Ook een vmbo’er kan arts worden

Het kabinet wil meer aandacht voor toptalent op scholen. In Zoetermeer is die aandacht er allang.

Bojay, Kimberly en Johan volgen op het Picasso Lyceum extra lessen ter voorbereiding op het hoger onderwijs. Foto Peter de Krom

Een UFO in de vorm van een hamburger vliegt in de richting van de kantine. Aan de zijkant van de broodjescorner knabbelt een groen marsmannetje aan de deurpost. „Muurschilderingen gemaakt door schildertalenten uit de cultuurklas”, zegt rector Jeroen van Grunsven van het Picasso Lyceum in Zoetermeer.

Bij de receptie van de middelbare school ligt een schoolgids, op de voorkant staat: „Talent ontwikkelen tot prestaties.” Dat is waar deze school zich op richt. Op leerlingen beter of nóg beter maken. De scholieren kunnen vakken versneld of op een hoger niveau volgen. Gemotiveerde brugklassers kunnen extra onderwijs krijgen in de zogenoemde TOPklassen. Twee uur per week verdiepen ze zich in cultuur, sport, science of ICT.

Zoals het in Zoetermeer gaat, zo zou staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) het ook graag op andere basis- en middelbare scholen zien. In een brief die hij vandaag naar de Tweede Kamer stuurt, schrijft hij dat er meer aandacht moet komen voor „toptalent”. Volgens Dekker is er al veel aandacht voor zwakkere leerlingen. Dat verdienen toptalenten ook. „Onze toptalenten presteren onder hun kunnen.” Onder toptalent verstaat hij niet alleen zeer intelligente leerlingen, maar ook uitblinkers op sociaal, creatief of technisch gebied.

Volgens Dekker voelen leerlingen zich niet genoeg uitgedaagd en vervelen zij zich vaak. Hij schrijft dat maar weinig leerlingen in het voortgezet onderwijs erin slagen met een hoog cijfer hun eindexamen te halen.

Dekker wil toptalenten motiveren door uitdagender onderwijs aan te bieden: dat kan door versneld leren of extra vakken. Bijzondere prestaties moeten beloond worden, bijvoorbeeld door een aantekening op het diploma. Ook wil Dekker de kwaliteit van leraren verbeteren. Zij moeten talent beter leren signaleren.

Het snelle traject op het Picasso Lyceum is niet alleen bedoeld voor leerlingen die makkelijk leren, zoals vwo’ers, maar ook voor tieners op het vmbo-t. Dit niveau heet er dan ook ‘TOPmavo’. In het algemeen, zegt Van Grunsven, ligt de focus te vaak op vwo-leerlingen en hoogbegaafden. „Ik vind een havist die werkt aan een eigen bedrijfje ook een toptalent. Elke leerling kan excellent zijn, maar misschien niet in alle vakken.”

Kinderombudsman Marc Dullaert staat achter de plannen van Dekker. Wel pleit hij ervoor het „maatwerk” door te voeren voor álle leerlingen. Dus zowel „toptalenten als kinderen die extra zorg en ondersteuning nodig hebben Dus ook leerlingen die door bijvoorbeeld een chronische ziekte thuis zitten.”

Twee jaar geleden begon het lyceum met het ‘toptalentonderwijs’. En het werkt, zegt rector Jeroen van Grunsven. „Het levert enthousiaste en gemotiveerde leerlingen op.”

Bojay Mark (18) begon op het vmbo en zit nu in 5 havo. Hij wil arts worden en krijgt alvast extra stof op vwo-niveau. „Hopelijk kan ik dan volgend jaar meteen naar 6 vwo”, zegt hij. Dat betekent veel extra werk, vooral thuis. Niet erg, zegt Bojay: „Ik krijg hier de kans te bewijzen wat ik waard ben. En ik word goed begeleid.”

Het is voor de school wel een hele onderneming; al die leerlingen die op verschillende niveaus vakken volgen. Als lessen overlappen, spreken leerlingen met de docenten af wanneer ze aanwezig zijn. „We kunnen niet voor elke individuele leerling een apart rooster maken”, aldus Van Grunsven.

De school probeert zich vooral te concentreren op de positieve punten van leerlingen. Dat merkte Johan (15) uit 3 mavo. Hij zit sinds september op het Picasso. „Ik ben niet zo goed in talen. Op mijn vorige school zeiden ze: laat maar, je gaat toch zakken. Hier probeert de leraar me juist te helpen. Ik ben wel heel goed in wiskunde. Daarbij mag ik meedoen met de havo.”

In Utrecht gaan sommige middelbare scholen nog een stapje verder. Daar kunnen leerlingen klassen volgen op universitair niveau, aan het Junior College Utrecht (JCU). Het JCU startte in september met de zogenoemde U-Talent Academie. Een bètaprogramma waarbij leerlingen uit 4, 5, en 6 vwo twee dagen per maand onderwijs op de universiteit volgen.

De lessen zijn niet alleen bedoeld om de leerlingen meer kennis bij te brengen, het programma geeft ook een goed beeld van wat de scholieren op de universiteit kunnen verwachten.

„Zo laten we hen kennis maken met wetenschappelijk onderzoek”, zegt directeur Sanne Tromp. Tijdens een natuurproject moesten de leerlingen onlangs de natuur in eigen omgeving filmen. Naar aanleiding van de beelden discussieerden ze over de vraag: wat is natuur eigenlijk?

Tromp: „Sommige leerlingen schrokken een beetje. Ze zijn hun schooltijd fluitend doorgekomen. Bij ons moeten ze ineens nadenken.”

    • Anne Vegterlo