles wijst erop dat de premie voor de langdurige zorg niet navenant zal dalen.

5 Wat wordt verwacht van familie en vrienden?

Dat ze een oudere of gehandicapte zo lang mogelijk thuis ondersteunen. „Meer voor elkaar zorgen”, staat in het wetsvoorstel, en „bijdragen aan de kwaliteit van leven”. Dat is niet concreet uitgewerkt. Duidelijk is wel dat cliënten en hun vrienden en familie zelf verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van zorg. Zij moeten er zelf voor zorgen dat basiszaken als eten, drinken, gas, water en licht zijn geregeld als een hulpbehoevende langer thuis blijft wonen.

    • Enzo van Steenbergen
    • Jeroen Wester