VS en EU willen graag vrijhandel – tot het concreet wordt

Europa en de VS onderhandelen over het mega-handelsakkoord TTIP. Maar nu duidelijk wordt welke concessies daarvoor precies nodig zijn, krijgen sommige politici koudwatervrees.

Roquefortkazen in een Franse fabriek. Foto Bloomberg

De Europese en Amerikaanse onderhandelaars die vanochtend in Brussel aanschoven voor de vierde onderhandelingsronde over het Europees-Amerikaanse handelsakkoord TTIP (Trans Atlantic Trade and Investor Partnership, spreek uit Tietip), gaan een zware week tegemoet.

Met het handelsakkoord willen de VS en de EU hun gezamenlijke economieën een forse impuls geven. Het akkoord gaat verder dan het elimineren van tarieven alleen: het draait vooral om het gelijk trekken van voorschriften en veiligheidsstandaarden, investeringsbescherming en het over en weer vrijgeven van de aanbesteding van diensten. Zo kan de economie van de EU met 120 miljard euro groeien en die van de VS met 90 miljard, liet de Europese Commissie onderzoeken.

Bij het begin van de onderhandelingen in de zomer van 2013 zetten Amerika en Europa in op een fiks tempo. Het moest mogelijk zijn het akkoord „op één benzinetank” te sluiten, zoals de Amerikaanse minister van handel Michael Froman het uitdrukte.

Maar tijdens de drie verkennende rondes bleek de kloof tussen de partijen, bijvoorbeeld als het gaat om het al of niet opnemen van financiële regulering in de besprekingen, veel dieper dan gedacht. En nog voordat deze week voor het eerst echt onderhandeld wordt over onderwerpen als openbare aanbesteding, de herkomstbescherming van voedsel (denk aan bijvoorbeeld Parmaham of Roquefort) en landbouw, doken nieuwe hordes op.

Het elimineren van de nog weinige trans-Atlantische handelstarieven, iets wat beide partijen graag willen, had makkelijk moeten zijn. Maar de Europeanen zijn teleurgesteld omdat het bod van de VS vergaand achterbleef bij de 96 procent van de tarieven die de EU wil wegnemen (de uitzondering bestond uit vlees). De EU heft nu nog relatief hoge importheffingen op auto’s en verpakt voedsel uit de VS. Europa wacht nu op een nieuw Amerikaans bod. „Dit kan ook tactiek zijn”, zegt Marietje Schaake, D66-europarlementariër en TTIP-expert. „Amerikanen gaan er vaak hard in om onderhandelingsruimte te creëren.”

De tarieven zijn niet het eerste onderwerp dat vertraging oploopt. In januari kondigde EU-handelscommissaris Karel de Gucht eenzijdig een moratorium van drie maanden aan op onderhandelingen over het omstreden arbitragemechanisme ISDS. Zo wilde hij tegemoet komen aan de bezwaren van vooral linkse parlementariërs en ngo’s, die menen dat aparte, besloten arbitrage voor bedrijven democratie ondermijnt. Via ‘Investor-State-Dispute-Settlements’ kunnen bedrijven regeringen aanklagen als zij hun investeringen door overheidsbeleid in gevaar zien komen. De EU wil ISDS in licht aangepaste vorm in het handelsakkoord opnemen, blijkt uit een aan de Duitse krant Die Zeit gelekt onderhandelingsdocument. De Amerikanen lijken hiertoe vooralsnog niet bereid.

De Guchts moratorium heeft de maatschappelijke onrust ondertussen niet kunnen wegnemen. Ngo’s in de VS en EU blijven hameren op het gebrek aan openheid van de onderhandelingen. En al verzekert De Gucht keer op keer dat „geen enkele standaard in Europa verlaagd zal worden vanwege dit handelsakkoord” en verkleint hij daardoor zijn speelruimte, toch blijven ngo’s ervan overtuigd dat TTIP op termijn de weg vrijmaakt voor het winnen van schaliegas, het toelaten van Amerikaans hormoonvlees en genetisch gemanipuleerd voedsel en het verlagen van niveaus van privacy- en consumentenbescherming.

Maar ook politici krijgen last van koudwatervrees. In de VS liggen de Democraten in het congres dwars. Ook blijkt het vrijgeven van openbare aanbesteding niet te rijmen met de 'buy American’ wetten van sommige Amerikaanse staten, waardoor Europese parlementariërs vrezen met een wassen neus te worden opgescheept. In Europa zien politici in federale staten zoals Duitsland ook mogelijkheden zich met TTIP te profileren: de Beierse minister van financiën Markus Söder (CSU) riep vorige week op er een referendum over te houden.

„We worstelen met mensen die anti-Europees, anti-Amerikaans, anti-vrijhandel zijn,” zei de Finse minister voor Handel, Alexander Stubb, recent. De onderhandelaars staan deze week onder flinke druk: op 26 maart komt president Obama naar Brussel om met de Europese president Van Rompuy en Europese Commissie-voorzitter Barroso over TTIP te praten.