Parijs, vrouwenmode najaar 2014 (2): huiselijke mode om je in te verstoppen.

Mode wordt vaak ingezet voor de buitenwereld; een manier om je van je beste kant te laten zien. Maar de vrouwenmodecollecties voor najaar 2014 die de afgelopen dagen werden geshowd in Parijs, hadden daar weinig mee te maken. De nadruk lag op kleren waarmee vrouwen vooral zichzelf een plezier doen.

Huiselijke, zachte, warme jurken en broeken. Dikke, grote jassen. Kledingstukken die voelen als een omhelzing. En waarin je je, als je er al mee naar buiten gaat, bijna helemaal kunt verstoppen.
Het is mode die past in de crisistijd. Niet alleen appelleren zulke ontwerpen aan een behoefte aan veiligheid en zekerheid, ze zijn vaak erg draagbaar, ook voor de niet meer piepjonge modeliefhebber, en dus behoorlijk commercieel.

Een goed voorbeeld van de trend is de collectie van de Belgische ontwerper Christian Wijnants, die vorig jaar de internationale Woolmark-prijs won: gewatteerde jassen, rokken, broeken en shorts in fraaie, zachte kleuren, ruime jassen van wol en broeken die het midden houden tussen pantalons en joggingbroeken.

De Britse Hussein Chalayan had zijn inspiratie letterlijk binnenshuis gezocht; jassen hadden de brede satijnen biezen die je ook ziet op ouderwetse dekens. Gesausde witte muren werden vertaald naar stukken van wit kunstbont. Ook het huis in verval speelde een rol; oud en losgeraakt behang kwam terug als puntige ‘scheuren’ in avondjurken, compleet met losse flappen.

Jun Takahashi, de Japanse ontwerper van Undercover, maakte van zijn modellen koninginnen, compleet met dramatische capes, kronen en ingewikkelde constructies van fluwelen koorden, maar onder die bijzondere styling zaten losjes gesneden pakken, goeie jassen en variaties op sportkleding.

Haider Ackermann, die bekend staat om zijn ingenieuze draperieën, liet een voor zijn doen eenvoudige collectie zien, die niet minder indrukwekkend was. Ruime wollen jassen reikten tot de grond, er waren lange, mouwloze ‘onesies’ en stijlvolle, sluike lange jurken met het soort buidelzakken dat ook op sweatshirts zit. Beeldschoon in al zijn eenvoud was een combinatie van een simpele tuniek met een elegante pantalon.

De extreemste jassen waren te zien bij Yohji Yamamoto, die enorme donsjassen – ‘dekbedjassen’, toonde. In effen zwart waren die al behoorlijk dramatisch, maar voorzien met felgekleurde prints waren ze helemaal een uitspraak. Bij Comme des Garçons droegen de modellen zeer oversized colberts, leggings en opgevulde stukken van gebreide wol, die meer object waren dan kledingstuk. Niet zozeer bedoeld als bescherming, zo liet ontwerper Rei Kawakubo weten, maar als monsters. Daarmee wilde ze uiting geven aan de angsten en onzekerheden van deze tijd, en het huidige schoonheidsidealen ter discussie stellen.

De vrouwen die het geld en het zelfvertrouwen hebben om de uitgesproken kleding en laarzen te dragen van Rick Owens, zijn meestal de veertig al gepasseerd. Dat waren zijn modellen ditmaal ook. Zijn capes, wijde onesies, ruime mouwloze tunieken en zeer hoge strakke laarzen met zolen van wit rubber werden geshowd door wat Owens „leden van mijn stam” noemde: oudere modellen en vrouwen die in zijn bedrijf werken, in leeftijd variërend van eind twintig tot over de zestig. Zelden zag Owens’ mode er op de catwalk zo vanzelfsprekend uit.

Fotografie: Peter Stigter (teampeterstigter.com)

Christian Wijnants

Chalayan

Undercover

Haider Ackermann

Yohji Yamamoto

Comme des Garçons

Rick Owens

    • Milou van Rossum