Brand in het chalet

De mascotte van Vitesse is een arend. Foto Pics United

Naar de uitwedstrijd tegen NAC Breda werd uitgekeken, van alle wedstrijden was dit een van de gezelligste. We – Vitesse-persvoorlichter Ester Bal, Vitesse-fan en ex-sponsor Willem Osterloh en ik – verzamelden voor het huis van Theo Janssen in de Arnhemse wijk Schuytgraaf. Er was niemand thuis.

We gingen op de stoep zitten. Willem, die de helft van het jaar in Thailand woonde, zei dat hij de verrichtingen van zijn club er tot zijn verbazing gewoon kon volgen op televisie. Hij was er wel eens midden in de nacht gebeld door Vitesse-keeper Piet Velthuizen met de vraag of hij in Thailand makkelijk aan tijgers kon komen. „Piet is helemaal klaar met koi-karpers als hobby, hij vindt tijgers mooier.”

Het verbaasde me niet, zelf vond ik tijgers ook leuker dan koi-karpers. Willem legde Piet uit dat er een tijdsverschil was tussen Thailand en Nederland en dat het bij hem midden in de nacht was. „Dus liever later terug bellen.”

Een kwartier later belde de keeper weer, waarmee hij het begrip ‘later’ een nieuwe dimensie gaf. Nu met de vraag of Willem hem geen lap grond wilde verkopen, waarop hij dan een huis met twee zwembaden wilde laten bouwen. Willem: „Een met werm en een met koud water.”

Daarna hoorde hij er nooit meer wat over.

Piet koos voor een tweede huis in de buurt, dat hij omdat het deels van hout was ‘mijn chalet’ noemde. Ik kende de plek. Ik groeide op in Velp, een dorp aan de IJssel. Op zomerse dagen dwong mijn vader zijn kinderen tot fietstochten. Honderden keren gingen we met het pontje naar de overkant van de rivier, waar hij dan in het dorpje Lathum trakteerde op ijs. Op de plaats van de ijscoman stond nu het splinternieuwe chalet van Piet Velthuizen.

Stond.

Een paar dagen voor de wedstrijd tegen NAC vloog het door kortsluiting in brand. Een buurman filmde de brand met zijn mobiele telefoon en verkocht de beelden aan diverse zenders, waardoor de keeper later dacht dat er vier cameraploegen voor zijn huis hadden gestaan. „We sliepen voor de eerste keer in ons nieuwe huisje”, had Piet gezegd. „Gelukkig is mijn twee engeltjes en mij niets overkomen. Dit wens je niemand toe.”

Van trainer Peter Bosz mocht hij, om even bij te komen van de schrik, op eigen gelegenheid naar Breda reizen en hoefde hij niet mee met de spelersbus, die al een dag eerder was vertrokken. „Ik heb geen moment getwijfeld, maar wel overleg gehad met mijn vrouw en kind die ook rook hebben ingeademd”, had Piet gezegd.

Ik vond dat Piet de dingen altijd mooi verwoordde.

„We hebben wel even overleg gehad”, herhaalde ik.

Ester lachte, maar had ondertussen al weer andere dingen aan het hoofd. „Waar blijft die Janssen nou?”

Een kwartier later reed Theo ons met zijn Audi voor de lol bijna omver. Hij droeg een zonnebril en had een goed humeur. „Waar bleef je nou?” zei Ester. „De zon schijnt toch”, zei Theo. Hij zei dat hij die middag was gaan scouten. „Ik ben dus al aan het werk geweest, dat kunnen jullie niet zeggen.”

Hij had nog geen talent ontdekt.

We gingen met zijn auto, een automaat waarin de stoelen verstelbaar waren, waarvan het dak open kon en waarin het dashbordkastje vol lag met opschrijfboekjes vanwege de nieuwe baan.

Ester reed.

Ik gaf hem een exemplaar van nrc.next, waarin het zes pagina’s over hem ging. Hij las het aandachtig. „En?” vroeg ik. „De foto’s zijn wel mooi”, zei hij.

We aten biefstuk in een bistro in Breda, waar ze allemaal met Theo op de foto wilden en waar een oude zanger met een gitaar optrad, die naast de ex-speler knielde en keihard ‘La Bamba’ naar hem zong.

Theo: „Ik heb nog nooit zo graag naar het stadion gewild.”

We zagen Vitesse met 1-2 winnen, mede dankzij een uitblinkende Piet Velthuizen, die negentig minuten was uitgescholden voor ‘pyromaan’. Een feitelijke onjuistheid, die hij vanwege de verzekering zo snel mogelijk uit de wereld wilde hebben.

    • Marcels Vitesse