België en Duitsland subsidiëren hun havens, niet best voor Rotterdam

illustratie Pavel Constantin

De Nederlandse zeehavens lopen lading mis doordat Vlaanderen en Duitsland hun havens structureel subsidiëren. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Level playing field’ van RHV-Erasmus Universiteit en Ecorys in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. In onder andere Hamburg en Antwerpen betalen overheden fors mee aan haveninvesteringen, die de Nederlandse havenbedrijven zelf financieren . Daardoor kunnen de buitenlandse havens lagere tarieven aan hun klanten berekenen. Nederland loopt daardoor lading, werk en inkomsten mis. De onderzoekers becijferen dat Rotterdam nu een miljoen TEU-containers per jaar misloopt. De Nederlandse economie mist hierdoor een toegevoegde waarde van 300 miljoen euro per jaar. Het onderzoek schetst bijvoorbeeld dat de aanleg van het Antwerpse Deurganckdock 570 miljoen euro kostte, waarvan het Vlaams Gewest ruim driekwart betaalde. In Noord-Duitsland betaalt de overheid ook mee aan haveninfrastructuur en passen de deelstaten de verliezen van de havenbedrijven bij. In Nederland financieren de havenbeheerders de haveninfrastructuur zelf. Het Havenbedrijf Rotterdam legde Maasvlakte 2 voor eigen rekening en risico aan. De bijdrage van het Rijk aan dat project wordt met rente terugbetaald. Als Zeeland Seaports een containerterminal wil realiseren krijgt het géén financiële steun van de overheid, zoals in het dertig kilometer verderop gelegen Vlaanderen wel gebruikelijk is. Bovendien betalen de verzelfstandigde Nederlandse havenbedrijven ook nog dividend aan de overheid: het Havenbedrijf Rotterdam vorig jaar 86 miljoen euro en Amsterdam 40 miljoen euro . Realiteitszin en overtuiging vergen dat wij als zeehavens er niet voor pleiten om ook gesubsidieerd te worden. Wel moet de Europese Unie haast maken met het organiseren van een gelijk en eerlijk speelveld. Alleen dan is concurrentie eerlijk. Daarvoor zijn drie acties nodig. De eerste is alle Europese havens niet (óf op dezelfde manier) te subsidiëren. De tweede is het stopzetten van de invoering van vennootschapsbelasting voor de Nederlandse havenbedrijven. De havenbedrijven in onze buurlanden betalen die de facto ook niet. Alleen al voor het Havenbedrijf Rotterdam zou dit een extra lastenverzwaring van ongeveer 50 miljoen euro per jaar betekenen. De derde is het tegengaan van ‘nationale koppen’ op Europese regels. Zo geldt op basis van dezelfde Europese regelgeving in Duitsland pas een vergunningplicht bij stikstofemissies als die zeven keer zo groot zijn als in Nederland.

Dick Gilhuis Harm D. Post Ferdinand van den Oever

    • Dertje Meijer
    • Dick Gilhuis
    • Harm D. Post
    • Ferdinand van den Oever