Column

Ik ben de baas, dus ik heb het verdiend

In zijn dagboek-in-boekvorm Een jaar in scherven citeert Koos van Zomeren een interview met een psycholoog die zegt: „Winnaars in de loterij gaan op den duur allemaal denken dat zij hun prijs daadwerkelijk verdiend hebben.” Vervang het woord prijswinnaars door topmanagers en u begrijpt wat ik bedoel.

Stijgende topbeloningen in het bedrijfsleven zijn een hardnekkig politiek-maatschappelijk probleem. De mannen en vrouwen die het geld krijgen, dénken dat ze het verdienen. De commissarissen en de aandeelhouders die de beloningsvoorstellen agenderen en goedkeuren, moeten zeker weten dát zij het verdienen. Anders moeten ze nee zeggen.

Commissarissen geven in onderzoeken graag elkaar de schuld: zíj doen wel hun best om beloningen te matigen, maar die andere commissarissen bij die andere bedrijven laten over zich heen lopen. Ja, dan moeten de goedwillende commissarissen wel volgen. Alsof je ouders op het schoolplein hoort klagen over slecht opgevoegde jeugdigen: zíj hebben hun zoons en dochters wel het beste meegegeven, maar die andere ouders, hé...Die bakken er niks van.

Alles is geprobeerd om topmanagers en commissarissen af te remmen. Behalve een wettelijk gebod tot matiging.

Niks hielp. Politici zijn boos geworden. Herinnert u zich Wim Kok nog, die als minister-president (PvdA) ageerde tegen de „exhibitionistische stijging van salarissen” van managers? Dat was in april 1997.

Politici hebben de wet veranderd, zodat er gedragscodes zijn gekomen waaraan bedrijven moeten voldoen. En voldoen is ook: uitleggen dat je niet aan de regels voldoet. Politici hebben de wet veranderd zodat de beloningen openbaar zijn geworden in de hoop dat daar een corrigerende werking vanuit zou gaan. Werkte niet.

Politici hebben de wet veranderd zodat de aandeelhoudersvergadering van beursgenoteerde bedrijven mag stemmen over het algemene beloningsbeleid, niet over individuele salarissen. Hielp niet.

Politici hebben de wet veranderd zodat ondernemingsraden hierover hun zegje mogen doen en informatie krijgen. Soms kunnen zij ook hun mening geven op de aandeelhoudersvergadering. Hielp niet.

Nu wil minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) de ondernemingsraad meer invloed geven door een discussie op gang te brengen over gepaste beloningen, inclusief die van de top. Een verplichte discussie, dat wel. Helpt dat?

Nederland praatland. Voor al uw oplossingen.

Kan de Nederlandse ondernemingsraad van een Nederlandse multinational die alleen bevoegd is voor lokale zaken, de top straks wél aanspreken op diens beloning?

De minister beseft, schrijft hij de Tweede Kamer, dat leden van de ondernemingsraad buiten hun vergadering in een gezagsrelatie tot de bestuurder staan. Hij wil niet dat hun relatie „onder druk komt te staan”. Hij suggereert dat de ondernemingsraad zijn achterban kan raadplegen en zo „draagvlak” verkrijgt voor zijn opstelling.

Het hóeft geen Poolse landdag te worden, maar politisering ligt voor de hand. Om het beloningsgesprek op gang te brengen wil de ondernemingsraad eerst relevante cijfers. Dat betekent: gouden tijden voor ingehuurde beloningsadviesfirma’s. Om de mening van het personeel te peilen moeten de gegevens zo gedetailleerd mogelijk openbaar zijn. De (anonieme?) peiling van het personeel levert een staalkaart van opvattingen op: van schouderophalen tot gepassioneerde minderheidsoppositie. De ondernemingsraad benadrukt het tweede, de werkgever onthoudt het eerste. De commissarissen gaan, met een beroep op elders stijgende beloningen, akkoord met een nieuwe verhoging. De aandeelhouders knikken.

Minister Asscher, dit voorstel is een schromelijke overschatting van de rol en invloed van ondernemingsraden.