Altijd één bandlid dat mooier is dan je vriendin

Is het een parodie, of is Steel Panther serieus met hun over the top, seksistische haarlakrock? // Zanger Michael Starr weet het zelf ook niet meer // Ze voeren die act in elk geval perfect uit

De decadente jaren tachtig herleven weer met glamrockband Steel Panther. Verwacht haarlak, schunnige teksten en strakke leggings. Een parodie? Het begint meer op een revival te lijken.

Zanger van de band Michael Starr zegt van weinig dingen spijt te hebben, behalve van dat ene huwelijk. „Ze trok het niet als ik op pad was. Begon ze te klagen dat ik met allemaal groupies seks zou hebben. Duh, natuurlijk doe ik dat. Anders had ik net zo goed in Wham! kunnen zingen. Of 30 Seconds To Mars.”

Nu heeft Jared Leto, zanger van die laatste band, recentelijk een Oscar mogen ophalen, maar als het om acteren gaat kan Starr kan er ook wat van. De man die ooit werd geboren als Ralph Saenz („Stomme naam, ik wil een ster zijn”), is namelijk een perfecte kopie van een rockgod. En dan vooral de rockgod uit de jaren tachtig, het tijdperk dat bands rondliepen in panterprint en spandex en waarvan altijd één bandlid mooier was dan je vriendin. Het allerbelangrijkste wapen op het pad naar werelddominantie was echter haarlak. Stylist Roy Donders had wel raad geweten met een band als Mötley Crüe – en dus ook met Steel Panther.

Destijds maakte grunge een genadeloos einde aan de glamrock, en het genre verwerd tot een jeugdzonde voor een hele generatie. Een guilty pleasure. Starr snapt daar niets van: „Ik vind Nirvana best oké, maar de teksten van die grungebands… ze zongen over de binnenkant. Kom op zeg, als je een mooie chick ziet ga je je toch ook niet afvragen hoe ze van binnen is. Het gaat om de buitenkant. Altijd.”

Nieuw? Nee. Grappig? Ja!

Dat lijkt Steel Panther goed begrepen te hebben. Als de groep in 2009 debuteert, blijkt glamrock nog even onweerstaanbaar als toen. Zoals de Britse krant The Independent over hun debuutplaat Feel The Steel (2009) schreef: ‘Is it new? Don’t be stupid. Is it funny? Hell yeah.’ Starr: „Mensen willen lol hebben tijdens een show en met een goed gevoel weer naar huis gaan. Daar ging heavy metal ooit om: girls, party en fun. Dat doen wij ook.”

Een parodie eigenlijk, en die hebben meestal een korte levensduur. Maar waar Steel Panther jarenlang alleen in een kroeg in Los Angeles speelde, verkopen de glamrockers nu zalen uit waar drieduizend man in passen. Het geintje is flink uit de hand gelopen. „Ik weet niet echt of je het nog over een parodie kunt hebben”, zegt Starr. „Volgens mij gaat het onderhand meer om een beweging. Wij trainen de jeugd zoals ik vroeger werd getraind door Van Halen. Ik verwacht straks ook weer meer bands zoals Steel Panther.”

Die groei maakt dat Steel Panther langzaamaan een kopie wordt van de bands waar ze juist een parodie op zijn. En misschien nog wel beter: de songs zitten zo verdraaid goed in elkaar dat zelfs de grootste glamrockhater overstag gaat. Deze band is stiekem té goed om een parodie te zijn.

Starr interviewen is dan ook verwarrend. Spreekt hier Ralph Saenz die eerder Starbucks-barista was („goede ziektekostenverzekering daar; een SOA werd voor niks behandeld”), of de rockster Michael Starr? Hij brengt bloedserieus anekdotes die enigszins bekend in de oren klinken. Voorbeeld: „In 2007 deden we niks anders dan elkaar de repetitieruimte uitvechten. We zaten er helemaal doorheen en er moest een coach aan te pas komen om van de band weer een eenheid te maken.” Bekijk de documentaire Some Kind Of Monster over de praat- en janksessies van Metallica, en je hebt een déjà-vu.

Starr valt zelden uit zijn rol. Je komt er niet tussen, ook niet als je vraagt naar het gerucht dat hij in een ander leven een graad in Engelse literatuur zou hebben. De teksten – hoe schuin ook – zitten vol hilarische dubbelzinnigheden. Een nummer als ‘God Digging Whore’ (!) ontaardt zelfs in een spellingswedstrijd. Starr klinkt oprecht verrast: „Ik een academische graad? Man, je hoort me toch praten! Onze gitarist Satchel schrijft de teksten. En ik zou het niet verborgen houden als ik wél een graad had. Dan kreeg ik alleen nog maar meer meiden.”

Tja, misschien is Steel Panther wel geworden wat ze zelf parodieerden. Maar of Starr het wel of niet meent doet er eigenlijk ook niet toe. Wat telt is het feestgehalte, en dat levert Steel Panther. Onversneden, zonder pretentie, en altijd met die lucht van haarlak.

    • Philippus Zandstra