En dan nu opdrachten scoren

Topsporters blinken uit in discipline, motivatie en omgaan met stress. Maakt dat ze ook succesvol op het werk?

Foto’s Mieke Meesen

Waar wordt Mark Tuitert ingenieur? Wie biedt Bob de Jong een baan aan? Ook al schaatsen ze nog even door, de Olympische Winterspelen in Sotsji waren hun laatste. Ze zijn gehuldigd en warm onthaald. Maar over niet al te lange tijd moeten ze de werkvloer op.

Het bedrijfsleven zou oud-topsporters met open armen moeten ontvangen, want de mentaliteit van de Nederlandse topsporters – zo’n 4.000 – zou bijdragen aan het succes van organisatie en werknemer. Zeggen althans belangenorganisaties van oud-topsporters. Maar klopt dat?

Arbeids- en organisatiepsycholoog Maud van Aalderen was een aantal jaren loopbaanbegeleider van olympische sporters. Ze somt op: topsporters blinken uit in doorzettingsvermogen, discipline, motivatie en omgaan met stress. Zij houden vast aan hun doelen tot ze die hebben bereikt, ze zijn bereid zich daar extreem voor in te spannen, zich veel te ontzeggen, pijn, stress en ander ongemak voor lief te nemen, en dat alles uit eigen vrije wil. „Een topsporter neemt zichzelf en zijn doelen serieus.”

Maar helpt dat ook op het werk?

De vaardigheden maken niet alleen topsporters succesvol, zegt Margriet Sitskoorn, hoogleraar neuropsychologie aan de Tilburg University. Zij onderzoekt onder meer hoe je topsporters beter kunt laten functioneren. „Ieder mens heeft ze nodig om waar dan ook succesvol in te kunnen zijn. ”

De vraag is hoe je werknemers topsportmentaliteit bijbrengt. Door een inspirerende middag met een (voormalige) topsporter, zoals bemiddelaars als Sportspeakers en Sport & Zaken beloven? Volgens opleidingsdeskundigen heeft een eenmalige speech of workshop geen invloed op de werkwijze van mensen. Voor blijvend effect moet je topsporters voor langere tijd in huis halen. Wie ziet hoe topsporters werken, leert daar veel meer van. Sitskoorn: „Een topsporter beheerst klaarblijkelijk de vereiste vaardigheden en kan uit eigen ervaring vertellen hoe hij of zij die met vallen en opstaan heeft aangeleerd, met welke ontberingen en teleurstellingen. Dat is dus een heel geschikt voorbeeld.”

Flexibiliteit in werkuren

Zo heeft Danny Nijhuis, manager in het ict-bedrijf van ING, sinds april vorig jaar judoka Esther Stam en waterpoloër Roeland Spijker parttime op de loonlijst staan. Ze kwamen binnen via het programma Goud op de Werkvloer van Randstad en NOC*NSF dat sinds 2010 topsporters begeleidt naar een baan gecombineerd met topsport. Bram Ronnes, zelf oud-topsporter en verantwoordelijk voor het programma, verwacht van topsportvriendelijke werkgevers flexibiliteit in werkuren en coulance bij de gevraagde werkervaring. „De topsporters stellen daar topsportcompetenties tegenover”, zegt hij. Zo ziet manager Nijhuis bij Stam en Spijker behalve discipline ook dat zij anders met collega’s omgaan. Ze schromen niet anderen op hun gedrag aan te spreken als ze denken dat het eindresultaat daarbij gebaat is.

Maar zo normaal als dat in de topsport is, zo lastig is dat op het werk, zegt zitvolleybalster Elvira Stinissen, die in 2008 brons won bij de Paralympische Zomerspelen van Beijing: „Je kunt mensen behoorlijk tegen je in het harnas jagen als je ze aanspreekt op afspraken die zijn gemaakt en niet worden nagekomen.” Een topsporter hoeft bij zijn prestaties meestal geen rekening te houden met de sociale context. Maar, zegt Sitskoorn: „Op je werk ben je ook verantwoordelijk voor de mensen om je heen”. Dat weet Stinissen uit ervaring. „Als teamsporter ligt het op je weg anderen te motiveren en mee te krijgen. Mij gaat dat goed af.”

Ongrijpbaar fenomeen

Topsporters zullen ontdekken dat hun collega’s op hun eigen manier gemotiveerd zijn, en heel andere doelen en drijfveren hebben. Nijhuis: „Dat maakt ze vindingrijk in het verzinnen van manieren om anderen mee te krijgen.”

De vraag is of dat lukt. Volgens Rob Vinke, hoogleraar personeelswetenschappen, is motivatie een ongrijpbaar fenomeen waar tientallen theorieën over ontwikkeld zijn. Vinke gaat ervan uit dat mensen het meest geprikkeld worden door een combinatie van goed leidinggeven, een prettige onderlinge samenwerking en het stellen en realiseren van persoonlijke doelen.

Wat betreft de eerste twee competenties is niet per se gezegd dat topsporters ze bezitten. Maar in het realiseren van hun doelen blinken topsporters wel uit, net als in het systematisch verbeteren van prestaties. Uit onderzoek blijkt dat topsporters hierop beter scoren dan de gemiddelde medewerker.

Werklunch met ex-sporters

Anderen kunnen hun voordeel doen met de ervaring van topsporters. Zo vertellen Spijker en Stam elke maand tijdens een werklunch met zo’n vijftien ING-collega’s hun persoonlijke verhaal. Dit zet, volgens manager Nijhuis, de collega’s aan tot denken over de vraag wat zij zelf willen in hun loopbaan en of ze het beste uit zichzelf halen met wat ze nu doen.

Presteren op het werk vergt echter veel meer complexe vaardigheden dan op het sportveld. „Denk aan empathie, diplomatie, sociale intelligentie”, zegt Sitskoorn. „Die zijn bij individuele sporten minder belangrijk.” En, heel belangrijk volgens haar, in een loopbaan word je continu beoordeeld en op verschillende prestaties. „Dat zie je in de meeste topsporten niet terug.”

Een hardloopwedstrijd winnen is iets anders dan een teamoverleg leiden, een patiënt verplegen of een schoolgebouw ontwerpen. Maar wil je daarin beter worden, dan is een aantal vaardigheden waar topsporters in uitmunt onmisbaar. Dus welke loopbaan Mark Tuitert en Bob de Jong straks ook kiezen, ze hebben een voordeel boven anderen. Of hun collega’s daar ook van profiteren, hangt ervan af of de oud-topsporters in staat zijn hun vaardigheden over te dragen. En of die collega’s daar iets van willen opsteken.

    • Toine Al