Huwelijkse hellevuur van Virginia Woolf wellustig vertolkt

Felrood, blauw en geel: het befaamde schilderij Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue hangt stralend in het decor van het fatale liefdesdrama Who’s Afraid of Virginia Woolf? (1962) van Edward Albee. Het is een prachtig toneelbeeld van ontwerper Marc Warning.

Fladderend licht, uitdagend en brutaal-treiterend maakt Maria Kraakman als Martha haar entree met dat bloedrood als achtergrond. Meteen valt op dat ze de toeschouwers uitnodigend aankijkt, alsof ze medestanders zoekt in haar oorlogszuchtige strategie. Jacob Derwig als George laat de aanvallen van haat aanvankelijk gelaten over zich heenkomen, maar in dictie, gezichtsexpressie en gebaar maakt hij gevaarlijk duidelijk: ik sla terug, genadeloos.

Deze Virginia Woolf in de regie van Erik Whien staat in een ijzersterke Nederlandse toneeltraditie. Wat is nieuw? Niet zozeer de jeugdigheid van Martha en George, dat is eerder gedaan, bijvoorbeeld door Dood Paard. Nieuw is de wellustige speelstijl, alsof elkaar met taal kapotmaken op bedwelmende wijze erotiserend is, en niet tragisch. Totdat de situatie gruwelijk uit de hand loopt. Naast Derwig en Kraakman excelleren Sanne den Hartogh en Kirsten Mulder als het bezoekende koppel Nick en Honey. Zij moeten op gezag van Martha en George getuige zijn van dit huwelijkse hellevuur.

Den Hartogh is een harde Nick, die zich zelfs fysiek meet met Derwig. Hiermee laat hij zien dat het stuk óók een leeftijdsstrijd is tussen twee mannen met de verleidelijke Martha als inzet. Dan is daar de ongelooflijk knappe rol van Kirsten Mulder, die aan het slot op heiligschennende wijze danst op rouwmuziek. Dat tekent haar rol. Al is haar vernedering als jonge, kinderloze vrouw nog zo groot, zij behoudt een tedere goedgelovigheid tijdens deze drankovergoten nachtmerrie. Hierdoor is zij zowel toeschouwer als slachtoffer op hartbrekende wijze.