Journalist in oorlogsgebied

Lezen // Journalistiek Arnold Karskens Reisgids voor de frontlijn Prometheus, 400 blz. € 19,95

Lezen // Journalistiek Jan Eikelboom Achter het front. Mijn leven als verslaggever Balans, 256 blz. € 17,95

Direct na aankomst in de Oost-Timorese stad Dili in september 1999 stapt de Nederlandse journalist Sander Thoenes achter op een motortaxi om verslag te kunnen doen van de aankomst van een VN-vredesmacht. In tegenstelling tot zijn meegereisde Nederlandse collega’s moet hij diezelfde dag nog werk afleveren. Hij heeft haast, en laat zich door de motortaxi nietsvermoedend door Dili voeren.

Het is een van de belangrijkste overeenkomsten tussen de sterfgevallen onder journalisten, schrijft oorlogsjournalist Arnold Karskens in Reisgids voor de frontlijn: ‘ze hadden tijdsdruk en namen daardoor de verkeerde beslissingen’. De regel gaat, tragisch genoeg, ook op voor Thoenes. Achter op die motortaxi rijdt hij de gevaarlijke wijk Becora binnen, waar hij wordt opgewacht door militairen van het Indonesische regeringsleger. Hij overleeft het niet. Hij is een van de in totaal negen Nederlandse journalisten die de afgelopen decennia in oorlogssituaties om het leven kwamen.

In Reisgids voor de frontlijn wendt Karskens zijn 35 jaar oorlogservaring in onder meer het Midden-Oosten, Azië en Oost-Europa aan om een nieuwe generatie oorlogsjournalisten voor een dergelijk dramatisch lot te behoeden. Een nobel streven, dat in de opdringerige adrenalinetaal van de oorlog ten onder gaat. In soms onoverzichtelijke pagina’s vol gebiedende wijs, gevolgd door paginalange ‘check, double check’-lijstjes, drukt Karskens zijn lezer op het hart een satelliettelefoon te kopen, naar sluipschutters te informeren, altijd losgeld op zak te hebben, voorbereid te zijn op plotselinge evacuatie. Bruikbare tips worden afgewisseld met kolderieke: wees bij een bomaanslag minimaal ‘457 meter’ van de bom verwijderd. Karskens gidst, maar slaat door. Hij had mogen vertrouwen op het deductieve vermogen van zijn lezer: een goed geschreven verhaal is vaak al leerzaam genoeg.

Dat bewijst Jan Eikelboom met Achter het front, een voortreffelijk geschreven boek waarin de auteur zijn 25 jaar ervaring als oorlogsverslaggever in het Midden-Oosten, Iran en Syrië voor onder meer Nieuwsuur verwerkt. Eikelboom laat treffend zien dat het idealisme van de oorlogsverslaggever, de zoektocht naar waarheid, bijna dagelijks op de proef wordt gesteld.

Ook in Syrië, waarmee Eikelboom zijn boek opent, is niets wat het lijkt. Het persbusje van de staat dat Eikelboom bij een bomkrater in Damascus opwacht, de ‘vloeiend Engels sprekende’ Syrische omstander die Eikelboom daar te woord staat, een ‘terrorist die zich had verkleed als hulpverlener’ en net op dat moment in handboeien weggevoerd wordt: het is allemaal te toevallig, te goed getimed. Eikelboom: ‘We voelden ons vandaag verslaggevers van de Fabeltjeskrant.

Eikelboom was in Dili op de dag dat Thoenes gevonden werd. Hij noemt het in Achter het front ‘de zwartste dag van mijn journalistieke carrière’.

    • Roderick Nieuwenhuis