Het WK loopt nu écht gevaar

Een van de steunpilaren van het Nederlands elftal kan niet mee naar het WK in Brazilië // Gisteren werd bekend dat Kevin Strootman door een knieblessure zeker een half jaar moet herstellen // Wat nu?

Kevin Strootman probeerde het zondagavond nog trekkebenend, maar zeeg uiteindelijk ineen van de pijn aan zijn linkerknie. Foto EPA

Dramatisch. Een aderlating. Een „droom valt in duigen” voor Kevin Strootman. In zijn korte persbericht gaf bondscoach Louis van Gaal gistermiddag niet alleen woorden aan zijn eigen gevoelens van teleurstelling. Met hem ervoeren Oranje-supporters gistermiddag een soort stomp in de maag bij het nieuws dat een van de weinige onbetwiste spelers in de selectie van Van Gaal het toernooi in Brazilië kan vergeten. De middenvelder blijkt zondag zijn kruisband te hebben gescheurd en moet zeker een half jaar herstellen.

Maar het ergste is het natuurlijk voor Strootman zelf, vond Van Gaal. „Ik denk dat zijn wereld op dit moment even instort.” En met die wereld van Strootman verschrompelt ook het hart van het Nederlands elftal. Een elftal dat van zichzelf geen enkele notie heeft over hoe ver het kan komen. Oranje gaat naar Brazilië zonder de derde aanvoerder, tevens de enige onomstreden factor in de twee probleemlinies van de ploeg: middenveld en verdediging.

Achter de aanval is het schraal

Het elftal had al een waterhoofd, zo ruimschoots als het bedeeld is in aanvallende kwaliteit. Achter Robin van Persie en Arjen Robben wordt de bezetting allengs schraler. Wie moet nu op linkshalf? Stijn Schaars? Leroy Fer? Urby Emanuelson? Of moet dan maar het systeem van twee lopende middenvelders met daarachter een controlerende man overhoop, nu één van die dynamische jongens in de kreukels ligt? Hoofdbrekens – alsof hij er al niet genoeg had – voor Van Gaal, wiens Nederlands elftal over drie maanden en drie dagen zijn eerste WK-duel speelt, tegen Spanje.

Hij was de speler die je meteen opstelde. Onkwetsbaar ook nog, zo leek het. Bij aanvaller Robben bestaat de eeuwige vrees voor een knappend spiertje, bij spits Van Persie werd dit seizoen de kwetsbaarheid van het ouder wordende lijf zonneklaar in opvolgende lies- en dijbeenblessures. Maar Strootman (24) kon toch weinig gebeuren: de Romein uit Ridderkerk is in de kracht van zijn bestaan.

Toch zakte hij zondagavond in de zevende minuut van de uitwedstrijd tegen Napoli door zijn linkerknie. Met beide benen los van de grond incasseerde hij een beuk van de Zwitser Blerim Dzemaili. De landing was daardoor ongecontroleerd en hard. De rechterknie was met tape gestabiliseerd na een tik op het gewricht in de oefeninterland tegen Frankrijk vorige week, maar het was de linkerknie die bezweek. Daar doet geen stuk tape iets aan. Gewoon domme pech.

Minuten later probeerde hij het nog, maar na een trekkebenend sprintje om een gat dicht te lopen in het eigen strafschopgebied, zeeg Strootman ineen na een tweede pijnscheut in de knie. De schade zou gistermiddag blijken uit de MRI-scan: geen WK. Hij voorvoelde het ongetwijfeld toen hij huilend van het veld gereden werd.

Tegen Frankrijk was hij vorige week woensdag nog de beste man van het veld geweest, tot hij voor rust van het veld ging met een pijnlijke rechterknie. Heel veel dreiging ging er niet uit van zijn spel, maar hij was in ieder geval niet bevreesd om zich onder druk aan te bieden en de verdediging in de opbouw te ontlasten. Zo’n speler dus, met het zelfvertrouwen van een aanvoerder. Met redelijke precisie in de passing en een over-mijn-lijk-mentaliteit bovendien.

Het vleesgeworden noodlot

Zondag zette hij, in de weinige minuten die hem waren gegeven, een teamgenoot prachtig vrij voor het doel met een stiftballetje over de defensie van Napoli. Gervinho deed er alleen niets mee. Daarna botste Strootman op Dzemaili, het vleesgeworden noodlot, en werd zondag 9 maart de dag waarop Oranje zijn belangrijkste middenvelder voor het WK verloor.

Twee nederlagen leed het Nederlands elftal onder Van Gaal: de eerste tegen België en de laatste tegen Frankrijk. Bij de eerste ontbrak Strootman met een enkelkwetsuur, bij de laatste haakte hij na ruim een half uur af. „Wij kunnen met dit Oranje echt wel wat moois laten zien in Brazilië”, waren Strootmans afsluitende woorden in een interview met Voetbal International vorige week.

Nu moeten anderen opstaan. Mindere goden, maar het moet maar.

    • Bart Hinke