Opinie

Theo Bukowski

Links: Ontwerp voor het Second Livestock-kippenhok met cilinders.Rechts: De virtuele wereld waarin Second Livestockkippen leven.

In de trein naar Utrecht lees ik zaterdag nrc.next. Het interview van Marcel van Roosmalen met Theo Janssen. De verslaggever zit met Vitesse-voorlichter Ester Bal in het Griekse restaurant Delphi in Arnhem op Theo te wachten. Het is Theo’s favoriete restaurant, hij is bevriend met uitbater Jorgos.

„Even later gooide Theo Janssen de deur open. ‘Wat heb jij gisteren allemaal in dat ei geflikkerd?’ vroeg hij aan Jorgos, na een korte omhelzing. ‘Ik heb, ik zweer het, zes uur op de plee gezeten.’

Jorgos: ‘Jij wilde ei met alles erop en eraan, dan ga ik dat maken. Kan jouw lichaam niet tegen groentes of zo?’ Theo: ‘Groenten? Je had er van alles ingegooid, ook friet.’ Jorgos: ‘Dat is toch je lievelings? Ik dacht: die is gestopt, die hoeft nergens meer op te letten. Ik verwen je.’ Ester tegen Theo: ‘Hoe gaat het?’ Theo: ‘Aan de schijt dus.’”

Theo is net met voetballen gestopt, iedereen wil met hem praten, maar hij heeft geen zin in al die talkshows. Paul Witteman vindt hij te oud en te saai, bij Humberto Tan moet hij ‘de hele tijd met die soapsterren over voetbal meelullen’ en bij PowNews willen ze alleen maar een geintje met hem maken: „Lachen, maar dat weten we nu wel.” Hij vraagt voor welke krant Van Roosmalen ‘nu weer’ schrijft. „NRC NEC?”

Het interview is nog maar net begonnen en ik ben al drie keer in de lach geschoten. Met welke andere Nederlandse voetballer valt zo’n interview te maken? Wat maakt hem zo ontwapenend in dat verzenuwde voetbalwereldje?

Theo Janssen blijft zoveel mogelijk zichzelf, hij wil zich aan niemand ondergeschikt maken en reduceert grote reputaties in enkele woorden tot bescheiden proporties. Daarna steekt hij een sigaretje op.

„Ik vind het echt heel-heel erg dat je gestopt bent”, zegt iemand tegen hem. Theo: „Ik niet. (…) Ik was er klaar mee. Ik hoop dat iedereen me nu met rust laat.”

Ik blader door in nrc.next en beland achterin bij een kort verhaal van Charles Bukowski, wiens boeken in Nederlandse vertaling opnieuw worden uitgegeven. Ik mag hem graag lezen als ik een poos zware, literaire kost heb verwerkt. Na één shot Bukowski kun je er weer even tegen, na twee shots val je ook bij hem in slaap.

Bukowski draait met grappige onverschilligheid rond in een klein wereldje van nutteloze mannen en moeilijke vrouwen. In het fragment in nrc.next krijgt hij het aan de stok met een vrouw die vindt dat ze meer ‘potentieel’ heeft dan hij. „ ‘Potentieel’, zei ik, ‘heeft geen moer te betekenen. Je moet het doen. Bijna iedere baby in de wieg heeft meer potentieel dan ik.’”

Ik lees het en denk: Theo Janssen. Vermoedelijk heeft Theo nog nooit een letter van Bukowski gelezen, maar dat hoeft ook niet. Theo is zelf al een terugkerend personage in het oeuvre van Bukowski. Hij is even plat, direct, onverstoorbaar en slim als de alter ego’s van Bukowski.

Ik hoefde na thuiskomst maar even te bladeren in al die boeken om een scène tegen te komen, die enkele ingrediënten bevatte uit het interview in Delphi. Uit Een kwaaie kater: „Kevin draaide er een punt aan, veegde zich af, spoelde door, waste zijn handen als een beschaafd mens en liep de keuken in. Gwen had de bacon al in de pan liggen. Ze schonk een kop koffie voor hem in. ‘Bedankt.’ ‘Roerei?’ ‘Roerei.’ ‘Tien jaar getrouwd en altijd zeg je ‘roerei’.’ ‘Ik verbaas me er meer over dat jij het nog steeds vraagt.’”

Frits Abrahams