Opinie

    • Folkert Jensma

Webcam: porno en paranoia

Recht Folkert Jensma

Tussen 2008 en 2010 heeft de Britse geheime dienst geprobeerd van iedere webcam een bewakingscamera te maken.

Eind vorige maand onthulde The Guardian op gezag van NSA-klokkenluider Edward Snowden de zoveelste inbreuk van de overheid op het privéleven van onschuldige burgers. In ieder geval tussen 2008 en 2010 keek de Britse overheid via de zoekmachine Yahoo naar believen mee met de (internationale) webcamgesprekken van miljoenen willekeurige mensen.

Onder de codenaam ‘Optic Nerve’ werd een schepnet door het internetverkeer gehaald. Met de bedoeling terroristen te vinden, uiteraard, maar ook om automatische gezichtsherkenning te testen. Van ieder getapt videogesprek werd om de vijf minuten een beeld bewaard - gehoopt werd van iemand die recht in de camera keek. Het idee was om zo van iedere webcam een bewakingscamera te maken. En alle zo verzamelde beelden en gebruikersnamen te kunnen vergelijken met de eigen databases van verdachte personen.

In de praktijk pakte dat anders uit. „It would appear that a surprising number of people use webcam conversations to show intimate parts of their body to the other person”, aldus het document, in een weergaloos Brits zinnetje. Wie bij de mensen thuis gaat gluren ontdekt dat ze daar van alles via de camera aan hun gesprekspartner tonen. Niet alleen, en niet in de eerste plaats hun gezicht. Dat vroeg dus om een digitaal vleesfilter - ook om het eigen personeel een beetje bij de les te houden. Maar die kreeg Government Communications Headquarters (GCHQ) dus niet goed aan de praat. Het filter duidde nu veel best bruikbare gezichten ten onrechte aan als ‘pornografie’ en gooide ze weg.

Ik had daar graag meer over willen weten. Mijn visuele geheugen reikte me onmiddellijk aanstootgevende hoofden aan die niet door een eventueel vleesfilter zouden komen. Maar helaas, het Snowden-document liet het vals positieve ‘pornohoofd’ verder onbesproken. Het technisch compromis werd tenslotte dat alleen beelden waarin helemaal geen gezicht werd aangetroffen automatisch werden gewist. Het bleek voor GCHQ de enig haalbare maatregel tegen de ongewenste naaktheid (‘undesirable nudity’).

Wie dus voortaan anoniem via de webcam wil communiceren, onbespied door enige geheime dienst, dient er spiernaakt voor te gaan zitten, met een zak over het hoofd. Althans, dat is mijn conclusie. Privacy, je moet er wat voor overhebben. Tot ze zich bij de geheime dienst natuurlijk gaan specialiseren in het herkennen van geslachtsdelen. Liefst automatisch, uiteraard. Dat is dan de nieuwe uitdaging voor onze cyberspeurders: digitale penisherkenning.

Behalve woedend reaguren op websites zit een aanmerkelijk deel van de mens dus met de broek op de enkels met een ander te webcammen.

Terzake nu. Optic Nerve past naadloos bij het massaal verzamelen van de internetdata waarover de grote Amerikaanse providers beschikken. Rechtstatelijk was de grote zonde dat de bewijslast hier werd omgedraaid. Ik zeg het nog maar even - het gebeurt routinematig, zonder specifieke verdenking, buiten de eigen of andere regeringen om. Er wordt gezocht naar afwijkingen in gedragspatronen, waarvan algoritmen hebben vastgesteld dat die ‘veilig’ zouden zijn. Sommige gedragspatronen voldoen, andere niet en zijn dus interessant, lees: verdacht.

Daarmee is dus een surveillancestaat gecreëerd, waarvan de normen niet in de wet staan, maar in het handboek Spion. Dat is ver over de grens van de rechtsstaat waarin de staat pas opsporingsbevoegdheden mag uitoefenen als er een redelijke verdenking is. De overheid maakt misbruik van de snel groeiende technologie door van iedere burger een verdachte te maken, een potentieel veiligheidsrisico. Het individu wordt transparant gemaakt, terwijl de staat zich verschuilt. Voor je het weet is je gedachte, je plan, je idee controversieel en daarmee is het ook niet in je belang om er uiting aan te geven. Dat wordt meteen zichtbaar in je zoekgeschiedenis, je mailverkeer of, nu dus, je webcamgesprekken. De staat heeft met internet de potentie om onze vrijheid volkomen te vernielen.

    • Folkert Jensma