VVD voert het liefst campagne zónder Rutte

Het is de strategie van de landelijke VVD-politici tijdens de verkiezingen: onzichtbaarheid. De kiezers hebben slechte herinneringen aan de loze verkiezingsbeloften van premier Rutte. Dus voeren lokale VVD’ers vooral zelf campagne.

Omstreden VVD-poster in Rotterdam.

Op een donderdagavond staat Frits Vogel in een winkelpand in Hilversum. Hij drinkt een Nespresso en wijst naar de muur. Daar hangen posters met vrolijke foto’s van de binnenstad. ‘Omdat je van winkelen op zondag houdt’, staat er op één. Op een ander: ‘Omdat je van lage belastingen houdt’. Een derde poster: ‘Omdat je van goedkoop parkeren houdt’.

De lokale VVD heeft een voormalige lampenzaak omgebouwd tot ‘campagnewinkel’. Iedere dag zijn de deuren geopend voor ‘een kop koffie en een liberale mening’, zoals een bord buiten vermeldt.

Vogel, een jong ogende vijftiger in een grijs pak met een ruitjesoverhemd, is lijsttrekker van de VVD in Hilversum. „Die slogans op de posters, daar waren we binnen vijf minuten uit. Het moest iets positiefs uitstralen. VVD’ers zijn optimistische mensen, niet zo chagrijnig als politici van linkse partijen.” De slogans staan ook op ansichtkaarten. Vogel pakt een stapeltje van tafel. „Sommige mensen zetten ze op de schoorsteenmantel. Laatst zei iemand: als ik er een postzegel op doe, kan ik deze naar de PvdA sturen!”

Tijdens het gesprek zegt Vogel iets wat VVD’ers overal in het land bevestigen: de lokale afdeling is volkomen onafhankelijk van de landelijke campagne. De slogans, de verkiezingsthema’s, de ludieke acties – ze bepalen het allemaal zelf. Het campagneteam in Den Haag is beschikbaar voor advies en ze kunnen VVD-ballonnen, -pepermuntjes en -borrelprikkers bij ze bestellen. Maar verder is het 100 procent Hilversums.

VVD’ers in Den Haag vinden het prima zo. Vanzelfsprekend is dat niet. Zeker voor een regeringspartij is het gebruikelijk, ook bij lokale verkiezingen, om kiezers te lokken met ministers en mooie plannetjes. Macht geeft zichtbaarheid, en die mag je best inzetten voor je eigen partij. Toch lijkt onzichtbaarheid in de weken voor de gemeenteraadsverkiezingen de strategie bij de landelijke VVD.

De reden is eenvoudig. VVD-kiezers hebben het wel even gehad met verkiezingsbeloften. Mark Rutte deed ze bij de landelijke verkiezingen van 2012 zo vaak en zo roekeloos, dat hij zichzelf en zijn partij met een hardnekkig geloofwaardigheidsprobleem opzadelde. Althans, zo redeneren ze binnen de VVD-top zelf.

Buiten de schijnwerpers

Terwijl coalitiepartner Diederik Samsom (PvdA) stad en land afreist, CDA-leider Sybrand Buma tegen iedereen over de voor benzinepomphouders funeste accijnzen begint, D66-leider Alexander Pechtold zich laat portretteren als de nieuwe burgemeester van Nederland en PVV-leider Geert Wilders op elke vraag antwoordt dat Europa slecht is voor Nederland, bewegen landelijke VVD’ers zich buiten de schijnwerpers.

Natuurlijk, bewindspersonen reizen door het land, en zelfs VVD-leider en premier Mark Rutte schudt handen op markten. Maar het is D66-leider Alexander Pechtold die in De Telegraaf , voorheen de huiskrant van de VVD, een lagere inkomstenbelasting eist. Niet een prominente VVD’er.

De VVD besloot al langer geleden dat Rutte zich maar wat onzichtbaar moest houden voor de landelijke media. Sommigen wilden hem helemaal niet inzetten, en zelfs VVD’er Halbe Zijlstra niet afvaardigen naar de verkiezingsdebatten van de fractievoorzitters die deze weken plaatsvinden. Zo zou het een bijna puur lokale campagne worden. Dat idee haalde het niet, te veel kans op onplezierige aandacht. Maar grote interviews of tv-optredens van VVD-sterren liggen niet in het verschiet. Ministers beperken zich tot bescheiden optredens bij lokale afdelingen. Mark Rutte legde afgelopen week een werkbezoek af aan verhuisbedrijf Pot in Amersfoort. Minister en Achterhoeker Henk Kamp, geliefd bij conservatieve VVD-stemmers, trekt dit weekend door het oosten van het land. Ook Kamerleden reizen af naar hun politieke geboortegrond.

Er zijn eigenlijk maar twee soorten campagnes, zegt een VVD’er. Offensief en defensief – ‘change’ of ‘four more years’, om in Amerikaanse termen te blijven. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2010 en de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 kon de VVD nog offensief zijn: in het eerste geval kwam de partij uit de oppositie en had een duidelijke tegenstander in ‘links’. Twee jaar later was er ook niets te verdedigen, Rutte had geregeerd, maar de de gedoogcoalitie met CDA en PVV had geen toekomstperspectief. Maar nu heeft de VVD wel wat te verdedigen.

Zo’n defensieve campagne is geen onverstandige keus van de VVD, vinden strategen van andere partijen. Want concurrenten willen kiezers graag herinneren aan de gebroken beloften van Rutte. Bij een oppositiepartij circuleert zelfs een lijst, altijd handig in een campagne. De belangrijkste punten: de belofte dat Griekenland geen extra geld zou krijgen, dat alle werkende Nederlanders 1.000 euro lastenverlichting zouden krijgen, dat de hypotheekrenteaftrek behouden zou blijven.

