Zelfs zij snapten ‘die rotcrisis’ niet

Zeventien financiële kopstukken debatteren al ruim vijf jaar over de crisis – tijdens diners vol heftige armgebaren. Nog steeds zijn ze er niet uit.

Debatclub Het Crisisdiner, gisteren geportretteerd in de Amsterdamse Waag. Staand van links naar rechts: Ewald Engelen (hoogleraar financiële geografie UvA), Marco Groot (ex-aandelenhandelaar Rabobank), Wouter Bos (ex-minister van Financiën), Tom van der Lee (Oxfam Novib),Bernard ter Haar (ex-topambtenaar ministerie van Financiën), Robin Fransman (ex-adjunct-directeur Holland Financial Centre), Leo van Eerden (docent Financiering VU), Bas Jacobs (hoogleraar economie Erasmus Universiteit), Kees Vendrik (lid Algemene Rekenkamer), Egbert Kalse (adjunct-hoofdredacteurNRC Handelsblad), Matthew Steinglass (correspondentThe Economist). Zittend van links naar rechts: Robert Went, Arthur van Riel (beiden Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid), Marc Langeveld (hedgefondsmanager Antaurus), Roel Janssen (ex-financieel redacteurNRC Handelsblad), Harald Benink (hoogleraar banking & finance, Universiteit Tilburg), Maarten Schinkel (columnistNRC Handelsblad). Foto David van Dam

Wat gebéurt er allemaal? Kort na de val van Lehman Brothers, september 2008, en de daarop volgende paniek op de financiële markten, hadden GroenLinks-parlementariër Kees Vendrik en Egbert Kalse, financieel verslaggever van deze krant, hulp nodig. Ze snapten niet voldoende wat er gebeurde. Hoe kon een regionale crash op de Amerikaanse woningmarkt zo’n mondiale ravage aanrichten?

Vendrik, nu lid van de Algemene Rekenkamer, en Kalse, nu adjunct-hoofdredacteur, riepen de hulp in van andere deskundigen. Aldus ontstond een discussieclub die drie, vier keer per jaar bijeen kwam in de Amsterdamse Waag, voor een crisisdiner. Een bont gezelschap van zeventien prominenten: politici, bankiers, economen, ambtenaren en journalisten. Allemaal zijn of waren ze nauw bij de crisis betrokken.

Over vrouwen en voetbal spreken ze naar eigen zeggen nooit – dineren is een serieuze gelegenheid. Het clubje fileerde dé thema’s van de financiële crisis: het dreigende uiteenvallen van de eurozone, de zwakheid van de banken en het begrotingsbeleid in Europa. Vrijdag verscheen hun bundel, Het Crisisdiner, gebaseerd op al wat ter tafel kwam. Gisteren gingen de heren in debatcentrum de Balie met elkaar in discussie over deze drie meest prangende kwesties.

1Bezuinigen is wel/niet goed in tijden van crisis

De onderlinge verhoudingen moesten voorafgaand aan het debat nog even worden gladgestreken. Twee prominente leden van het debatclubje, Wouter Bos en Bas Jacobs, vlogen elkaar vorige week nog publiekelijk in de haren. Die gekke Keynesianen zitten ernaast, schreef Bos in de Volkskrant. Die denken namelijk dat bezuinigen een crisis alleen maar erger maakt. „En kijk nou eens, het blijkt niet zo te zijn!”, schreef Bos, verwijzend naar de positieve groeicijfers die vorige week werden gepresenteerd. Zoveel naïviteit wekte irritatie bij Keynesiaan Jacobs, die terugsloeg in een eigen column. Titel: Het ongelijk van Wouter Bos. Die cijfers van Bos zijn nog heel prematuur, schrijft Jacobs. En de economie had veel sneller kunnen groeien, door niet „massaal” te bezuinigen. De twee heren werden even het podium opgeroepen – om het goed te maken. Bos bond als eerste in: hij had het allemaal „niet zo definitief” bedoeld. „Mijn column staat vol vraagtekens. Die heeft Jacobs als uitroeptekens gelezen.”

2De kapitaalbuffers van banken zijn wel/niet hoog genoeg

Met het uitnodigen van Ewald Engelen wist de debatclub zich verzekerd van vurige debatten en rondvliegend speeksel. Ook gisteravond koos de financieel geograaf voor opzwepende taal („Ja, wat ik nu zeg is populistisch”), gevloek („Die rotcrisis, potdomme!”) en persoonlijke uithalen. Die laatste kreeg Robin Fransman te verduren, die tweede man was van de niet onomstreden en inmiddels geliquideerde lobbyclub Holland Financial Centre. Engelen viel hem aan op de onwelwillende houding van Nederlandse banken om voldoende kapitaalbuffers aan te houden om nieuwe klappen op te vangen. „Dankzij uw functie, ja!” Vijf procent is nog te weinig. Nee, riposteerde Fransman, het percentage eigen vermogen maakt uiteindelijk niet zo veel uit. „Je kunt failliet gaan bij 2 procent eigen vermogen en ook bij 20 procent. Er zijn meer vermogensverschaffers, zoals obligatiehouders.” Fransman vindt het goed dat met de aanstaande Europese bankenunie banken „gecontroleerd failliet kunnen gaan”.

3Een referendum over de euro is wel/geen goed idee

Een referendum over de euro? Ja hoor, zei Wouter Bos tot verbazing van zijn gehoor. „Ik durf het aan.” Het gebrek aan democratische legitimiteit kan volgens Bos namelijk maar op één manier ondervangen worden: vraag aan het vólk of ze zin hebben in ‘meer’ Europa. En dan geen slappe tussenopties. All the way, óf de unie uit – de Europese Monetaire Unie, voor alle duidelijkheid. Het publiek was sceptisch. „Snapt de burger het verschil tussen de EU en de EMU wel?” Geen probleem, volgens Bos. „Die kennen toch ook het verschil tussen het CDA en de SP?” En de financiële markten dan, zeiden experts bezorgd. Een referendum veroorzaakt „grote paniek”, voorspelde hedgefondseigenaar Marc Langeveld. „Daar zou ík wel aan kunnen verdienen”, zei hij – maar de rest van het land niet. „Als we het referendum niet aandurven uit angst voor financiële markten zijn we in zes jaar geen klap opgeschoten, wierp Bos nog tegen – maar het is onvoldoende om zijn ‘crisisdisgenoten’ te overtuigen.