Duizenden Japanners demonstreren tegen kernenergie

Duizenden Japanners zijn in Tokyo de straat opgegaan om te demonstreren tegen kernenergie, meldt persbureau AP. Komende dinsdag is het drie jaar geleden dat door een aardbeving en een tsunami de Fukushima Dai-ichi-centrale zwaar beschadigd raakte.

Demonstranten tegen kernenergie in Japan eerder vandaag. Foto AP / Junji Kurokawa

Duizenden Japanners zijn in Tokio de straat opgegaan om te demonstreren tegen kernenergie, meldt persbureau AP. Komende dinsdag is het drie jaar geleden dat door een aardbeving en een tsunami de Fukushima Dai-ichi-centrale zwaar beschadigd raakte.

In 2011 verwoestte een aardbeving met een kracht van 9,0 op de schaal van Richter, samen met de daarop volgende tsunami, de kerncentrale van Fukushima. Het betekende een kernramp. Het schoonmaken van de centrale zal volgens experts tientallen jaren vergen.

Demonstranten sloegen vandaag op trommels, riepen leuzen en hielden borden omhoog met ‘Sayonara kernenergie’ erop. Ze marcheerden naar het parlementsgebouw in Tokio om te eisen dat Japan zijn kerncentrales opdoekt. Er werd gedemonstreerd tegen het gevaar dat kerncentrales vormen en hoe nucleaire straling rivieren vervuilt.

Na ‘Fukushima 2011’ wil een meerderheid van de Japanners af van kernenergie, maar premier Shinzo Abe wil de kernreactoren activeren.

Betogers zeiden dat ze de kernramp van 2011, het ergste nucleaire incident sinds de ramp van Tsjernobyl, nooit zouden vergeten. De komende dagen staan nog meer protesten in verschillende Japanse steden gepland. De afgelopen drie jaar zijn Japanners vaker de straat op gegaan om te demonstreren tegen de houding van de regering tegenover kernenergie.

De demonstranten zweerden alles te zullen doen om een beslissing van de regering van premier Abe om enkele stilgelegde kernreactors weer op te starten aan te vechten. De vorige Japanse regering beloofde juist om de afhankelijkheid van kernenergie af te bouwen. Sinds de kernramp zijn olie-importen gestegen, wat de Japanse economie schade toebrengt.

    • Niels Posthumus