De meest gelezen man van Nederland

vertaalde meer dan zeshonderd films. Zijn doel? „ Dat de kijker nooit het gevoel heeft dat hij aan het lezen is.”

Kees Beentjes ondertitelt films: „Geweldig vertaald, Kees, ik heb er niets van gemerkt. Dat zou wel eens mogen” Foto’s Lars van den Brink

Kees Beentjes (59) zou zomaar eens de meest gelezen man van Nederland kunnen zijn. Je kunt lang zoeken naar iemand die nooit iets van hem las. Maar bijna net zo weinig mensen hebben Kees Beentjes ook bewust gelezen. „Ze herkennen mijn naam vaak wel”, zegt hij geamuseerd, „maar ja, waarvan ook alweer?”

Nou, hiervan: ‘vertaling: Kees Beentjes’. Dat is meestal de eerste naam in beeld bij meer dan zeshonderd films. Beentjes is filmvertaler, de bekendste van Nederland, maar beroemd word je daar niet mee.

Bijna dertig jaar zit hij nu in het vak. Hij ondertitelde blockbusters en indies, uit het Engels, maar ook het Frans en Italiaans. Zijn specialiteit: grof Amerikaans.

Je denkt er misschien niet vaak over na, maar ondertitelen is een kunst. Juist omdát je er niet over nadenkt. Het is de kunst van de onzichtbaarheid. „Perfect geschreven ondertitels”, zegt Beentjes, „die vallen je geen seconde op. Het ultieme doel van de filmvertaler is dat de kijker nooit het gevoel heeft dat hij aan het lezen is, en het tóch doet.” Beentjes kijkt er plechtig bij. „En dat is heel erg moeilijk.”

Neem zo’n film als Apollo 13, de astronautenhit met Tom Hanks, die Beentjes in 1995 vertaalde. „Zonder enige kennis van zaken is dat niet te doen”, zegt hij. „In die film zitten zinnen in als: ‘We have maximum gimble-lock!’ Wat móet je daarmee als filmvertaler?” Beentjes zocht contact met Wubbo Ockels, Nederlands eerste ruimtevaarder. „Wat betékent dat dan, vroeg ik hem.” Beentjes lacht: „‘Nou’, zegt die, ‘we hebben maximale gimble-lock.’”

Toch lukte het de twee om een begrijpelijke vertaling te vinden: gewoon, ‘maximale uitslag’. „Zo hebben de heer Ockels en ik een stuk of vijftig vertaalprobleempjes opgelost. Ik denk dat de Nederlandse kijker Apollo 13 beter begrijpt dan de Amerikaanse.” En ja, daar is hij trots op.

Er zijn zo’n twintig fulltime filmvertalers in Nederland. Het is hard werken voor weinig geld en nog minder lof. Want complimenten voor je onzichtbaarheid, die krijg je niet zo vaak: „Geweldig vertaald, Kees, ik heb er werkelijk niets van gemerkt.” Hij grijnst. „Dat zou best eens mogen.”

Ondertitelaars zijn freelancers. Beentjes krijgt betaald per regel die in beeld verschijnt. Hoe meer er in een film gesproken wordt, hoe meer hij vangt. Gemiddeld is dat tussen 1.500 en 3.000 euro per film. „Gelukkig heeft mijn vrouw een goede baan.”

Beentjes begon als filmrecensent, met hier en daar een vertaalklusje. Vooral stripboeken „met blote dames”. In 1985 sleepte hij met wat bluf zijn eerste filmklus binnen: Gotcha!, de poster hangt nog op zijn werkkamer. Pas twee jaar later werd de naam Beentjes een begrip in filmland. Komiek Eddie Murphy kwam in de bioscoop met de registratie van zijn show Raw. Grofgebekt, razendsnel, zwart – Raw gold als volstrekt onvertaalbaar. Maar Beentjes flikte het onmogelijke. De film werd in Nederland een succes – naast Engeland als enige Europese land. Zijn inmiddels overleden vakbroeder Paul Silvius zou toen deze woorden hebben uitgesproken: „Ik heb de toekomst van ondertiteling gezien. En zijn naam is Kees Beentjes.”

Vertalen kan niet snel. Een week is het minimum voor één film, soms zijn het er drie. Uren kan hij doen over één bepaalde zin. Die nauwkeurigheid maakt hem goed, maar hij wil ook weleens mensen tegen zich in het harnas jagen. Hij heeft tegenwoordig wat ze noemen ‘een reputatie’.

Die begon met Harry Potter. Beentjes kreeg mot met de filmmaatschappij over zijn ondertiteling. De discussie raakte dusdanig verhit, Beentjes met zijn Groene Boekje in de hand bij de directeur, dat de studio niet meer met hem wilde werken. En toen de directeur naar een andere maatschappij vertrok, verloor Beentjes ook die als opdrachtgever. „Ja, jij denkt dat je Rembrandt bent, zeiden ze tegen me. Daar heb ik veel verdriet om gehad.” Ook financieel. „Op papier ben ik drie keer failliet gegaan.”

Op zijn computerscherm speelt Her, die vorige week uitkwam. In het zwart-wit, anders zouden vertalers de film zomaar op internet kunnen zetten. Op een schermpje ernaast tikt Beentjes mee met de tekst, script op schoot. Ondanks zijn ervaring blijft het elke keer weer spannend, zo’n film vertalen. Straks heeft hij nog een fout gemaakt. Dus gaat hij naar al zijn films in de bioscoop.

Bij American Hustle in Tuschinski is hij gespannen. Als de lichten in de zaal uitgaan, bonkt zijn hart in zijn keel, zegt hij. „Dit was een van de moeilijkste films die ik ooit heb vertaald. Al die Amerikaanse jaren-zeventig-slang... Ik heb er drie weken over gedaan, en nauwelijks geslapen.” Maar al gauw ontspant hij. Zo nu en dan voorziet hij de film fluisterend van commentaar. „Oh, nu komt iets leuks.” Of: „Dát was een lastige zin.”

Er wordt geapplaudisseerd. Hij is opgelucht. „Goede ondertitels maken een film misschien niet beter dan hij is, slechte kunnen hem wel degelijk verpesten.”

Functioneel of niet, soms kom je in de ondertitelbusiness ware kunststukjes tegen. „Deze komt niet van mij, maar van een collega, maar dit is verdómd goed ondertitelwerk. In True Lies rekent Arnold Schwarzenegger af met een slechterik, een voormalig werknemer, door hem weg te schieten op een raket. ‘You’re fired’, zegt Schwarzenegger dus. Tja, hoe ga je dat nou vertalen?” Beentjes geeft een paar seconden en verklapt het dan: „Je vliegt eruit!”

    • Thomas Rueb