Radicaal, aimabel operavernieuwer

Gerard Mortier (1943-2014)

Legendarisch intendant van de opera’s in Brussel, Parijs, New York en Madrid maakte van opera weer echte ‘Gesamtkunst’.

Hij ontketende een revolutie in de conservatieve internationale operawereld, hij was sterk omstreden, compromisloos en radicaal. Maar hij bracht zijn controversiële boodschap van permanente vernieuwing altijd op een zachte, uiterst beminnelijke toon; wat hij vond, was immers volstrekt vanzelfsprekend.

Hij had verrassende ideeën („Ik zou Aida brengen als kameropera”), rekende af met loze conventies, met operabezoek als een plezierig ‘avondje uit’ met zingende kostuums. Hij bracht klassieke en nieuwe opera’s als eigentijdse kunst waarover het publiek echt moest nadenken.

Gerard Mortier, een Gentse bakkerszoon die de leider werd van de opera’s in Brussel, Parijs, New York en Madrid en negen jaar de Salzburger Festspiele leidde, overleed gisternacht op 70-jarige leeftijd in Brussel aan alvleesklierkanker. Tussen 1981 en 1991 baarde Mortier als opera-intendant van de Munt in Brussel opzien met lucide en nog steeds legendarische voorstellingen, zoals La clemenza di Tito, La finta giardiniera van Mozart en Verdi’s La traviata in ensceneringen van zijn eerste sterregisseur Karl-Ernst Herrmann.

Het waren verbluffende combinaties van pure esthetiek, verbazingwekkende theatertechniek en schokkende dramatiek. Voor Mozarts altijd als frivoliteit gepresenteerde opera Così fan tutte maakte Herrmann een 180 meter breed achterdoek dat traag voorbijschoof. Stralende zonnigheid vergleed naar een dreigende loodgrijze hemel, terwijl vier jongelui zichzelf voor de rest van hun leven elke illusie over ware liefde ontnamen.

Gerard Mortier, die na zijn studiejaren in Gent zijn eerste actieve ervaringen met opera opdeed in Duitsland, legde sterk de nadruk op dramaturgie. Diepgaande analyse van het werk voorzag de voorstelling van meer lagen, waarin het publiek zijn weg moest zoeken. Hij kwam met eigenzinnige operaregisseurs als Achim Freyer, Herbert Wernicke, Willy Decker en Peter Mussbach. Maar hij haalde ook theaterregisseurs als Patrice Chéreau, Peter Sellars en Peter Stein, choreograaf Maurice Béjart, schilder Anselm Kiefer en videokunstenaar Bill Viola naar het operapodium. Zo werd opera weer de kunstvorm die alle kunsten integreerde: het Gesamtkunstwerk.

Na tien jaar in Brussel kwam in 1991 Mortiers onwaarschijnlijke benoeming als opvolger van Herbert von Karajan bij de Oostenrijkse Salzburger Festspiele, ’s werelds meest prestigieuze en duurste kunstenfestival. Onvermijdelijk was een lange reeks conflicten, ook met de dirigenten Nikolaus Harnoncourt en Riccardo Muti, in de stad die wil leven van onomstreden cultuurtoerisme.

Mortier nam er in 2000 zijn ontslag , uit protest tegen de regeringsdeelname van de partij van rechts-conservatief Jörg Haider, „op wie de hoteliers en restaurateurs stemmen”. Hij vreesde voor verwording tot „een jodelfestival”.

Bij de New York City Opera stapte hij op nog voor hij daar in 2009 was begonnen, omdat door de kredietcrisis het budget verdampte.

Twee opera’s die Mortier voor de New York City Opera had laten componeren, kregen hun wereldpremière in Madrid: The Perfect American van Philip Glass in 2011 en Brokeback Mountain van Charles Wuorinen op 28 januari dit jaar, geregisseerd door Ivo van Hove.

Mortier was in Madrid eerder ontslagen, nadat hij het conservatieve publiek daar had uitgemaakt voor ‘nouveau riche’ en zei dat zijn opvolger beslist geen Spanjaard mocht zijn. Uiteindelijk bleef hij als ‘adviseur’. In The New York Times, die hem betitelde als „een intellectuele provocateur”, zei hij vorige maand nog dat hij zou vechten tot het laatst.

België reageert verslagen op de dood van Mortier, die sinds 2007 baron was en die op 31 mei de eerste Mortier Award voor innovatieve leiders in muziektheater zou krijgen. Peter de Caluwe, de huidige intendant van de Munt, noemt hem „charismatisch en daadkrachtig” en roemt zijn onafhankelijke geest, „die het aanzicht van de culturele wereld in ons land en daarbuiten blijvend heeft bepaald”.

De Vlaamse Opera, waarvoor Mortier in 1988 als intendant het fundament legde, ziet in hem „de artistieke vader van een hele generatie kunstenaars en denkers”. Zijn heengaan is „niet enkel voor de operawereld maar voor de hele kunstwereld een groot verlies”.

    • Kasper Jansen