Dappere politiek

Dit soort ‘dingetjes’ doen we dus niet meer, is het devies bij de VVD. Wat doet de partij dan wel? Van haar zwakte een kracht maken. De impopulariteit, geboren uit de gebroken beloften, samenwerking met aartsvijand PvdA en een hard bezuinigingsbeleid, kan namelijk ook worden verkocht als het onvermijdelijke gevolg van dappere politiek. Wie anders dan de VVD durft in moeilijke tijden noodzakelijke hervormingen uit te voeren, ook als dat schadelijk is voor de eigen partij? Dat is de boodschap waarmee de landelijke top probeert te voorkomen dat eigen kiezers lokaal voor een andere partij kiezen.

Bij de lokale afdelingen in het land gaan ze intussen het liefst hun eigen gang – de associatie met de Haagse partijtop vermijden ze. Plaatselijke lijsttrekkers benadrukken dat ze volstrekt autonoom zijn in het bepalen van hun campagne. Zo zegt Roel Lauwerier, VVD-aanvoerder in Tilburg: „We zijn eigenlijk meer een lokale partij die onderdeel vormt van een landelijke vereniging”. Lauwerier gaat naar eigen zeggen „vol op Tilburg”.

Opvallend is dat weinig afdelingen ingaan op het aanbod om een bewindspersoon of Kamerlid op bezoek te krijgen. Johan Vogel wil bovenal zijn „VVD Hilversum-brand” laten zien, Roel Lauwerier uit Tilburg doet überhaupt geen bijeenkomsten in zaaltjes met gasten. En dan zijn er nog de plaatsen waar de lokale VVD zich verzet tegen het beleid van de eigen minister. Zo beamen ze in een ‘schaliegas-gemeente’ als Boxtel dat het niet verstandig zou zijn Henk Kamp, als minister van Economische Zaken hét gezicht van de proefboringen, op bezoek te vragen.

Hoe graag de VVD’ers ook over eigen stad of dorp willen praten, ze ontkomen niet aan de landelijke thema’s. Op straat, vertellen ze, beginnen de meeste burgers algauw over maatregelen van het kabinet: belastingverhoging, stijging van de pensioenleeftijd, beperking van de hypotheekrenteaftrek. Of ze noemen de gebroken verkiezingsbeloften van Rutte, met de 1.000 euro lastenverlichting met stip op één. „Het is vechten met de handen op je rug”, zegt VVD-lijsttrekker Emile Karregat uit Edam-Volendam. „Je gaat er niet over, maar je wordt er wel op aangesproken.”

Nivelleren – nog zo’n thema waar potentiële VVD-kiezers op straat over beginnen. „Ze snappen niet waarom de VVD daar zoveel op toe heeft gegeven”, zegt Frits Vogel uit Hilversum. „De beeldvorming uit de eerste weken van het kabinet, toen de VVD-achterban in opstand kwam tegen de inkomensafhankelijke zorgpremie, is blijven hangen. Veel mensen hebben geen oog voor wat er sindsdien gerepareerd is. Of zien niet dat de PvdA ook dingen heeft ingeleverd.”

In dat opzicht werkt de historisch goede uitslag van de VVD bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 in het nadeel van de lokale liberalen. Vogel: „Met name mensen die in 2012 voor de eerste keer op de VVD stemden, begrijpen niet dat we in het kabinet niet honderd procent van ons programma hebben weten te realiseren.”

De 41 zetels die de VVD toen in de Tweede Kamer veroverde, zijn nu ook om een andere reden lastig: de uitslag bij de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen zal teleurstellen. Want zo’n uitslag als in 2012 haalt de VVD nu zeker niet – al is het maar omdat rechtse kiezers deze keer geen VVD hoeven te stemmen om te voorkomen dat de PvdA een premier mag leveren. Maar zo moet je ook niet kijken, zeggen VVD’ers. Zelf zijn ze al tevreden als ze niet te veel verliezen ten opzichte van de vorige gemeenteraadsverkiezingen in maart 2010. Ze moeten ervoor zorgen dat journalisten de uitslag ook zo duiden, want in het rijtje verliezers komt de VVD liever niet terecht, dat is slecht voor de sfeer binnen de partij en het imago bij kiezers.

Nu is vooral consolideren belangrijk. De partij is sterk in plaatsen met rond de 100.000 inwoners in de Randstad, zoals Alphen aan de Rijn of Zoetermeer. Het is voldoende als ze op dit soort plekken hun positie behouden, vinden VVD’ers zelf. De PvdA beheerst (nog) de grote steden – en in die partij is de angst groot dat ze straks Amsterdam ‘verliest’. Zulke symbolen staan voor de VVD niet op het spel.

Ook hier openbaart zich de defensieve houding van de VVD. Bij het CDA valt veel te halen: kiezers die tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2010 nog op het CDA stemden, verlieten die partij bij de landelijke verkiezingen van 2012. Toch doet de VVD niet veel zichtbare moeite om deze potentieel beschikbare kiezersgroep voor zich te winnen. En dat terwijl er in oude CDA-bastions als Limburg en Noord-Brabant, waar de VVD in 2010 al naar het CDA toe kroop, nog meer te halen valt.

Dat is voor later, zeggen VVD’ers. Laat het kabinet Rutte II nog maar een jaar of twee regeren. Dan doen economische groei en de bijbehorende premierbonus hun werk, en zijn mensen de gebroken beloften van de campagne van 2012 alweer vergeten.