Wees geen krent als je in een exotisch land bent

Nederlanders in Afrika en Azië leiden een luxeleven voor een zo laag mogelijke prijs. Door vast te houden aan de lokale prijzen houden zij de armoede in stand, stelt Jan Hoek.

Als je op vakantie gaat of gaat wonen in een ontwikkelingsland, dan ben je opeens rijk. Dit is vooral een kwestie van een gunstige wisselkoers. Toch gaan de meeste westerlingen vanzelf denken dat ze recht hebben op de nieuwe luxe die ze opeens hebben. En in plaats van dat we heel gul worden van het plotseling rijk zijn in een arm land, krijgen we vooral een obsessie met niet te veel betalen.

Ik ga als fotograaf vaak voor langere tijd naar Afrika en Azië om op één plek aan een project te werken. Ook ik kan in een arm land opeens rijk leven. Ik reis bijna alleen met de taxi, want dat is even duur als bij ons de tram. Ook heb ik dan mensen nodig die voor me werken, bijvoorbeeld iemand die me assisteert en tolkt. En soms als ik in een huis woon dan wil ik een bewaker en iemand die voor me kookt en schoonmaakt. Dat klinkt misschien decadent, maar alle westerlingen doen dat. Zonder die beveiliger ben je niet veilig. Zonder iemand die kookt moet je zelf kippen slachten en ugali stampen. Bovendien help je mensen aan werk en in veel landen word je er zelfs op aangekeken als je er gaat wonen zonder mensen een baan te bezorgen. Maar bovenal is het ook gewoon heel erg fijn dat je je deze luxe opeens kan permitteren.

Het eerste wat iedereen doet als ze naar een nieuw land gaan is op zoek gaan naar de ‘lokale prijzen’ voor taxi’s en personeel. En daarvoor vraag je advies aan een backpacker die er al maanden zit of een expat die er al jaren woont. De backpacker zal je vertellen dat je nooit meer dan ‘zoveel dingetjes’ voor een taxi moet betalen en dat je kunt afdingen op alles (massages, kamers, eten, seksuele diensten). In de provinciestad Arusha in Tanzania kwam ik terecht bij expat Pia die er al dertig jaar woont en alle nieuwe Nederlanders adviseert. Ze hield me een simpel rekensommetje voor. Het lokale salaris voor een bewaker is 100.000 shilling per maand (minimumloon is de helft daarvan), een leraar op middelbare school verdient 200.000 en een manager 300.000. Iemand die je assisteert moet je betalen als manager, dus 300.000 gedeeld door 30 is 10.000 shilling per dag. Ongeveer 4,50 euro. Een koopje! Ik mocht absoluut niet meer betalen, dan verpest je de lokale economie en verlies je respect bij de locals.

Mijn bewaker had zelf geen voordeur

Maar is een lokaal salaris betalen wel zo eerlijk? Mijn zestigjarige Tanzaniaanse bewaker Joël liet me zijn eigen huis zien twee straten verderop. Terwijl mijn huis nog groter was dan het huis van mijn ouders in Nederland, had hij zelfs geen voordeur. Hij woonde in één kamer. Hij had nauwelijks bezittingen, want als hij ’s nachts op huizen van blanken past, wordt zijn eigen huis leeg geplunderd. Met het geld dat hij als bewaker verdient kan hij in zijn basisbehoeftes voorzien, maar hoe hij ooit een voordeur moet betalen dat weet hij niet. Veel mensen in een ontwikkelingsland leven van minder dan een dollar per dag, dus zijn blij met elk salaris. Maar dat betekent niet dat een lokaal salaris inhoudt dat ze goed kunnen leven. Ze kunnen misschien rijst kopen en net de huur betalen, maar dingen als schoolboeken voor hun kinderen, een lekker bed, familie opzoeken in een andere stad, dat kan allemaal niet.

Opvallend is dat overal waar ik kom Nederlanders zodra ze in een armer land zijn massaal een gigantisch huis nemen en legers aan personeel om dat huis te onderhouden. Of je nou in India, Indonesië of Ghana bent, het is niet ongebruikelijk landgenoten te treffen die worden bijgestaan door drie bewakers, twee tuinmannen, twee kindermeisjes, een kok en een schoonmaakster. Dit zijn niet per se hele rijke Nederlanders, maar ook de ontwikkelingswerkers, journalisten, leraren. De mensen die bij ons gewoon in een eenvoudig rijtjeshuisje zouden wonen. Voor toeristen geldt hetzelfde: die leven vaak een luxeleven, met legers van mensen die ze bedienen en die allemaal dat lokale salaris krijgen waar ze eigenlijk niks mee kunnen.

Alsof ik thuis een zwembad heb

Een bijeffect is dat mensen daar denken dat dit onze standaard is. In de meeste Afrikaanse landen vinden mensen het moeilijk voor te stellen dat ik thuis geen huis met zwembad heb. Dat in alle ontwikkelingslanden iedereen altijd naar ‘het Westen’ wil, heeft veel te maken met het beeld dat wij in hun land van onze levensstijl geven. Meer nog dan, zoals altijd wordt gezegd, het beeld dat de media over het Westen geven. Mijn hoogopgeleide assistent in Tanzania vertelde me dat hij een tijdje werkte bij een safari company waar hij precies hetzelfde werk deed als een westerse collega. Alleen die westerse collega kreeg letterlijk tien keer zoveel betaald. Toen hij vroeg waarom zei het bedrijf: „Omdat hij een hogere levensstandaard heeft.” Maar ook mijn assistent wil graag zijn kinderen op de betere scholen les laten krijgen en in een veilige wijk wonen met een mooi huis.

Ik las laatst dat de definitie van armoede in tegenstelling tot wat wij denken niet in geld is uit te drukken (zoals in de minder dan een dollar per dag-regel). Maar dat armoede veel meer gaat over wat je hebt ten opzichte van anderen. Als iedereen in een gemeenschap relatief weinig heeft maar wat er is wel gelijk verdeelt, dan voelt niemand zich arm. Pas als mensen zien dat anderen ontzettend veel meer hebben gaan ze zich arm voelen. Als je dus heel veel personeel neemt, maar je betaalt ze allemaal minimumloon dan heb je wel meer mensen aan een baan geholpen (wat ook fijn is, want dan gaan ze niet dood van de honger), maar je drukt ze ook met hun neus in wat ze allemaal niet hebben.

Ik wil helemaal niet bepleiten dat Nederlanders in het buitenland precies zo moeten gaan leven als de locals. En ook niet dat op wereldwijd niveau het communisme ingevoerd moet worden. Een gunstige wisselkoers is een leuke stimulans om juist wel naar de wat armere landen te gaan en daar opeens veel meer te kunnen spenderen. Wel hoop ik dat we allemaal gaan proberen ons iets minder Nederlands te gedragen en niet alles zo goedkoop mogelijk te willen. Niet meer de taxichauffeur verrot schelden als hij 20 cent te veel vraagt. En laat iets minder mensen voor je werken, maar zorg dat de mensen die voor je werken bijvoorbeeld wel geld hebben voor een voordeur.

    • Jan Hoek