Kiezer kijkt weg bij campagne

Politici maken zich zorgen over opkomst bij lokale verkiezingen op 19 maart.

PvdA-leider Samsom ging zaterdag in Utrecht metraadslid Gadiza Bouazani langs de deuren. Deze buurtbewoner was boos over de toegenomen criminaliteit. Foto Marnix Schmidt/Novum

Over het volle terras van brasserie De Eetkaamer schallen hits uit de Top-40. Serveersters balanceren met hun dienbladen vol glazen rosé en witbier. Niemand slaat acht op de campagnewinkel van de lokale partij Jong Uden, twee deuren verderop. Het verkiezingsteam staat er met de 68-jarige Nout te praten. „En dat is nou net een bezoeker die waarschijnlijk niet op ons gaat stemmen”, lacht Jong Uden-lijsttrekker Thijs Vonk, zelf is hij dertig.

Over negen dagen zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Politici werken hard om de aandacht van kiezers te trekken. Het CDA kwam afgelopen weekend met vijf bussen naar de Dam in Amsterdam, PvdA-leider Samsom ging naar Utrecht. De bustours, campagnewinkels en goodies in de vorm van tomatensoep (SP), rozen (PvdA) en ballonnen (allemaal) zijn niet aan te slepen. Maar werkt het?

Uit een recente peiling van TNS Nipo blijkt dat 42 procent overweegt te gaan stemmen op 19 maart. Dat is het laagst verwachte opkomstpercentage ooit. Ook in de campagnes op straat is de desinteresse van de burgers goed te merken. „Het is buiten zulk mooi weer, dan ga ik niet binnen in zo’n campagnewinkel”, verklaart de Udense Ingrid (38). Stemmen gaat ze wel, maar „daar zijn al die acties niet voor nodig”. Het winkelpubliek lijkt het met haar eens: maar weinig mensen willen een folder aannemen of een praatje maken met de politici. Op stickers van Jong Uden zitten ze al helemaal niet te wachten.

Even verderop staat ook de lijsttrekker van de plaatselijke VVD, René Peerenboom – landelijk bekend van de leus ‘Stem op een goeie peer, daar plukt Uden vruchten van’. De VVD-peren worden aangepakt, maar kiezers werft hij niet. „Ik zie die campagnewinkels en mensen wel, maar meer dan een zijdelingse blik werp ik er niet op”, zegt Charlotte (41), die met haar dochtertje op stap is.

In Dordrecht heerst iets meer enthousiasme. Op de politieke markt lopen veel zwevende kiezers rond, in de lokale campagnewinkel van D66 neemt Jolanda (45) net plaats aan de koffietafel. Bill Hermsen (67) heeft zijn antiekzaak ter beschikking gesteld aan de partij. „Ik ben al zo’n veertig jaar lid. Nu kan ik wat terugdoen.”

Jolanda, zwevend, noemt zichzelf een geëngageerde inwoonster van Dordrecht. „Ik vind het heel erg wat er met de ouderen hier gebeurt”, zegt ze. Bill plukt aan zijn groengeruite jasje en legt uit dat de ouderenzorg en AOW landelijke thema’s zijn. „Daarom is het goed om lokaal D66 te stemmen, want we hebben korte lijntjes met Den Haag”, haast Bill zich te zeggen.

En toch: ook in Dordrecht blijven de campagnewinkels zo goed als leeg, uitgedeelde folders en verkiezingsprogramma’s belanden twee meter verderop in de prullenbak. De verkiezingsposters zorgen nog voor de meeste opspraak. Maar de kiezer wordt er niet door gemotiveerd naar de stembus te gaan.

Volgens Kees Aarts, hoogleraar politicologie aan de Universiteit Twente, verandert dat alleen als politici én media zich op lokale zaken gaan richten, en niet op landelijke „ruis”. Maar die omslag in denken kan nog wel tien tot vijftien jaar duren, denkt Aarts. „Over de inhoud wordt nu nog weinig gesproken.”

In Uden zijn de leden van het campagneteam naar het terras getrokken. Een jonge rekruut legt ‘Jong Uden’-viltjes onder de glazen. „Wel stemmen op 19 maart, hè?” zegt hij tegen twee blonde meisjes. Ze kijken bedenkelijk.

    • Fleur Willemsen