5 zalen, 11 foyers en 24 bars

Het eerste concert is over een maand, kaartverkoop voor het eerste seizoen is begonnen. Met vijf zalen en een capaciteit van 7.900 man kent het Utrechtse TivoliVredenburg zijn gelijke niet in de wereld.

De ramen zijn nog niet gewassen en binnen zijn de zalen, foyers, liften en expeditiekelders nog het domein van enkele verstoord opkijkende bouwvakkers. Maar die werken wel in een zo goed als af gebouw.

Nog een maand en dan opent met een uitvoering van Bachs Matthäus Passion officieus het enorme nieuwe Utrechtse muziekpaleis TivoliVredenburg – een kleine drie maanden voor de officiële opening in juni – die overigens wel een jaar ligt na de aanvankelijk geplande opening in 2013.

Met zijn vijf zalen voor alle denkbare genres (een voor jazz-sessies aangelegde speelkuil niet meegerekend), elf foyers, twee cafés en een capaciteit van 7.900 man is TivoliVredenburg een unicum in de zalenwereld. Op verzoek van de gemeente Utrecht onderzocht een commissie vergelijkbare instellingen in het buitenland, om tot een lijstje ‘do’s’ en ‘don’ts’ voor succesvolle exploitatie te komen. Een van de conclusies: een in schaal en diversiteit echt vergelijkbaar complex bestaat niet. „Een andere: zorg dat het gebouw straks echt leeft in de stad”, zegt cultuurwethouder Frits Lintmeijer (Groen Links). „Cafés moeten zorgen dat je er makkelijk binnenloopt, maar ook voor de vele tussenruimtes geldt: doe er wat mee. Laat amateurs optreden, bijvoorbeeld. Dat maakt het gebouw levend en draagt bij aan het cruciale gevoel: dit gebouw is van ons allemaal.”

De ontstaansgeschiedenis van TivoliVredenburg, dat lang de werknaam Muziekpaleis droeg, was stroef. De kosten (uiteindelijk 150 miljoen euro) werden tijdens de vier jaar durende bouw steeds hoger. De bouw werd vertraagd door archeologische vondsten en procedurele zaken. En er waren strubbelingen tussen fusiepartners Tivoli, Vredenburg en Stichting Jazz Utrecht en een vierde partij, wereldmuziekpodium RASA. Poppodium Tivoli trok zich terug, maar keerde ook terug. SJU, dat zijn eigen podium sloot in 2011, is in de nieuwe organisatie opgegaan. Dat zag de gemeente ook graag voor wereldmuziekpodium RASA, maar RASA blijft liever zelfstandig.

Tussen het station en het daar pal voor gelegen TivoliVredenburg wordt de oude Catharijnesingel uitgegraven; vanaf 2016 stroomt er weer water door. Daar verrijst dan het terras van het café-restaurant – dat in mei alvast opent. Binnen is TivoliVredenburg groots opgezet, met roltrappen en grote liften naar de vijf verschillende zalen. De sfeer is uitnodigend en open; je kunt je voorstellen dat je om de sfeer kiest voor een avond TivoliVredenburg en dat festivals als Oude Muziek, het kamermuziekfeest van Janine Jansen en het Nederlands Filmfestival hier een gedroomd onderkomen vinden, net als Le Guess Who? en Summer Darkness. Eendagsfestivals van eigen kweek (jazz en dance) staan gepland, de droom is een meerdaags en multidisciplinair festival te ontwikkelen.

Opvallend: overal zijn bars. 24 vaste, 10 mobiele. Vanuit een reuzentank (20.000 liter) wordt bier vanuit de kelder rondgepompt. En dat moet ook wel. De gemeentelijke subsidie-inkomsten van TivoliVredenburg (7,5 miljoen euro per jaar) gaan bijna schoon op aan huur en beheerskosten van het gebouw. Dat leidt in theorie tot het spartelscenario waarmee andere prestigieuze nieuwe muziekcentra zoals het Muziekgebouw aan ’t IJ zich geconfronteerd zagen. Daar liep de exploitatie bijna mis omdat de subsidie al op was voor één noot had geklonken.

