Nee, zorg eerst dat werken loont voor Rotterdammers in de bijstand

Rotterdam is voor bijstandsgerechtigden te vrijgevig. Zij hebben vaak meer te besteden dan een minimumloner. Dat motiveert niet om te werken, aldusMaarten Struijvenberg en Victor Reijkersz.

Wat als je elke avond uitgeput van je werk thuiskomt, van weinig moet rondkomen en je ziet dat je buren, die in de bijstand zitten, een rustig leventje hebben en ook nog meer te besteden hebben?

‘Werk moet lonen’ is een veel gehoorde uitspraak in politiek Nederland. Het uitgangspunt dat hier achter zit, is helder: wie geen werk heeft, zou minder te besteden moeten hebben dan iemand die wel werk heeft. Want als je er financieel op achteruit gaat, of onvoldoende op vooruit, motiveert dat niet om te gaan werken. Niets doen is dan aantrekkelijker.

Een ander uitgangspunt in Nederland is dat mensen die geen inkomen of een laag inkomen hebben, financieel ondersteund worden. Dat is een goed uitgangspunt. We zijn hier tenslotte sociaal en beschaafd genoeg om mensen niet aan hun lot over te laten.

Deze twee uitgangspunten hoeven elkaar niet in de weg te zitten, maar uit een vergelijking met verschillende huishoudtypen blijkt dit wel het geval te zijn. Het sociale uitgangspunt van inkomensondersteuning is zo ver uitgewerkt, dat het niet of onvoldoende loont om te gaan werken. De meeste regelingen zijn landelijk geregeld, maar gemeenten kunnen hier een flinke schep bovenop doen. De voordelen kunnen dan flink oplopen.

In Rotterdam zijn veel van dit soort regelingen. De landelijke bijstandsnorm voor alleenstaanden (met of zonder kinderen) wordt hier bijvoorbeeld verhoogd met het maximaal toegelaten bedrag van 271 euro per maand. De afvalstoffenheffing wordt volledig kwijtgescholden en omdat Rotterdam één van de hoogste afvalstoffenheffingen heeft van het land, scheelt dit flink. Een Rotterdampas is gratis. De landelijke zorgtoeslag wordt aangevuld met 10 euro per maand. En als je vijf jaar of langer in de bijstand zit, krijg je een langdurigheidstoeslag die kan oplopen tot 486 euro per jaar.

Dit alles leidt er toe dat een Rotterdams echtpaar in de bijstand erop achteruitgaat als één van de twee gaat werken tegen 130 procent van het minimumloon. Pas bij 160 procent van het minimumloon levert het zo’n echtpaar meer geld op dan ze ontvingen in de bijstand. Bij alleenstaanden (met en zonder kinderen) zien we dat ze er bij 130 procent van het minimumloon 230 euro op vooruitgaan. Dat komt neer op 1,50 euro per gewerkt uur. De vraag kan worden gesteld of dit voldoende motiveert om voltijd aan het werk te gaan. Voor mensen die lang in de bijstand zitten, zal het moeilijk zijn om een goed betaalde baan te vinden. Werken op of rond het minimumloon is vaak het maximaal haalbare. Maar omdat werken voor deze groep niet of onvoldoende loont, lonkt dit alternatief niet. Van de 38.000 Rotterdamse bijstandsgerechtigden zijn er maar liefst 14.000 die vijf jaar of langer in de bijstand zitten. Zo wordt de omvang van dit probleem in onze stad duidelijk. Een gemiddelde uitkering bedraagt in Rotterdam meer dan 15.000 euro per jaar. Deze langdurig werklozen kosten de stad meer dan 200 miljoen euro per jaar aan bijstand terwijl zij nauwelijks een financiële reden hebben om uit de bijstand te raken.

Tegelijkertijd is er een grote immigratie vanuit Oost-Europa op gang gekomen. Er zijn nu zo’n 40.000 van deze arbeidsmigranten in Rotterdam die vooral laag- en ongeschoold werk doen. Zij zijn wel gemotiveerd om dit werk te doen, omdat een modaal loon in het land van herkomst nog steeds vele malen lager ligt dan het minimumloon in Nederland. De keuze tussen een ongemotiveerde bijstandsgerechtigde en een gemotiveerde Oost-Europeaan is door een werkgever snel gemaakt. Zo hebben we in Rotterdam gezien dat de gemeente volle bussen met bijstandsgerechtigden naar het Westland stuurde om te gaan werken in de kassen. De bussen kwamen vol weer terug.

De vele regelingen en toeslagen voor bijstandsgerechtigden creëren een armoedeval waardoor de motivatie om te gaan werken verdwijnt. En ze voeden het gevoel van onrechtvaardigheid bij mensen die geen hoog loon verdienen. Zij hebben tenslotte vaak minder te besteden. De oplossing ligt in het verminderen of afschaffen van toeslagen en het verlagen van de loonbelasting voor lage inkomens. Werk moet gaan lonen. Het is dan ook goed dat de Tweede Kamer op het punt staat het aantal rijksregelingen fors te beperken. De gemeente Rotterdam zou er wijs aan doen dit voorbeeld te volgen.

    • Maarten Struijvenberg
    • Victor Reijkersz