Jokken over de verwachte omzet van ijs mag echt niet

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: slinkse handel, in ijs en in vorderingen. De norm is eenvoudig: wees eerlijk.

Foto ANP

‘U overweegt een ijssalon te beginnen? Denkt u dan eens aan een Lilly’s ijssalon”. Met deze flyertekst probeerde een schepijsfabrikant te Hoogezand in 2009 van zijn nieuwe salon Lilly’s een echte keten te maken. In negen plaatsen hapten ondernemers toe. Alleen de franchisenemer in Veendam achtte zich achteraf bedrogen. Eigenlijk klopte er niets van de cijfers en de prognoses die de ijsfabrikant hem voorspiegelde. Die waren gebaseerd op de (net begonnen) vestiging in Hoogezand en ontleend aan een rapport over de ijssector van de Rabobank.

De Veendamse ijsboer eist dat de rechter de franchise overeenkomst ontbindt wegens dwaling. Hij beschuldigt Lilly’s ook van een onrechtmatige daad. Om zijn gelijk te bewijzen laat hij een expert de prognoses narekenen. Daaruit blijkt dat vrijwel alles tegenviel. De omzet werd niet gehaald, de kostprijs was hoger, waardoor de brutomarge lager was. Ook bleken er kosten te zijn vergeten. De expert stelt ook vast dat de fabrikant beter had kunnen weten. Die stelt dat hij ‘beginnend’ franchisegever was en dat men daarom niet op zijn verstrekte prognoses mocht afgaan.

De rechtbank vindt dat de franchisegever zoveel fouten maakte dat er sprake was van dwaling. De overeenkomst is daarom nietig. Hij handelde daarnaast ook nog onrechtmatig. De fabrikant wist dat zijn prognose fouten bevatte en alleen gebaseerd was op voorlopige resultaten. Bovendien liet hij na de Veendamse ondernemer daarop te wijzen. Hij had veel voorzichtiger met zijn informatie moeten omgaan. Hij moet daarom een, nog nader te bepalen, schadevergoeding betalen. En de kosten van het proces en de expert.