Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Wilders is gewoon weer

De Baas

Correspondent Den Haag Tom-Jan Meeus

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: waarom PVV-talent Joram van Klaveren vorig jaar aan een nieuwe partij werkte.

illustratie hajo

Dat was een verhelderend middagje. Een hele club - partijleiders, adviseurs, journalisten - had zich woensdag ruim tevoren in sociëteit De Witte gemeld voor het Radio 1-debat over de raadsverkiezingen. Er was extra wachttijd van mogelijk een uur, stond in de uitnodiging, wegens de „beveiligingscreening”. De beveiligingscreening: dan weten we het wel in Den Haag – dan komt Wilders.

En inderdaad. Hoewel de PVV een marginale rol heeft - de partij doet in twee van de 403 gemeenten mee – had de NOS besloten Wilders toch uit te nodigen. Dus als u twijfelde wie echt gevreesd wordt in Den Haag: hier is uw antwoord.

Nu is grilligheid een van Wilders’ specialismen, dus vlak voor de uitzending kwam het bericht dat hij verhinderd was wegens verplichtingen elders: de aanvraag van een Kamerdebat over schandalige EU-miljardensteun aan Oekraïne.

Het type smoes dat elke stagiair ogenblikkelijk doorziet: een fractie die een debat wil hoeft dat echt niet via zijn voorzitter te vragen. Enfin.

Het debat begon, en na een kleine twee uur, nog een kwartiertje te gaan, stapte Wilders alsnog De Witte binnen.

„Beetje laat Geert”, schamperde Van Ojik (GroenLinks). Geert trok er zich niets van aan. Hij ging met een wippend rechtervoetje op de eerste rij zitten, en zie: daar kwam de interviewer al op hem af.

Die was niet mild, maar aan al die vragen had de PVV-baas geen boodschap. En dit debat mocht over alleen lokale thema’s gaan, ook daarmee had Wilders niets te schaften: hij wenste slechts te spreken over de EU-steun aan Oekraïne.

Het liet vooral zien hoe onmachtig Haagse spelers zich tegenover hem voelen. En dat de man zichzelf, ondanks het interne PVV-gewoel op één in de peilingen, gewoon weer ziet als De Baas.

Maar het fascinerende is: steeds blijkt dat die externe daadkracht in geen enkele verhouding staat tot zijn interne opereren als partijleider. De sfeer is daar al zolang achterdochtig dat de partij in feite een soort dissidentenfabriek is geworden – met dank aan de stijl van diezelfde leider. Een stijl waarop andere politici hem vreemd genoeg nooit aanspreken.

Vandaar dat de PVV-leider zich nu weer in alle stilte aan een van de ingewikkeldste problemen uit zijn politieke leven kan wijden. Het komt voort uit zijn keuze op 19 maart alleen in Den Haag en Almere mee te doen. Voor talrijke statenleden, oud-Kamerleden en oud-medewekers uiterst moeilijk verteerbaar: zij kunnen zelden regulier werk vinden omdat ze zich met de PVV geëncanailleerd hebben, en zagen de gemeentepolitiek als reddingsboei.

Dus toen Wilders ze die kans ontnam – hij vreesde „gedoe” – vestigden velen hun laatste hoop op de lijst voor de Euroverkiezingen in mei. Het gevolg: een overaanbod aan kandidaten. Dus zodra die Europese lijst bekend wordt, vermoedelijk later deze maand, worden opnieuw talrijke PVV’ers teleurgesteld – met meer partijrumoer als gevaar.

Zodoende begon Wilders vorig jaar al vroeg met sollicitatiegesprekken voor die Europese lijst. Hij voerde ze samen met twee vertrouwelingen: Tweede Kamerlid Joram van Klaveren en Europarlementariër Laurence Stassen. Van Klaveren (35) is relatief geliefd in de PVV: jonge kerel, hard rechtse oud-VVD’er, die Wilders zou kunnen opvolgen. Stassen is allerminst geliefd - maar geldt als de ongekroonde koningin van PVV-wingewest Limburg.

En het zegt alles over de PVV dat zelfs de relatie van dit trio uiterst broos is. Het komt allemaal omdat Wilders opereert als control freak. Zo bleek vorig jaar al uit gelekte mails dat hij om de kleinste zaakjes – de mogelijke overplaatsing van een medewerker – in woede ontsteekt. „Zijn jullie gek geworden?” Het Parool haalde vorige maand een mail aan waarin hij zich liet gaan omdat vicevoorzitter Fleur Agema in 2012 zonder hem wilde brainstormen. Dit was „vreselijk achterbaks”, schreef hij partijgenoten: „Het ondermijnt keihard mijn positie.”

Zo is achterdocht de huisstijl geworden. En niet vandaag of gisteren. Zo toont sms-verkeer aan dat Wilders zich al in 2010 – uiteraard achter haar rug om – erg negatief over Stassen uitliet; dezelfde Stassen die hem nu dus bijstaat bij de Eurolijst.

