Festival zonder eensgezind festivalgevoel

Publiek op popfestival in bungalowpark verkiest terras of zwembad vaak boven de concerten.

De Schotse band Franz Ferdinand, de hoofdact van popfestival Where The Wild Things Are.Foto Bart Heemskerk

Op Where The Wild Things Are, het popfestival in bungalowpark De Eemhof, passen alle bezoekers in de grootste tent. Een mooie gedachte, dat je daar met alle aanwezigen onder één tentdoek kunt staan, maar in de praktijk betekent het dat de tent nooit vol is. Er is altijd wel een vriendengroepje dat liever het bordspel 30 seconds speelt op het terrasje van hun Center Parcs-bungalow, of de wildwaterbaan van het subtropisch zwembad boven een concert verkiest.

Aan een eensgezind festivalgevoel ontbrak het daarom ook op deze tweede editie, die evenwel beter verliep dan het debuut van vorig jaar. Toen was het erg koud en waren alle kaartjes verkocht voordat er namen bekendgemaakt waren – zodat het dansgrage publiek, dat een broertje van het op dezelfde locatie gehouden dancefestival Bungalup verwachtte, zich stierlijk verveelde bij de gevoelige indie van Villagers en I Am Kloot. Nu brak de lente precies in het festivalweekend door en waren bands en publiek beter op elkaar afgestemd. Maar sommige pijnpunten bleven.

Bij vrijwel geen enkel optreden van dit weekend stond het publiek tien minuten voor aanvang al ongeduldig te wachten. Nergens was die gedeelde spanning te voelen die op andere festivals, en vooral in de clubs, wel aanwezig is. Meestal werd het publiek daarom gevraagd om maar iets naar voren te komen, zodat het nog wat leek.

Dieptepunt was het optreden van Of Montreal, waarbij op de vroege zaterdagavond nota bene alleen de bandleden van Crystal Antlers (ook op het affiche) vooraan geboeid stonden te kijken. Direct daarachter stonden de bezoekers al in cirkeltjes, met de rug naar de Amerikaanse band gekeerd en met meer oog voor elkaar en de smartphone. Het leidde vanzelfsprekend tot een slappe, ongeïnspireerde show. Voor Great Minds was vrijdagavond meer animo, maar het energieke Nederlandse hiphopcollectief van Sticks, Winne en Jiggy Djé moest bijzonder hard werken om de handen in de lucht te krijgen.

Het ging beter in de kleine zaaltjes, waar veel jonge Nederlandse acts te zien waren. De speelse bravoure van het Limburgse garagerockbandje Afterpartees in het ‘grillrestaurant’ van het park bijvoorbeeld, en de steengoede sixtiesrockliedjes van het Haagse Taymir in de Action Factory, het partycentrum waar ook gokkasten stonden en gebowld kon worden.

Op die plek stond ook Jon Hopkins, die het publiek zaterdagavond met een geweldige elektronicaset dolenthousiast kreeg. Met diepe, zware baslijnen werkte hij naar een climax toe, waar steeds net genoeg van werd vrijgegeven om het publiek naar meer te doen verlangen. Hopkins verbond het publiek dat óf voor de popmuziek kwam maar hier ook wel in geïnteresseerd was, óf Bungalup-taferelen had verwacht en hier herkenning in vond. Met hetzelfde recept scoorden op zondag ook Baskerville en Moderat.

Franz Ferdinand bleek zaterdag als headliner de ideale band op het ideale moment. Na een dag met bier en goed weer ging het festival daar eindelijk eensgezind los. De goedgemutste frontman Alex Kapranos wist de tent goed te bespelen en de Schotten hebben genoeg hits om alleen in het middengedeelte even in te hoeven zakken. Toen de band na een sterk laatste kwartier (met de hits Michael, Take Me Out en Ulysses achter elkaar) van het podium was gelopen, werd er zelfs als één uitzinnige menigte op de grond gestampt in een roep om een toegift – een primeur voor De Eemhof.

Op Where The Wild Things Are wordt van de lulligheid van een bungalowpark een deugd gemaakt. Een warm huisje, een boxspring en een bad of sauna – dat vindt de bezoeker, die inmiddels iets te oud is voor een modderige Lowlands-camping, stiekem wel lekker. De muziek is doorgaans een extraatje. Iedereen heeft het daardoor met z’n eigen groepje een weekend lang erg goed naar zijn zin, maar de keerzijde is dat het – een enkele uitzondering daargelaten – maar niet wil samensmelten tot één evenement.

    • Peter Zantingh