Alleen Europees Parlement gaat over opvolger Barroso

Eerder dan ooit zijn de namen van de kandidaten voor het voorzitterschap van de Europese Commissie bekend. Het moet wel heel gek lopen, wil niet óf de Luxemburger Jean-Claude Juncker óf de Duitser Martin Schulz óf de Belg Guy Verhofstadt dit najaar door de regeringleiders van de lidstaten van de Europese Unie worden voorgedragen als voorzitter van het dagelijks bestuur van de Europese Unie.

De kans dat uit dit trio de opvolger van de Portugees José Manuel Barroso gekozen wordt, is groot als de 28 regeringsleiders van de Unie het in 2009 van kracht geworden Verdrag van Lissabon serieus nemen. In artikel 17 van dit verdrag staat dat de regeringsleiders „rekening houdend met de verkiezingen voor het Europees Parlement” een kandidaat-voorzitter voor de Europese Commissie zullen voordragen. Vervolgens spreekt het Europees Parlement zich met meerderheid van stemmen over deze voordracht uit.

Glashelder is de tekst in het Verdrag niet. Er zit bewust ruimte in voor interpretatie, waardoor de benoeming van de voorzitter van de Commissie toch weer een pure ‘Chefsache’ kan worden. Want hoe moet bijvoorbeeld de tekst „rekening houden met de verkiezingen” precies worden uitgelegd? Er zijn dit najaar vele Europese functies te vergeven. In deze tombola met diverse belangen (partijkleur, verdeling tussen lidstaten, verdeling tussen mannen en vrouwen, om er een paar te noemen) opereren de regeringsleiders het liefst zoveel mogelijk met ongebonden handen.

Daarom is het goed dat de meeste partijen in het Europees Parlement wél een eenduidige uitleg van de verdragstekst geven en de afgelopen weken hun kandidaten voor het voorzitterschap van de Europese Commissie hebben aangewezen. De Europese christen-democraten deden dit afgelopen vrijdag met het verkiezen van Jean-Claude Juncker. De week daarvoor schoven de Europese socialisten Martin Schulz naar voren, terwijl de Europese liberalen zich vorige maand achter Verhofstadt schaarden.

Het is een poging de Europese verkiezingen iets meer te personifiëren. Wie straks op het CDA stemt, weet dat hij of zij daarmee ook indirect Juncker voor het voorzitterschap van de Europese Commissie steunt. Of louter de naam van een kandidaat de kiezers zal motiveren, is zeer de vraag. Maar in elk geval is het een stap op weg naar de dringend noodzakelijke verdere politisering van de Europese Unie.

Aan de regeringsleiders de taak het nu verrichte voorwerk van de grote politieke stromingen in het Europees Parlement serieus te nemen. Dit betekent dat zij de leidende en beslissende rol van het Parlement op voorhand zullen moeten erkennen.