In het rampgebied loopt niemand meer over straat

In de omgeving van Fukishima is een grote schoonmaak gaande. Verder is het heel stil.

Het dorpje Itate in de besneeuwde heuvels buiten de Japanse stad Fukushima maakt een doodse indruk. De huizen zijn verlaten en slechts af en toe passeert er iemand. Nooit te voet, altijd per auto. Want wie stelt zich graag bloot aan radioactieve straling, wanneer het niet nodig is?

Itate ligt buiten de evacuatiezone van 20 kilometer, die de Japanse regering in 2011 instelde na de ramp bij de kerncentrale van Fukushima Dai’ichi, maar er daalde door een speling van het lot zoveel radioactief stof neer dat de autoriteiten de 6.000 inwoners, vooral boeren, wegens het stralingsgevaar naar veiliger oorden stuurden.

Overdag mogen de inwoners nu terug, maar bijna niemand neemt die moeite, als ze ’s avonds toch weer een eind moeten reizen om hun slaap adres te bereiken. Er is een schoonmaakoperatie begonnen in het dorp. Met graafmachines wordt een toplaagje van vijf centimeter van de bodem geschraapt. Dat wordt opgeborgen in de bergen.

Een van de mannen die meehelpt met de schoonmaak is Masafumi Takahashi, zelf afkomstig uit Itate. „Ik maak me zorgen”, zegt hij, strak voor zich uitstarend tijdens de lunchpauze in een gebouwtje bij het op een ambtenaar na verlaten gemeentehuis. „Het is niet duidelijk hoe die straling je schildklier beïnvloedt. Ook zijn veel van onze families uit elkaar geslagen. Mijn vrouw en kinderen wonen 320 kilometer van de plek waar ik nu met mijn ouders woon. Ik zie ze maar eens in de maand.”

Niet alleen in de dorpen om de kerncentrale heen, ook in de centrale zelf is een grote schoonmaak gaande. Hironiri Nakanishi, directeur energie en technologiebeleid van het ministerie van Economische Zaken (METI) in Tokio, meldt tevreden dat zo’n 400 splijtstofstaven van de 1.533 in totaal uit de geëxplodeerde reactor nummer 4 zijn verwijderd en in relatieve veiligheid zijn. Eind dit jaar moet dat karwei zijn geklaard.

„Maar”, erkent Nakanishi, „dat is nog maar het begin”. Veel ernstiger is de toestand in de reactoren nummer 1 tot en met 3. Geen mens heeft daar nog binnen kunnen kijken omdat er een zeer hoge radioactiviteit heerst. Deze drie reactoren moeten worden gekoeld met water, maar een deel van het radioactieve afvalwater lekt weg en moet worden weggepompt naar grote opslagtanks.

Het gaat om ruim 400 kubieke meter per dag. Zo zijn er na drie jaar al duizend tanks gebouwd en de capaciteit wordt uitgebreid. Met robots hopen de experts de lekken uiteindelijk te repareren. Maar het zal nog wel tien jaar duren voor daar splijtstofstaven kunnen worden verwijderd.

Om verdere lekkage in het grondwater tegen te gaan, wil de regering een ondoordringbare muur van ijs om het complex aanleggen. Wanneer de ontmanteling van Fukushima Dai’ichi klaar is, blijft duister. „Ik denk dat het er over dertig tot veertig jaar weer veilig genoeg zal zijn om rond te lopen”, schat Nakanishi.

Niemand weet of die voorspelling uitkomt. Intussen bezint Japan zich over de vraag of het ondanks de ramp kernenergie wil blijven opwekken en gebruiken. Velen zijn daar ondanks alles toch toe geneigd, uit financiële overwegingen. Japan heeft nauwelijks energie van zichzelf en Japans 54 kernreactoren leverden 30 procent van de totale stroomvoorziening.

„Zonder kernenergie hebben we een ernstig energieprobleem”, zegt Toshikazu Okuya van METI. En een geldprobleem: in 2011 boekte Japan voor het eerst in decennia een tekort op zijn handelsbalans.

De huidige regering van premier Shinzo Abe maakte vorige maand duidelijk dat ze wil vasthouden aan kernenergie. Maar in welke mate hangt mede af van de veiligheidsnormen die de na ‘Fukushima’ in het leven geroepen NRA, een onafhankelijke waakhond voor de nucleaire sector, wil hanteren.

Het Japanse publiek is intussen verdeeld. „Misschien dat we nu nog niet zonder kernenergie kunnen”, vertelt Aya Sato (30), een parttime yogalerares, die met haar baby in hoofdstad Tokio naast een winkelcentrum van de voorjaarszon geniet. „Maar op den duur wil ik het niet meer. We kunnen ons beter op duurzame energie richten.”

Veel dichterbij Fukushima deelt niet iedereen die mening. Yuichi Takahashi, de gemeentesecretaris van Itate die nu kantoor houdt nabij de stad Fukushima, zegt dat hij ondanks alle ellende die de kernenergie zijn dorp heeft gebracht daarvan niet af wil. „Maar de veiligheid moet voorop staan.”

Of Itate zelf overleeft is nog een open vraag. „Veel mensen, vooral de jongeren, zullen niet terugkeren naar het dorp”, voorspelt pomphouder Hiroshi Kitahara somber. „Alleen de ouderen. Ik vermoed dat maar een derde van de oorspronkelijke bevolking hier weer gaat wonen. Itate zal nooit meer hetzelfde zijn.”