Column

Praat Nederlands

‘In Rotterdam spreken we Nederlands’, zegt de gewraakte VVD-poster. Terwijl de discussie hierover oplaaide (‘Walgelijk!’ ‘Nee, fantástisch!’), was ik bezig met Frankrijk, waar ze ook Nederlands spreken. Onze taal kent zelfs een opleving in de regio Nord-Pas-de-Calais, las ik een poosje terug in het Vlaamse tijdschrift Knack. Fransen volgen Nederlandse taalles, soms omdat ze een baan zoeken in Vlaanderen, waar de werkloosheid lager is, maar vaak vanwege hernieuwde trots op hun Frans-Vlaamse wortels.

Ik had gebeld met Maxim Combe uit Duinkerken, de 26-jarige voorzitter van de actiegroep Twee Talen, die ijvert voor tweetalige bewegwijzering. We spraken Frans, want Nederlands sprak hij zelf „très, très peu”. Mijn Frans is ook niet magnifiek, maar het was sowieso al ontroerend om een Fransoos eens „koeiendak” te horen uitspreken.

Wat fijn als je elkaars taal spreekt! En als zelfs Fransozen Nederlands leren, is het dan gek om dat van Rotterdammers te verlangen? Vraag eens aan een arts of leraar hoe het is om in een noodsituatie iemand te helpen met alleen gebarentaal. CBS-cijfers: ongeveer eenderde van de eerste generatie Turken en een kwart van de eerste generatie Marokkanen heeft zelfs moeite met het voeren van een gesprek in het Nederlands.

‘In Nederland spreken we Nederlands’ lijkt dan een open deur, een onschuldige tautologie: een koe is een koe. Vanwaar dan die verontwaardiging? Bedenk dat niet alleen de VVD, maar vrijwel álle Rotterdamse partijen die taalachterstand een groot probleem vinden, van PvdA tot aan Rotterdams Turks Belang. De VVD wilde „discussie” losmaken, maar dat lijkt me dus tijdverspilling: het probleem wordt allang unaniem beaamd, nu de oplossing.

Hier zwijgt het VVD-verkiezingsprogramma, behalve dan, direct na die taaleis: „Kosten van inburgering mogen niet op de samenleving worden afgewenteld.” Vrij vertaald: jouw probleem is niet het mijne, tenzij voor electorale doeleinden. Daarom is de poster in het Nederlands: daarmee bereik je wel je achterban, maar juist niet de mensen van wie je wilt dat ze Nederlands spreken. Was de VVD oprecht geïnteresseerd, dan hadden ze posters in het Turks: HOLLANDACA ÖGRENIN! (excuse my French).

Maar een hand uitreiken is niet meer van deze tijd.

Ook niet bij de PvdA. De Haagse PvdA eist bijvoorbeeld ook dat iedereen Nederlands praat. Prima op zich, maar, mind you, dit is wel de partij van wethouder Marnix Norder, die eerder sprak over een „tsunami” aan Polen; die zei dat de Antillen ons enkele criminelen hebben opgeleverd. Le Pen met een rode roos.

‘In Nederland spreken we Nederlands’ is een agressieve open deur. Een listige gebiedende wijs in de wij-vorm: ‘ZO DOEN WIJ DAT HIER’. Wíj spreken Nederlands, en de rest is geen Rotterdammer. Kil.

Uit diezelfde CBS-cijfers blijkt ook dat bij de tweede generatie Turken en Marokkanen de taalproblemen grotendeels verdampt zijn. Voor die generatie, die Engelstalige masters volgde aan de Erasmus Universiteit, is zo’n poster een trap na. En die oudere generatie koopt er geen biet voor. Alsof je mensen zonder zwemdiploma terug in de plomp trapt, en vanaf de walkant bralt: ‘Meedoen, heur! Kansen pakken! Parrrticiperen!’ Economisch dom; ethisch harteloos.

„Mooie poster”, zei mijn premier dit weekend. Mark, praat geen poep, het is een giftig plakkaat.