Het liefje van Cruijff zit nu in de gevangenis

Tot tweemaal toe nam hij de positie in die Ronald Koeman bij PSV en FC Barcelona eerder had bezet. Zesmaal werd hij in zijn geboorteland tot voetballer van het jaar gekozen. Hij speelde 115 interlands voor Roemenië. Morgen zou hij er beginnen als voorzitter van de voetbalbond. Het komt er niet van. Vandaag is hij voor lange tijd de gevangenis ingegaan.

Gheorghe Popescu heeft de dictatuur in Roemenië meegemaakt. Een begenadigd voetballer als hij beschikte dan nog wel over privileges, maar toen hij zijn militaire dienstplicht moest vervullen, werd ook hij gedwongen bij Steaua Boekarest te gaan voetballen, de club waar de zoon van dictator Nicolae Ceausescu het als voorzitter voor het zeggen had. Na zijn diensttijd keerde hij terug bij Universitatea Craiova, zijn universiteitsclub waar hij als student bedrijfsmechanica was terechtgekomen. Gheorghe was een gelovige jongeman, lid van de Orthodoxe Kerk. Om zijn nek bungelde soms een koortje met een houten crucifix.

In 1989, het jaar waarin Ceausescu viel, vertrok Popescu, 22 jaar en bijgenaamd Gica, naar het Westen, naar Eindhoven. Bij PSV leerde hij Nederlands spreken met een licht Brabantse tongval. Met die transfer was wel iets vreemds. Anderhalf miljoen dollar betaalde PSV, voor een deel in elektronica van huissponsor Philips. Maar in Craiova vroegen ze zich af waar dat geld gebleven was. Waarom de salarisachterstanden van de spelers niet werden weggewerkt. Het antwoord: de senaat van de universiteit besteedde de transfersom liever aan modernisering van laboratoria.

In het ‘vrije’ Roemenië, waar hij zijn vakanties vierde, zag Popescu, die heus begreep dat er meer op de wereld was dan een bal die rond is, dat het kapitalisme nog niet perfect functioneerde: bedrijven hielden een monopolie en dus stegen de prijzen bij gebrek aan concurrentie. „Roemenië is opnieuw geboren en moet weer leren lopen”, zei hij.

Als voetballer maakte Gica indruk. „Zo zullen ze in Nederland nooit gemaakt worden, voetballers als hij”, schreef NRC Handelsblad. „Zoveel stijl, zoveel beheersing, zo’n sierlijke tred, zo’n koptechniek, zo’n traptechniek, zo’n sprongkracht, zoveel inzicht en zoveel fraaie doelpunten.” Intussen studeerde Popescu rechten. Want later wilde hij opkomen voor de rechten van de mensen, hij wilde „weten hoe ik mensen kan helpen tegen de onrechtvaardigheid in de wereld”. Alles wees erop: hier sprak niet alleen een goede voetballer, maar ook een goed mens.

Zijn carrière kende na zijn overgang van PSV naar Tottenham Hotspur een dip van een jaar, want in het Engelse voetbal van toen, lange halen en toch niet thuiskomen, was voor een begaafde technicus als hij weinig plek.

Johan Cruijff werd zijn redder. Hij haalde hem in 1995 naar Barcelona. De Nederlandse coach vond hem de ideale voetbalprof: „Popescu is echt een voorbeeld voor de andere spelers.” De liefde was wederzijds. Gheorghe, die als international ook als bijnaam Baciul, de Hoeder, had gekregen, noemde Cruijff in De Telegraaf de nummer één en de nummer twee van de wereld, op grote afstand gevolgd door de rest. „Als hij een vrouw was geweest, had ik elke ochtend geroepen: ik hou van jou”, zei de Hoeder.

Na Barcelona vervolgde hij zijn loopbaan bij Lecce in Italië, bij Galatasaray in Turkije en keerde na twaalf jaar terug naar Roemenië, naar Dinamo Boekarest. Hij had het er snel gezien: te veel corruptie in het Roemeense voetbal. „In deze sfeer kan ik niet voetballen.” Geen land voor een goed mens. Hij verkaste in 2003 naar Duitsland, Hannover 96. Dat werd ook geen succes, en hij wilde „geen geld incasseren dat je eigenlijk niet verdient”.

Vorige week werd Popescu (46) in Roemenië definitief veroordeeld voor het witwassen van geld en belastingontduiking. Drie jaar cel. Als bemiddelaar bij transfers van Roemeense voetballers naar het buitenland zou hij miljoenen hebben gesluisd naar rekeningen op de Maagdeneilanden en in Nederland. Mensenrechtenman met strijkstok.

    • John Kroon