„Maar je kunt het Muziekgebouw niet met TivoliVredenburg vergelijken”, zegt directeur Frans Vreeke. „Het Muziekgebouw is vooral geschikt voor klassieke muziek, maar daarmee verdien je geen geld. Bij pop gaan de inkomsten uit kaartverkoop ook integraal naar de artiesten, maar zijn er daarnaast veel horeca-inkomsten. Een popbezoeker spendeert 12 tot 15 euro aan drankjes. De klassiekemuziekganger houdt het bij één koffie of wijn. Al sluit ik niet uit dat er een champagnebar komt.”

Voor komend seizoen worden 500.000 bezoekers verwacht, 100.000 meer dan voorheen de losse partijen samen. Op termijn zouden dat er 700.000 moeten kunnen worden. Gerekend wordt op 13 miljoen eigen inkomsten, waarvan de ene helft uit kaartverkoop, de andere uit horeca, verhuur en overige. Voor de exploitatie is na aftrek van kosten dan 7 miljoen euro beschikbaar. „Maar het is niet de bedoeling dat de winst uit pop de tekorten van klassiek gaat afdekken”, zegt Vreeke. „Zo bouw je geen solide onderneming.”

In de Utrechtse gemeenteraad riep dat de vraag op of pop, jazz en andere commercieel rendabele uitingen niet de overhand zullen krijgen. Vreeke: „We hebben afgesproken dat minstens 15 procent van ons aanbod bestaat uit klassieke muziek. De gemeente stelt zich twee jaar garant: als er tekorten ontstaan op klassiek, kunnen we aanspraak maken op extra subsidie.”

De klassieke grotezaalprogrammering telt komend seizoen rond de 70 concerten met enerzijds vaste partners als de omroepensembles (Vrijdag van Vredenburg wordt uitgebreid met een preview voor jongeren op de donderdag) en de Nederlandse Bachvereniging, anderzijds vertrouwde series met gastorkesten. Daarnaast worden ad-hocconcerten bijgepland. „We beginnen voorzichtig, op het niveau waar het oude Vredenburg in 2007 is gestopt”, zegt programmeur Peter Tra.

„Onze nieuwe ‘marktwaarde’ moeten we ontdekken. Dat geldt voor het aantal concerten én voor de prijzen. De Wiener en de Berliner Philharmoniker zullen we niet gauw brengen. Het publiek in Utrecht is niet gewend meer dan 50 euro te betalen en ik wil dat zo te houden. Het gaat erom met welke prijs je een volle zaal trekt.”

In april zijn ook de eerste popconcerten. De danceprogrammering, problematisch in het oude Tivoli door het beperkte geluidssysteem en geluidsoverlast, start dan ook. Het nieuwe zaalaanbod trekt nu al andere bands aan, merkt voormalig Tivoli-directeur Margriet van Kraats die het team zeven programmeurs aanvoert. Acts als Soundgarden, Ben Harper of Lykke Li zouden het oude Tivoli hebben overgeslagen, maar komen nu wel. Grotere shows (Deus, Pat Metheny) kunnen terecht in de vernieuwde, oude Grote Zaal.

TivoliVredenburg heeft twee jaar om te kijken of de begroting realistisch is. „Sinds het begin van de bouw is er economisch en cultureel veel veranderd”, zegt cultuurwethouder Lintmeijer. „Je kunt beter langzaam groeien dan na een jaar tot de conclusie komen dat je jezelf rijk hebt gerekend. Maar dit wordt wel de belangrijkste concertzaal van Nederland, met een geweldige centrale ligging, pal naast het station. De potentie is veel groter dan het voorzichtige punt waarop we nu starten.”

Hoe intensief de invulling van de vijf zalen ook zal uitpakken, duidelijk is dat commerciële verhuringen een „stevige post” zullen vormen. „Die zijn cruciaal”, beaamt directeur Vreeke. „Net als sponsoren, naar wie we actief op zoek zijn.” Spanningen in de planning van concerten en congressen worden niet gevreesd. Vreeke: „Er is hier zoveel ruimte; die vijf zalen kun je in theorie dagelijks meermaals vullen. De sky is de limit. Wij kunnen alles wat geen geld kost. Alleen het boeken van extra verliesgevende concerten – dat wordt lastig.”

M.m.v. Amanda Kuyper

    • Mischa Spel