Destijds was zij Limburgs lijsttrekker bij de provinciale verkiezingen, en eiste ze extra geld voor de provinciale campagne. Wilders sms’te partijgenoten dat hij haar „blèrend op mijn voicemail” had staan en „dat mens” dus niet zou terugbellen. ,,Ik geef niet toe aan freule Laurence’’, sms’te de leider andere PVV’ers op 22 december 2010 over zijn huidige vertrouweling.

Van Klaveren, Kamerlid sinds 2010, nam deze handelwijze gaandeweg over. Het PVV-talent werd door de baas steeds meer bij de partijtop betrokken. En vorig jaar, in een persoonlijk mailtje aan Wilders, gaf hij op Wilderiaanse wijze af op een ander lid van de partijtop: fractiesecretaris Martin Bosma. „Hij is gewoon heel erg lui”, mailde hij Wilders op 18 januari 2013 over de fractiesecretaris.

Tegelijk keerde Van Klaveren zich – uiteraard achter Wilders’ rug om – óók tegen de partijleider zelf. De linksige koers inzake zorg en uitkeringen stond hem als oud-VVD’er al langer niet aan. En na de nederlaag in 2012 (min negen Kamerzetels) vertelde hij zeker vier PVV’ers dat hij genoeg had van Wilders’ grillige opereren: hij hoopte, zei hij, dat de leider onder interne kritiek zou bezwijken.

Zo waren er vlak na de verkiezingen provinciale afdelingen die gepeperde evaluaties van de campagne naar Den Haag zonden. Toen een PVV-Kamerlid hem mailde dat er „forse kritiek” uit Drenthe binnen was, antwoordde Van Klaveren 24 september 2012: „Gaat goed.”

En toen bleek dat Wilders niet gediend was van dit soort evaluaties, begon Van Klaveren met zeker drie intimi, die dit onafhankelijk van elkaar bevestigden, de oprichting van een nieuwe partij voor te bereiden - om Wilders op die manier te ondermijnen.

Hij had zelfs al een naam: Rechts Nederland (RNL). „We zouden eigenlijk wat puntjes moeten doornemen mbt RNL”, mailde hij een partijgenoot 15 oktober 2012. Zo wilde Van Klaveren „websites (-) vastleggen”; „een begin maken met op papier zetten van ideologische uitgangspunten”; en een „verdere uitwerking van ideeën”.

En nadat de rechts-conservatieve website Dagelijkse Standaard een pleidooi publiceerde voor een ‘verantwoordelijk denkende én handelende rechts-conservatieve partij’, een CVP, mailde Van Klaveren een partijgenoot 9 november 2012: „RNL ís CVP”. Zo bleef hij zeker tot begin vorig jaar met RNL in de weer. Een partijgenoot die hem hulp aanbood, kreeg 28 januari 2013 nog als reactie van hem: „Mooi :) Zal nodig zijn.”

Dat hij niet doorzette, vertellen enkele intimi, werd mede veroorzaakt door Wilders: toen die merkte dat er iets broeide, haalde de partijleider, als de dood voor een nieuwe dissident, de banden met Van Klaveren verder aan. Hij kreeg een grotere vertrouwensrol, resulterend in het commissielidmaatschap voor de Europese lijst.

Zo is dus de werkelijke toestand in de partij van Wilders: de voornaamste vertrouwensrollen worden er op dit moment vervuld door een PVV’er in wie hij een „freule” ziet; en door een andere PVV’er die de partijsecretaris „heel erg lui” vindt, terwijl hij er nog maar anderhalf jaar terug op hoopte dat Wilders af werd gezet.

Het illustreert hoe fragiel deze partij nog altijd is. Dus wie alleen de peilingen bekijkt kan zeggen: geweldig succesnummer die PVV. Maar wie zich verdiept in de partij zelf kan evengoed concluderen dat het zaakje elk moment kan imploderen.

Angst houdt de boel bij elkaar. Oktober vorig jaar stond de Kamerfractie al eens stil bij Van Klaveren, enkele dagen nadat deze rubriek beschreef dat het PVV-talent plannen voor een opstand tegen Wilders had gehad. (De hier geciteerde e-mails waren mij toen niet bekend, laat staan het plan voor een nieuwe partij.)

Wilders vond het nodig, zei hij destijds, het krantenartikel met de fractie te bespreken. En Van Klaveren mocht vertellen dat het hele verhaal onzin was.

Wilders voegde eraan toe dat je bijna zou denken, aldus een aanwezige, dat dit verhaal via „iemand van ons” in de krant was gekomen. Maar daar, zei de leider, wilde hij niet op doorgaan. „Dan gaan we lelijke dingen van elkaar denken.”

En och, voegde hij er volgens een aanwezige PVV’er aan toe: het verhaal stond maar in de NRC. „Leest toch niemand.”

    • Tom-Jan Meeus