Een zelfportret hoeft niet te lijken

Nrc.next heeft weer een nieuwe ‘artist in residence’, Jenna Arts: „Ik ben een dromer, maar als illustrator probeer ik mijn focus meer op buiten te richten.”

Stel jezelf voor aan de lezers van nrc.next in een zelfportret. Dat vroegen we Jenna Arts (22), die de komende maanden op onze redactie werkt. Zij is de zesde kunstenaar die het predicaat ‘artist in residence’ draagt. Ze groeide op in het Brabantse Zeeland, en na het vwo werd ze toegelaten op de kunstacademie St. Joost in Breda.

Bij de redactie van nrc.next zit ze verscholen achter haar scherm stukken voor de krant te illustreren. Als je haar vraagt zichzelf in woorden te omschrijven, zegt zij: „Ik ben een kleine, wat teruggetrokken dromer. Mijn lievelingskleur is mintgroen, ik draag soms een hoed en het laatste concert dat ik bezocht was van Warpaint, het was magisch.”

Haar grote voorbeelden zijn Picasso en Modigliani om hun verbeelding van personen, Van Gogh om de voortdurende beweging in zijn landschappen en Magritte om het manipuleren van de werkelijkheid. Naast deze grootheden is zij onder de indruk van hedendaagse illustratoren als Keith Negley en David Ryski.

Haar getekende zelfportret bestaat uit blauw- en groentinten. Het zijn ‘kleuren van rust’, kleuren die bij haar karakter passen. We zien een vrouw, we zien een tafelpoot die een rechte lijn vormt met de arm van de vrouw.

Is alles bewust met elkaar verbonden?

„Mijn werk kenmerkt zich inderdaad door een bepaalde harmonie. Het heeft een grafisch karakter, is dromerig, laat je meevoeren, is contrasterend, eigenzinnig en heeft vaak niet één interpretatie.”

Zij zit op een tafel.

„Ik heb mezelf op een tafel getekend omdat ik het een ideaal meubel vind om het uitzicht buiten te aanschouwen, meer dan een stoel, want dan zit ik lager. Ik houd van hoogtes en overzicht hebben, misschien omdat ik klein ben. Ik had mezelf ook op een brug of op een dak kunnen tekenen.”

Welke technieken gebruik je?

„Ik ben goed met zowel potlood als pen. Hiermee leg ik de basis en wat er daarna gebeurt kan verschillen van nog meer potlood, nog meer pen, tot kleurpotlood, stift en digitaal inkleuren. Soms schilder ik ook een beetje. De laatste tijd gebruik ik structuren als pen- en potloodstreken, inktvlekken en papierstructuren die ik digitaal verwerk in mijn illustraties.”

Ben je gevormd op de academie?

„Je ontwikkelt al vanaf het begin een eigen stijl. In het tweede jaar op de academie kwam ik in contact met (toen nog) uitgeverij LJ Veen. Zij zochten een illustrator bij het debuut van Toine Heijmans. Met een veel te grote map vol werk ben ik toen naar Amsterdam afgereisd en met het manuscript kwam ik terug. Naast mijn schoolwerk heb ik in een paar weken de illustraties voltooid. Inmiddels is het boek verfilmd en uitgebracht in drie andere landen met mijn illustraties. Toen ik er midden in zat, was het allemaal moeilijk te bevatten en nu staat het alweer ver van me af. Ik ben trots, het was erg mooi en leerzaam om mee te maken, maar ik vind het ook gek om mijn illustraties van toen terug te zien. Mijn werk van nu is zo anders: mijn poster Je Meent Het staat meer voor hoe ik nu teken.

Welke opdracht vond je tot nu toe het leukste om te doen bij de krant?

„Het maken van een portret van Plasterk. Dat pakte goed uit. Ik bezit het talent goed realistisch te kunnen tekenen. Het portret van Plasterk heb ik tot mijn eigen verbazing erg snel en goed lijkend gemaakt, ondanks het feit dat ik al lang geen portret meer gemaakt had. Het was fijn om weer eens te doen. Ik maakte een schets van de contour van zijn gezicht en de belangrijkste kenmerken, om het vervolgens daaromheen te voltooien. Het is een kwestie van goed kijken en opperste concentratie. Portretten en realistisch tekenen hebben overigens niet mijn voorkeur, dat is dan ook de reden dat ik mezelf niet nagetekend heb.”

Een eigen interpretatie.

„Ja, ik vind niet dat een zelfportret nagetekend of realistisch hoeft te zijn. De kin en het gezicht vertonen niet per se gelijkenissen met mijn gezicht, maar vertonen wel de kenmerken van de personen en karakters die ik teken. Met dit ‘zelfportret’ wilde ik meer mijn stijl en een verhaal overbrengen, dan mijn fysieke persoon.”

Maar die dromerige blik?

„De vrouw is in haar gedachten ergens anders. Ik ben inderdaad een dromer en in deze fase van mijn leven nog meer. Net afgestudeerd ligt de wereld aan mijn voeten en passeren mogelijke scenario's voor de toekomst dagelijks mijn gedachten. Als illustrator probeer ik mijn focus meer op buiten te richten. Daarom zie ik deze stage als een goede oefening en uitdaging.”

Kan de nextlezer al een echte Jenna Arts herkennen?

„Mijn eerste illustraties voor nrc.next vertonen een zekere herkenbaarheid in de mensen die ik verbeeld. Het illustreren voor de krant en de bijbehorende druk zorgen ervoor dat ik eenzelfde manier van werken en illustreren toepas. Dat dit tot een bepaalde herkenbaarheid zou leiden, had ik van tevoren niet verwacht. Ik ben er nog niet uit of ik dit als positief of negatief ervaar. Dit heeft als gevolg dat ik de komende twee maanden nog veel zal gaan experimenteren. De illustratie van Plasterk is daar een voorbeeld van.”

Jouw werk is moeilijk te definiëren. Eerst zag ik een nieuw soort Fiep Westendorp, maar jouw werk is subtieler. Een subtiliteit die richting Escher gaat. Wat vind je van zulke vergelijkingen?

„Ik vind het ook moeilijk om mijn eigen werk te definiëren. Ik ben nog zoekende, daarom experimenteer ik veel met technieken en stijl. Maar de vergelijking met Escher is vaker om de hoek komen kijken. Ik vind het een groot compliment.”

Dubbele betekenissen, gezichtsbedrog.

„Ik kan me voorstellen dat in mijn lijnenspel een gezichtsbedrog kan schuilen, maar dat heb ik nooit zo bedoeld. De kijker heeft een bepaalde vrijheid in de interpretatie van mijn beelden. Dus ja, door deze vrijheid zitten er dubbele betekenissen in mijn werk.”