Warme oorlog

‘Gelukkig zijn alle planten voor Vrouwendag de deur al uit.” Aan het woord is John Buskermolen van plantengroothandel Waterdrinker te Aalsmeer. In Rusland geeft een man zijn vrouw op Internationale Vrouwendag een ruikertje of een fijne potplant – die dag heeft de Hollandse bloemen- en plantenhandel exportgewijs nog gehaald, godzijdank, maar verder komt de crisis vanwege de Russische annexatie van de Krim ons verdomd slecht uit. De zomer staat voor de deur, en dan willen de Russen vrolijke plantjes in de tuin van hun zomerhuisjes. „Het zou erg jammer als die markt wordt verstoord”, meldde Bart Jan Koopmans van exporteursvereniging Fenedex aan de Volkskrant.

Ik vind het bijna vertederend – de Hollandse koopman die zich als een Mutter Courage niet van de wijs laat brengen door woede en wapengekletter, maar zich behendig een weg zoekt tussen de soldaten en tanks om te zorgen dat de Russische vrouw haar huwelijkse liefde bevestigd ziet door een Aalsmeerse gladiool.

Handel houdt vanaf het begin der tijden niet van politiek, want die zit maar in de weg. Handel houdt van vrede, want oorlog is slecht voor zaken. Ik begrijp het. Alleen jammer dat politiek hier zuiver handel is geworden.

Kijk nog één keer naar het afgelopen jaar, kijk nog even naar die triomfantelijke Hollandse handigheid wat betreft Rusland, die niets heeft opgeleverd behalve gezichtsverlies: het rampzalige vriendschapsjaar Nederland-Rusland, waarbij Russische provocaties moesten worden weggepoetst, mensenrechtenschendingen gebagatelliseerd, en de koning met Poetin proostte terwijl het Concertgebouworkest speelde. Toen Sotsji, dat ons behalve een recordaantal medailles een foto opleverde die ons nog lang zal achtervolgen: de koning en koningin der Nederlanden die een glas bier heffen met een nietsontziende dictator in het Holland Heineken House, het symbool van ons verdwaasde handelsopportunisme.

Ook opportunisme kan naïef zijn. Naderhand verklaarde de Nederlandse chef de mission Maurits Hendriks over Rusland: „Het is ook een land dat mijn hart veroverd heeft met misschien wel de beste organisatie ooit. […] Maar het gaat verder voor mij. De glimlach die ik van al die bewakers en vrijwilligers kreeg op het olympische park; dat is niet gespeeld. Dat is geen façade, dat is echt. Een jonge generatie Russen die hun uiterste best heeft gedaan om de rest van de wereld gastvrij te ontvangen. […] Het heeft een diepe indruk op mij achtergelaten. Misschien ben ik naïef, maar laten we deze Russen een kans geven.”

Dat was twee weken geleden.

Die foto, deze woorden. De geest van overste Karremans is opnieuw vaardig over ons geworden.

Hier en daar is nu sprake van een nieuwe Koude Oorlog. Geloof me, deze oorlog wordt heel warm.

Alle drogredenen over de dialoog die gaande gehouden moest worden, de lege retoriek over schone handen aan de zijlijn, over sport en politiek die gescheiden moesten blijven, over de koning die niet als pion gebruikt mocht worden, het geklaag over geobsedeerde homo’s die te veel voor eigen parochie preekten – met de fixatie op handelsbelangen heeft Nederland de situatie volledig verkeerd ingeschat, feilloos de verkeerde gebaren gemaakt.

Vandaar dat onze koning vooraf links en rechts verkondigde dat hij gewoon naar Sotsji zou gaan, tenzij de politiek dat hem verhinderde, vandaar dat minister Schippers in Sotsji cynisch opperde dat het gearresteerde en mishandelde Pussy Riot wellicht een nieuwe cd wilden promoten (een rasopportunist ziet overal enkel opportunisme), vandaar dat dezelfde minister zo lang mogelijk volhield gewoon met prinses Margriet naar de Paralympics in Sotsji af te reizen. Vandaar ook dat onze minister-president de dreiging met sancties tot het laatste moment voor zich uit bleef schuiven. Hier ging immers een politieke mentaliteit compleet onderuit.

Dat die mentaliteit zo lang op bijval kon rekenen, moet te maken hebben met de algemene Hollandse desinteresse voor alles wat met het buitenland te maken heeft. Het solipsisme van onze sporters staat niet op zichzelf. Buitenlandse politiek is iets voor buitenlanders. Een jaar of vijf geleden hoorde ik een CDA-adviseur letterlijk zeggen: Voor de Nederlander houdt de buitenwereld op bij zijn achtertuin. Dus bij de volgende verkiezingscampagne niets over buitenlandsbeleid. Gewoon posters met Balkenende voor de molens bij Kinderdijk.

Die wezenloosheid is de afgelopen jaren van alle kanten aangemoedigd en geëxploiteerd.

De wereld laat zich niet ontkennen. Er werd de afgelopen dagen als vanouds geklaagd over het gebrek aan Europese fermheid, de traagheid waarmee de opgestoken middelvinger van Poetin beantwoord werd. Vergeleken met de Nederlandse houding is het een verademing.